Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE146 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1911

Hoofdtekst

Roodkapje
Er was eens een allerliefst klein meisje; ieder die haar aankeek hield van haar, maar het allermeest haar grootmoeder; die kon maar niet genoeg bedenken wat zij haar allemaal geven zou. Eens gaf zij haar een kapje van rood fluweel; en omdat het haar zoo lief stond en zij nooit iets anders meer droeg, werd zij toen altijd "Roodkapje" genoemd.
Eens op een dag gebeurde het dat haar moeder zei: "Kijk Roodkapje daar heb je een tulbandje en een flesch wijn, breng die naar grootmoeder; zij is zoo zwak en sukkelend, het zal haar verkwikken; en wees lief en vriendelijk en groet haar van mij; maar loop vooral niet van den weg af, want anders val je en dan breekt de flesch en dan heeft arme, zieke grootmoeder niets." Roodkapje zei: "Ik zal aan alles denken," en zij gaf haar moeder te hand er op.
Grootmoeder woonde in het bosch, een half uur buiten het dorp. Toen Roodkapje in het bosch was, kwam zij den wolf tegen. Roodkapje wist niet dat het zoo'n boosaardig wild dier was, en was in 't geheel niet bang. "Dag Roodkapje," zei hij. "Dag wolf." "Waar moet je al zoo vroeg naar toe, Roodkapje?" "Naar grootmoeder." "Wat heb je onder je boezelaar?" "Tulband en wijn; wij hebben gisteren gebakken, grootmoeder is oud en ziek; het zal haar versterken." "Roodkapje, waar woont je grootmoeder?" "Nog een kwartiertje verder hier in 't bosch; onder de drie groote eikeboomen staat haar huisje bij de hazelaars; je zult het wel gezien hebben." De wolf dacht: "Dat jonge frissche meisje, dat is zeker een malsch boutje voor me; ik moet het slim aanleggen dat ik haar zeker snap." Hij bleef een poosje naast haar loopen, toen zei hij: "Roodkapje, kijk eens, wat bloeme staan hier overal, waarom kijk je niet eens rond? ik geloof, dat je niet eens hoort, hoe lief de vogeltjes zingen? Je loopt zoo bedaard of je naar school gaat, en het is toch zoo prettig in het bosch."
Roodkapje keek eens rond, en toen zij zag hoe de zonnestralen tusschen de boomtakken wipten en hoe overal de mooiste bloemen stonden, dacht zij: "Als ik grootmoeder een mooie, frissche bloemruiker meêbreng, dat zal haar toch ook pleizier doen; het is nog vroeg, ik kom toch wel bijtijds," en zij sprong het bosch in en ging bloemen plukken. Maar als zij er een geplukt had, zag zij altijd verder op een andere, die nog veel mooier leek, en liep er heen, en zoo raakte ze altijd dieper het bosch in.
Maar de wolf ging dadelijk naar het huis van de grootmoeder en klopte aan de deur, "Wie is daar?" "Roodkapje! ik kom met tulband en wijn, doe maar open!" "Druk maar op de klink!" riep grootmoeder, "ik ben te zwak, ik kan niet opstaan." De wolf drukte op de klink en ging zonder te spreken naar binnen, recht naar grootmoeder's bed, en slokte haar op. Daarna trok hij haar kleêren aan, zette haar muts op, en ging in haar bed liggen; de gordijnen trok hij dicht.
Roodkapje had al maar bloemen geplukt en toen zij er zóóveel had, dat zij ze haast niet meer dragen kon, viel het haar weêr in, dat zij naar grootmoeder moest, en zij ging op weg. Het verwonderde haar, dat de deur openstond, en toen zij in de kamer kwam, leek het haar daar zoo vreemd, en ze dacht: "Ach, wat ben ik hier toch angstig vandaag, en anders ben ik altijd zoo graag bij grootmoeder. Zij ging naar het bed en schoof de gordijnen open. Daar lag grootmoeder; zij had haar muts ver over haar gezicht getrokken, en zij zag er zoo wonderlijk uit. "Grootmoeder, wat heb je groote ooren!" "Dat is omdat ik je goed zou kunnen hooren!" "Grootmoeder, wat heb je groote oogen!" "Omdat ik je beter zou kunnen zien!" "Grootmoeder, wat heb je groote handen!" "Dat ik je beter zou kunnen pakken!" "Maar grootmoeder, wat heb je eene groote mond!" "Omdat ik je beter zou kunnen opslokken!" En toen de wolf, dat gezegd had, sprong hij uit het bed en at het arme Roodkapje heelemaal op. Toen de wolf zijn lust bevredigd had, ging hij weêr in bed liggen, en sliep in; en hij begon hard te snorken.
De jager kwam juist voorbij en dacht bij zichzelf: "Hoe kan die oude vrouw zoo snorken, ik moet toch eens gaan kijken of er iets aan scheelt." Hij ging de kamer binnen en zag den wolf in bed liggen. "Zoo ben je daar, ik heb je lang gezocht." Hij wou toen zijn geweer aanleggen, maar hij dacht, de wolf kon de grootmoeder wel opgevreten hebben, en misschien was zij nog te redden, en daarom schoot hij niet maar nam een schaar en sneed daarmee de slapende wolf zijn buik open. Na een paar knippen, kwam het roode kapje te zien, en nog een paar knippen, en het meisje sprong er uit en zij riep: "O wat ben ik geschrikt! het was zoo donker binnen in den wolf!" Toen kwam de grootmoeder er ook nog levend uit, maar zij kon nauwelijks meer ademhalen.
Roodkapje haalde gauw groote steenen, daarmeê vulden zij den wolf den buik weêr. Toen hij wakker werd wou hij wegloopen, maar de steenen waren zóó zwaar, dat zij hem neêrtrokken, en hij viel dood.
Toen waren zij alle drie blij. De jager nam de pels, grootmoeder at tulband en dronk den wijn, die Roodkapje had meêgebracht, en kwam weer heelemaal bij; maar Roodkapje dacht: "Nooit van mijn leven ga ik weêr alleen van den weg af en het bosch in, als moeder het verboden heeft."

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Roodkapje komt de wolf tegen, ze vertelt dat ze onderweg is naar grootmoeder en waar die woont. Ze laat zich door de wolf verleiden bloemen te plukken, waarbij ze steeds verder in het bos afdwaalt. De wolf gaat naar grootmoeders huis, klopt aan, doet Roodkapje na, gaat naar binnen, eet grootmoeder op, trekt haar kleren aan en gaat in bed liggen. Roodkapje verbaast zich over de grote oren, ogen, handen en mond, waarna de wolf haar opeet. De wolf snukt in zijn slaap zo hard dat een jager gaat kijken, de wolf wil doodschieten, bedenkt dat de wolf grootmoeder kan hebben opgegeten, en met een schaar de buik van de wolf openknipt, waar Roodkapje en grootmoeder uit komen. Ze vullen de buik van de wolf met stenen, nadat hij wakker is geworden wil hij weglopen, maar valt dood neer door de zware stenen. Roodkapje neemt zich voor altijd gehoorzaam te zijn.

Bron

Roodkapje; Sneeuwwitje. Mainz: Scholz, [1911]
KB: KW BJ 25723
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Oorspr. titel en uitg. Rotkäppchen. Schneewittchen. 1911 (no. 302)

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-02-28