Hoofdtekst
Roodkapje
Lang geleden woonde er een lief klein meisje in een huisje vlakbij het bos. Ze was heel vrolijk en speelde altijd buiten. Ze had rode wangen en blonde krullen. Verder in het bos stond nog een huisje. Daar woonde oma. Ze woonde daar heel alleen. Oma had een rood kapje voor het meisje gemaakt. Het meisje droeg het elke dag. En daarom noemde iedereen haar Roodkapje.
'Roodkapje,' zei moeder op een dag, 'kom eens hier' Moeder was in de keuken. Op tafel stond een grote mand. Moeder stopte er van alles in. Bananen, een fles limonade, stokbrood. Daar was Roodkapje. Ze brak een stuk van het stokbrood af en at het op. 'Hé joh, afblijven,' bromde moeder, 'dat is voor oma. Oma is heel erg ziek. Ik heb een mandje met lekkers gemaakt. Kijk maar, bananen en een fles limonade. Wil jij het mandje naar oma brengen?' 'Moet ik helemaal alleen naar oma?' vroeg Roodkapje. 'Ja, je moet alleen,' zei moeder.
Roodkapje keek moeder aan. Ze wilde oma graag helpen. Oma was ziek en lag heel alleen in haar huisje. Buiten zei moeder: 'Hier is de mand. Op het pad blijven en goed doorlopen, want anders komt de wolf je pakken, daag.' Roodkapje gaf moeder een kus en pakte de mand. Moeder zwaaide haar na. Daar liep Roodkapje door het bos. 'Moeder heeft gelijk,' dacht Roodkapje. 'Ik moet goed doorlopen en op het pad blijven. In het bos zwerft de boze wolf.'
Maar Roodkapje heeft de wolf nog nooit gezien. Ze was ook niet bang. Ze vond het fijn in het bos. Het rook heerlijk en er stonden prachtige bloemen. 'Hé,' dacht Roodkapje, 'wat een mooie bloemen. Ik ga ze plukken voor oma.' Ze zette het mandje op de grond en begon te plukken. 'Oh, verderop staan nog mooiere bloemen.' Roodkapje liep van het pad af. Zomaar het bos in. 'Die bloemen zijn nog mooier en nog groter.' Roodkapje had haar armen vol. Gele bloemen en rode met een wit randje. Het was prachtig! Roodkapje plukte en plukte.
Maar opeens verscheen de wolf. Zomaar van achter een boom. Roodkapje schrok 'Dag Roodkapje,' zei de wolf. Hij probeerde vriendelijk te praten. Maar dat was wel moeilijk voor de wolf. 'Waar ga je naar toe?' 'I-i-ik ga naar oma. Oma is erg ziek. Ze woont in een huisje in het bos. Ik ga haar wat lekkers brengen' De wolf knikte en lachte een beetje gemeen. Maar dat zag Roodkapje niet. Domme Roodkapje! Ze dacht dat de wolf niet gevaarlijk was. Maar ze wees hem zomaar het huisje van oma. En oma was alleen thuis en lag ziek op bed.
'En wat doe je hier lief meisje?' vroeg de wolf. 'Bloemetjes plukken voor oma,' zei Roodkapje met een benauwd stemmetje. Toen verdween de wolf snel.
Hij had een gemeen plan. Maar dat mocht Roodkapje niet weten.
De wolf rende met grote stappen naar het huisje van oma. Bij de deur belde hij aan. Hij was heel gemeen! Hij deed, alsof hij Roodkapje was. De wolf speelde Roodkapje!!! Oma lag op bed. Haar witte muts op haar hoofd en een brilletje op haar neus. Daar ging de bel. Oma schrok. Ze kwam een klein beetje overeind, maar zakte weer in de kussens.
'Kom maar binnen,' zei oma. 'De deur is open.' De wolf liep naar binnen. Hij zag oma in bed liggen. 'Wie is daar?' vroeg oma. Maar de wolf zei niks. Met zijn grote bek wijd open sprong hij op het bed. Met één grote hap at hij oma helemaal op. Vlug zette hij de muts van oma op en trok haar nachtjapon aan.
Toen ging hij in bed liggen. Hij trok de dekens tot zijn kin omhoog. Je kon bijna niet zien dat de wolf in bed lag. Het leek net oma. 'Ha, ha,' gromde de wolf, 'nu wacht ik op Roodkapje. En dan eet ik Roodkapje ook helemaal op. Ha, ha, ha.'
