Hoofdtekst
Grootmoeder woonde heel ver 't bos in. Op 'n keer nu had grootmoeder erge hoofdpijn en Roodkapje moest haar 'n schotel oliebollen en 'n fles bessensap gaan brengen. “Roodkapje", zei moeder nog, “pas nu goed op, of je geen wolf ziet en ga niet van 't bospaadje af. En kom niet aan de oliebollen of 't bessensap, want oliebollen en bessensap zijn alleen goed voor zieke grootmoeders. Roodkapje beloofde alles en ging op weg.
Maar de grote wolf van 't bos liep net zo goed over 't bospaadje als ieder ander. Hij had in weken niets meer te eten gehad en al z'n ribben kon je tellen. En juist die zelfde middag besloot ook hij maar eens op pad te gaan. Daar kwam Roodkapje aan. Roodkapje dacht helemaal niet meer aan moeder en was erg ongehoorzaam. De wolf vroeg beleefd of hij wat met Roodkapje mee mocht lopen. Nu, daar had ze niets op tegen. In 't eerst hadden ze 't natuurlijk evenals de kapper en kruidenier over 't weer. Maar langzamerhand begon de wolf over de schotel met oliebollen te praten. En toen hoorde hij van Roodkapje hoe de vork aan de steel zat. De wolf zei, dat hij daar allerlei huismiddeltjes voor wist. Heel goed was groene zeep achter je oren smeren. Maar 't beste van al was 'n papje van paardebloemen onder je hoofdkussen te leggen. Roodkapje geloofde alles en ging direct op zoek naar paardebloemen.
Van die gelegenheid maakte de wolf gebruik om er alleen van tussen door te gaan. De wolf liep op 'n drafje naar 't huisje van opoe. Hij klopte aan en riep : “Grootmoe, hier is Roodkapje met 'n grote schaal met lekkere oliebollen en 'n fles met de fìjnste bessensap." Toen riep grootmoe: “Trek maar aan 't touwtje en de deur zal opengaan." En zo kwam de wolf binnen. Grootmoe kreeg van schrik 'n appelflauwte en nu zag je eerst goed, dat de wolf erge honger had want in één hap was grootmoe verdwenen. Vlug deed de wolf de doek van grootmoe om z'n kop en kroop in bed.
Intussen had Roodkapje 'n grote ruiker paardebloemen geplukt en daarmee trippelde ze op 't huisje aan. Op ’t kloppen van Roodkapje riep de wolf juist zoals grootmoe 't had gedaan: “Trek maar aan 't touwtje en de deur zal opengaan". Wat keek Roodkapje op, toen ze haar grootmoe zoo veranderd vond! “Maar grootmoeder dan toch, wat hebt u grote ogen". “Dat is om beter te kunnen zien" antwoordde 'n stem uit de dekens. “En zeg, grootmoe, wat hebt u 'n lange neus!” “Dat is om beter te kunnen snuffelen" antwoordde grootmoe. “En grootmoe, wat heb je grote handen”. "Dat is om beter te kunnen graven", zei grootmoe. "En Opoeke toe" lachte Roodkapje, "wat hebt u 'n grote mond!” "Dat is om jou beter te kunnen ophappen" riep grootmoe. De wolf deed z'n muil open en een, twee drie was Roodkapje verdwenen! ”Zo", dacht de wolf "nu heb ik weer voor 'n week genoeg, nou nog 'n half uurtje slapen en dan naar huis." Hij zette de wekker op half vier en viel in slaap. Om half vier liep de wekker af, maar de wolf sliep zo vast, dat ie van geen toeten of blazen, wist! Hij snorkte daarbij zo hard, dat ieder die voorbij 't huisje kwam, 't kon horen.
Thuis was moeder reeds erg ongerust geworden en vader was niet thuis, die was na 't eten 't bos ingegaan. Toevallig kwam Roodkapje's vader even later langs 't huisje. Opeens hoorde hij duidelijk hulp roepen. Op z'n kloppen kreeg hij geen antwoord. Dus trok hij maar zonder verlof aan 't touwtje. Wie beschrijft z'n verbazing, toen hij daar de wolf in opoe's bed zag liggen. En ook hoorde hij, tot z'n schrik, dat 't hulpgeroep uit de muil van de wolf kwam en hij meende zowaar de stemmen van Roodkapje en grootmoeder te herkennen. Toevallig had vader papier en potlood bij zich. Hij schreef vlug op 'n velletje in telegram-stijl: “Wees gerust. Hulp komt. Vader." Hij rolde 't papiertje op en gooide 't in de muil van de wolf. Het hulpgeroep verstomde onmiddellijk en veranderde weldra in 'n gejuich.
Vader snelde nu naar't dorp, trommelde de halve bevolking bij elkaar en kwam weer terug hollen. De slager sneed nu voorzichtig de buik van de wolf open en tot aller verbazing en vreugde kwamen grootmoeder en Roodkapje naar buiten kijken. De wolf sliep nog steeds! Nu haalde de metselaar met 'n paar boeren grote stenen uit de beek. Deze werden voorzichtig in de buik van de wolf gedaan. De wolf sliep nog steeds door. De kleermaker legde nu de laatste hand aan 't kunstwerk en naaide de buik weer onzichtbaar toe. En de wolf sliep nog steeds! Nu trokken ze allen in opgewekte stemming weer naar 't dorp. Je begrijpt, dat Moe heel erg blij was Roodkapje gezond en wel terug te zien.
Toen de wolf na 'n dag of wat wakker werd, voelde hij zich nu niet bepaald lekker. Hij dacht dat 'm grootmoeder en Roodkapje dwarszaten. De wolf had zo'n erge dorst dat-ie maar meteen 't bed uitrolde en naar de beek sukkelde. Hier bukte hij zich te diep, sloeg door de zwaarte van de stenen voorover en verdronk jammerlijk.
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Bron
KW XKP 242
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   
B211.2.4 - Speaking wolf.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
