Hoofdtekst
In een klein dorpje, aan de rand van een heel groot bos, woonde een meisje met haar moeder, die, omdat ze een rood kapje droeg, Roodkapje genoemd werd.
Haar Grootmoeder was reeds lange tijd ernstig ziek en had niemand bij zich om verpleegd te worden en dus moest Roodkapje één maal in de week naar Grootmoeder toe om haar wat vruchten en etenswaren te brengen.
Vandaag zou ze ook weer naar Grootmoeder gaan en haar Moeder was juist bezig om wat versnaperingen in een mandje te doen. Toen ze hiermede klaar was, gaf ze het Roodkapje en zei tegen haar: “Breng dit even naar Grootmoeder, maar denk erom, dat je stevig doorstapt en je door niemand laat ophouden."
Vrolijk ging Roodkapje aan de wandel en ze stapte flink door. Maar toen ze langs een veld met bloemetjes kwam, was ze geheel en al de waarschuwing van Moeder vergeten en dacht ze zo'n bos bloemen zal ik voor Grootmoeder medenemen. Terwijl ze aan het plukken was stond er plotseling een wolf naast haar die haar vroeg waar ze naar toe ging. En Roodkapje, ondanks dat ze geschrokken was, zei toch eerlijk, dat ze naar haar Grootmoeder ging, die aan de andere kant van het bos woonde. “Grootmoeder is ziek en nu moet ik haar wat etenswaren en lekkernijen brengen," vertelde Roodkapje. De wolf die een vals beest was, vroeg aan Roodkapje of ze lust had om met hem een weddenschap aan te gaan wie het eerst bij Grootmoeders huisje was en toen Roodkapje hierin toestemde, zei de wolf: “Luister, jij neemt deze kortste weg, dan neem ik de andere weg, die veel langer is, want ik kan toch harder lopen dan jij", en weg renden ze, ieder hun weg op.
Roodkapje liep heel vlug en toen ze bij het huisje van Grootmoeder kwam, en de wolf niet zag, riep ze: “Ha ik heb het gewonnen, want de wolf is er nog niet". Maar de valse wolf was al veel eerder bij het huisje geweest en had er aangeklopt en toen Grootmoeder vroeg: “Wie is daar?" had de wolf met een fijn stemmetje geantwoord: “Roodkapje, Grootmoeder". Daarop was hij naar binnen gerend, op Grootmoeder toegesprongen en slokte haar op. Deed daarna een nachthemd van haar aan en zette een slaapmuts op en zo was hij in bed gaan liggen.
Roodkapje stapte dus op de deur af en klopte. Een stem van binnen riep. “Kom maar binnen Roodkapje, want de deur is niet op slot". Roodkapje opende de deur en huppelde naar binnen. Toen ze bij het bed kwam, riep ze uit: “O, Grootmoeder, wat hebt U een grote ogen". “Daar kan ik je beter mee zien lief kind", antwoordde de wolf. “En Grootmoeder wat hebt U een grote oren". “Daar kan ik je immers beter mee verstaan", zei de wolf weer. “Maar Grootmoeder wat hebt U een grote neus". “Ja kind, daar kan ik je beter mee ruiken". Maar Grootmoeder, Grootmoeder, wat hebt U een grote mond”. “Ja”, gromde de wolf, “daar kan ik jou beter mee opslokken", en meteen sprong hij uit bed. Roodkapje schrok geweldig en gilde van angst. Maar de wolf sprong op Roodkapje toe en slokte haar eveneens op.
Hij was echter zo moe, dat hij in Grootmoeders bed ging liggen en in slaap viel en snorkte hard. Een jager, die passeerde, hoorde zo’n lawaai in het huisje, dat hij aanklopte.Toen hij geen gehoor kreeg en aan het geluid hoorde, dat het Grootmoeder niet kon zijn, duwde hij de deur open en stapte naar binnen. Toen hij in bed keek, zag hij dadelijk wat er gebeurd was. Hij nam zijn mes en sneed de buik van de wolf open en daar sprongen Roodkapje en Grootmoeder uit de buik van de wolf. Roodkapje vertelde aan den jager wat er gebeurd was. Deze dacht even na en vond een mooi plan. Hij ging met Roodkapje naar buiten en zocht dertig grote stenen. Toen ze deze bij elkaar hadden, gingen ze samen weer naar binnen en legden de stenen in de buik van de wolf, namen toen een naald en draad en naaiden de buik van de wolf dicht. Daarna sleepten ze hem naar buiten en legden hem bij een groot water neer.
De wolf werd wakker en toen hij het water zag, kreeg hij dorst en wilde gaan drinken. Toen rolden de stenen naar voren en viel de wolf met een zware plons in het water en verdronk. De jager bracht Roodkapje zelf naar haar moeder terug en daar vertelde Roodkapje aan haar moesje in geuren en kleuren, wat er gebeurd was. De moeder, die eigenlijk boos was, omdat ze niet naar haar waarschuwing geluisterd had, omhelsde Roodkapje toch, want ze was heel erg blij, dat ze haar kindje, weer terug had. De jager werd goede vrienden met Roodkapje en samen gingen zij nog vele keren naar Grootmoeder.
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Bron
KB: KW XKZ 0652
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   
B211.2.4 - Speaking wolf.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