Even later werd er gebeld. 'Wie is daar?' zei de wolf. 'Ik ben het,' zei Roodkapje. 'Ik heb wat lekkers meegenomen.' 'Trek maar aan het touwtje,' zei de wolf. 'Dan gaat de deur vanzelf open. Ik kan niet opstaan. Ik moet in bed blijven. O, o, wat ben ik ziek.' Die valse wolf. Hij deed net alsof hij oma was. Hij kon goed toneelspelen.
Roodkapje trok aan het touwtje. De deur ging open. Roodkapje ging naar binnen en liep naar het bed. 'Hé,' dacht Roodkapje, 'wat ziet oma er vreemd uit. Ze heeft helemaal geen lief gezicht. En haar stem is ook zo vreemd.' De wolf kroop verder onder de dekens. Hij zag Roodkapje vreemd kijken. Maar het was donker in het huisje. Roodkapje kon het niet goed zien. Ze zag wel het witte mutsje van oma. Ze zette de mand op de grond en ging op een stoel zitten.
'Maar oma, wat heeft u een grote oren,' zei Roodkapje verbaasd. 'Ja, daar kan ik jou goed mee horen,' zei de wolf. 'Maar oma, wat heeft u een grote ogen.' 'Daar kan ik jou goed mee zien,' snerpte de wolf. 'Maar oma, wat heeft u een grote handen,' zei Roodkapje bang. 'Daar kan ik jou goed mee pakken!' gromde de wolf. 'Maar oma, wat heeft u een grote tanden!' 'Daar ga ik jou lekker mee opeten!!!'
De wolf sprong uit bed en at Roodkapje op. In één grote hap! O, wat vreselijk. Nu heeft de wolf oma èn Roodkapje opgegeten. De wolf had een heel dikke buik. Hij was moe en wilde slapen. Hij liep naar buiten en zocht een plaatsje om te gaan slapen. 'Daar bij die boom,' dacht de wolf. 'Dat is een mooi plaatsje.' De wolf ging liggen en viel in slaap. Ggrrrmmpff, ggrrrmmmpff. Wat een lawaai. De wolf snurkte vreselijk hard.
Toevallig liep de jager door het bos. 'Wat een lawaai,' dacht de jager. 'Wat is dat?' Even later vond hij de wolf. 'Ah, de wolf. Ouwe snurker. Ik heb je te pakken.' De jager pakte zijn geweer. Hij richtte op de wolf en wilde schieten. Maar wat was dat? Hij zag de buik van de wolf bewegen. Wat zou dat zijn? Snel pakte de jager zijn mes. Hij liep voorzichtig naar de wolf toe. Nog steeds bewoog de buik van de wolf. Toen sneed de jager de buik open. Daar kwamen oma en Roodkapje uit de buik van de wolf. 'O, lieve jager. Wat zijn we blij. Je hebt ons gered,' zei Roodkapje. De jager keek stomverbaasd. Maar hij was blij, dat hij oma en Roodkapje gered had. 'We stoppen die buik vol met stenen. Kom Roodkapje, help eens zoeken,' zei de jager. Er waren stenen genoeg. Roodkapje droeg een heel zware steen. Even later zat de buik van de wolf vol met stenen. Oma naaide de buik weer dicht. De jager hielp oma. Roodkapje keek naar de wolf. Die merkte niks. Hij lag heel vast te slapen. Zachtjes liepen de jager, oma en Roodkapje weg. Ze gingen bij oma limonade drinken.
Daarna bracht de jager Roodkapje weer naar huis. De wolf bleef achter. Zijn dikke buik vol … met stenen!! Hij lag maar te slapen. Zelfs de volgende dag sliep hij Eindelijk werd hij wakker. 'O, wat heb ik een zware buik,' dacht de wolf. 'Zijn dat oma en Roodkapje? Het lijken wel stenen.' De wolf had vreselijke dorst. Hij liep moeizaam naar een vijver in het bos. Langzaam boog hij zich voorover. Plons!!! Daar viel de wolf in het water. Hij spartelde en spetterde. Maar de stenen waren zo zwaar. De wolf zonk naar beneden. Niemand heeft de wolf ooit nog gezien. Roodkapje ging nog vaak naar oma. De wolf kon haar niet meer pakken. En ze leefde nog lang en gelukkig.
Lang geleden woonde er een lief klein meisje in een huisje vlakbij het bos. Ze was heel vrolijk en speelde altijd buiten. Ze had rode wangen en blonde krullen. Verder in het bos stond nog een huisje. Daar woonde oma. Ze woonde daar heel alleen. Oma had een rood kapje voor het meisje gemaakt. Het meisje droeg het elke dag. En daarom noemde iedereen haar Roodkapje.
'Roodkapje,' zei moeder op een dag, 'kom eens hier' Moeder was in de keuken. Op tafel stond een grote mand. Moeder stopte er van alles in. Bananen, een fles limonade, stokbrood. Daar was Roodkapje. Ze brak een stuk van het stokbrood af en at het op. 'Hé joh, afblijven,' bromde moeder, 'dat is voor oma. Oma is heel erg ziek. Ik heb een mandje met lekkers gemaakt. Kijk maar, bananen en een fles limonade. Wil jij het mandje naar oma brengen?' 'Moet ik helemaal alleen naar oma?' vroeg Roodkapje. 'Ja, je moet alleen,' zei moeder.
Roodkapje keek moeder aan. Ze wilde oma graag helpen. Oma was ziek en lag heel alleen in haar huisje. Buiten zei moeder: 'Hier is de mand. Op het pad blijven en goed doorlopen, want anders komt de wolf je pakken, daag.' Roodkapje gaf moeder een kus en pakte de mand. Moeder zwaaide haar na. Daar liep Roodkapje door het bos. 'Moeder heeft gelijk,' dacht Roodkapje. 'Ik moet goed doorlopen en op het pad blijven. In het bos zwerft de boze wolf.'
Maar Roodkapje heeft de wolf nog nooit gezien. Ze was ook niet bang. Ze vond het fijn in het bos. Het rook heerlijk en er stonden prachtige bloemen. 'Hé,' dacht Roodkapje, 'wat een mooie bloemen. Ik ga ze plukken voor oma.' Ze zette het mandje op de grond en begon te plukken. 'Oh, verderop staan nog mooiere bloemen.' Roodkapje liep van het pad af. Zomaar het bos in. 'Die bloemen zijn nog mooier en nog groter.' Roodkapje had haar armen vol. Gele bloemen en rode met een wit randje. Het was prachtig! Roodkapje plukte en plukte.
Maar opeens verscheen de wolf. Zomaar van achter een boom. Roodkapje schrok 'Dag Roodkapje,' zei de wolf. Hij probeerde vriendelijk te praten. Maar dat was wel moeilijk voor de wolf. 'Waar ga je naar toe?' 'I-i-ik ga naar oma. Oma is erg ziek. Ze woont in een huisje in het bos. Ik ga haar wat lekkers brengen' De wolf knikte en lachte een beetje gemeen. Maar dat zag Roodkapje niet. Domme Roodkapje! Ze dacht dat de wolf niet gevaarlijk was. Maar ze wees hem zomaar het huisje van oma. En oma was alleen thuis en lag ziek op bed.
'En wat doe je hier lief meisje?' vroeg de wolf. 'Bloemetjes plukken voor oma,' zei Roodkapje met een benauwd stemmetje. Toen verdween de wolf snel.
Hij had een gemeen plan. Maar dat mocht Roodkapje niet weten.
De wolf rende met grote stappen naar het huisje van oma. Bij de deur belde hij aan. Hij was heel gemeen! Hij deed, alsof hij Roodkapje was. De wolf speelde Roodkapje!!! Oma lag op bed. Haar witte muts op haar hoofd en een brilletje op haar neus. Daar ging de bel. Oma schrok. Ze kwam een klein beetje overeind, maar zakte weer in de kussens.
'Kom maar binnen,' zei oma. 'De deur is open.' De wolf liep naar binnen. Hij zag oma in bed liggen. 'Wie is daar?' vroeg oma. Maar de wolf zei niks. Met zijn grote bek wijd open sprong hij op het bed. Met één grote hap at hij oma helemaal op. Vlug zette hij de muts van oma op en trok haar nachtjapon aan.
Toen ging hij in bed liggen. Hij trok de dekens tot zijn kin omhoog. Je kon bijna niet zien dat de wolf in bed lag. Het leek net oma. 'Ha, ha,' gromde de wolf, 'nu wacht ik op Roodkapje. En dan eet ik Roodkapje ook helemaal op. Ha, ha, ha.'
Even later werd er gebeld. 'Wie is daar?' zei de wolf. 'Ik ben het,' zei Roodkapje. 'Ik heb wat lekkers meegenomen.' 'Trek maar aan het touwtje,' zei de wolf. 'Dan gaat de deur vanzelf open. Ik kan niet opstaan. Ik moet in bed blijven. O, o, wat ben ik ziek.' Die valse wolf. Hij deed net alsof hij oma was. Hij kon goed toneelspelen.
Roodkapje trok aan het touwtje. De deur ging open. Roodkapje ging naar binnen en liep naar het bed. 'Hé,' dacht Roodkapje, 'wat ziet oma er vreemd uit. Ze heeft helemaal geen lief gezicht. En haar stem is ook zo vreemd.' De wolf kroop verder onder de dekens. Hij zag Roodkapje vreemd kijken. Maar het was donker in het huisje. Roodkapje kon het niet goed zien. Ze zag wel het witte mutsje van oma. Ze zette de mand op de grond en ging op een stoel zitten.
'Maar oma, wat heeft u een grote oren,' zei Roodkapje verbaasd. 'Ja, daar kan ik jou goed mee horen,' zei de wolf. 'Maar oma, wat heeft u een grote ogen.' 'Daar kan ik jou goed mee zien,' snerpte de wolf. 'Maar oma, wat heeft u een grote handen,' zei Roodkapje bang. 'Daar kan ik jou goed mee pakken!' gromde de wolf. 'Maar oma, wat heeft u een grote tanden!' 'Daar ga ik jou lekker mee opeten!!!'
De wolf sprong uit bed en at Roodkapje op. In één grote hap! O, wat vreselijk. Nu heeft de wolf oma èn Roodkapje opgegeten. De wolf had een heel dikke buik. Hij was moe en wilde slapen. Hij liep naar buiten en zocht een plaatsje om te gaan slapen. 'Daar bij die boom,' dacht de wolf. 'Dat is een mooi plaatsje.' De wolf ging liggen en viel in slaap. Ggrrrmmpff, ggrrrmmmpff. Wat een lawaai. De wolf snurkte vreselijk hard.
Toevallig liep de jager door het bos. 'Wat een lawaai,' dacht de jager. 'Wat is dat?' Even later vond hij de wolf. 'Ah, de wolf. Ouwe snurker. Ik heb je te pakken.' De jager pakte zijn geweer. Hij richtte op de wolf en wilde schieten. Maar wat was dat? Hij zag de buik van de wolf bewegen. Wat zou dat zijn? Snel pakte de jager zijn mes. Hij liep voorzichtig naar de wolf toe. Nog steeds bewoog de buik van de wolf. Toen sneed de jager de buik open. Daar kwamen oma en Roodkapje uit de buik van de wolf. 'O, lieve jager. Wat zijn we blij. Je hebt ons gered,' zei Roodkapje. De jager keek stomverbaasd. Maar hij was blij, dat hij oma en Roodkapje gered had. 'We stoppen die buik vol met stenen. Kom Roodkapje, help eens zoeken,' zei de jager. Er waren stenen genoeg. Roodkapje droeg een heel zware steen. Even later zat de buik van de wolf vol met stenen. Oma naaide de buik weer dicht. De jager hielp oma. Roodkapje keek naar de wolf. Die merkte niks. Hij lag heel vast te slapen. Zachtjes liepen de jager, oma en Roodkapje weg. Ze gingen bij oma limonade drinken.
Daarna bracht de jager Roodkapje weer naar huis. De wolf bleef achter. Zijn dikke buik vol … met stenen!! Hij lag maar te slapen. Zelfs de volgende dag sliep hij Eindelijk werd hij wakker. 'O, wat heb ik een zware buik,' dacht de wolf. 'Zijn dat oma en Roodkapje? Het lijken wel stenen.' De wolf had vreselijke dorst. Hij liep moeizaam naar een vijver in het bos. Langzaam boog hij zich voorover. Plons!!! Daar viel de wolf in het water. Hij spartelde en spetterde. Maar de stenen waren zo zwaar. De wolf zonk naar beneden. Niemand heeft de wolf ooit nog gezien. Roodkapje ging nog vaak naar oma. De wolf kon haar niet meer pakken. En ze leefde nog lang en gelukkig.
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Ondanks de waarschuwingen van moeder blijft Roodkapje onderweg naar grootmoeder niet op het grote pad, want ze gaat bloemen plukken. Ze ontmoet de wolf aan wie ze vertelt dat naar grootmoeder gaat, en waar grootmoeder woont. De wolf gaat naar het huis van grootmoeder, belt aan, doet de stem van Roodkapje na, mag binnen komen, eet grootmoeder op, trekt haar kleren aan en gaat in bed liggen. Roodkapje verbaast zich over de grote oren, ogen, handen tanden, waarop de wolf haar opeet. De wolf valt in slaap, snurkt zo luid dat een jager gaat kijken. Als hij de buik ziet bewegen snijdt hij de buik open, waar grootmoeder en Roodkapje uit komen. Ze vullen de buik met stenen, naaien de buik dicht, na ontwaken wil de wolf uit de vijver drinken, verliest zijn evenwicht en verdrinkt.
Bron
René van Harten. Hans en Grietje; De gelaarsde kat; Assepoester; Roodkapje. Utrecht: FODOK, 1993
KB: 2071740
Collectie Roodkapje/Karsdorp
KB: 2071740
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
B211.2.4 - Speaking wolf.   
Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
Datum Invoer
2019-02-25
