Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE171

Een sprookje (boek), 1958

Hoofdtekst

Er was eens een klein meisje. Ze woonde in een huis vlakbij een groot bos met haar moeder en haar vader, die een jager was. Wanneer je haar ook zag, in de winter of in de zomer, ze droeg altijd een rood manteltje. Dat had ze op haar verjaardag van haar grootmoeder gekregen. En omdat ze bij dat manteltje ook altijd een rood kapje droeg, noemden alle mensen haar Roodkapje. Het kan natuurlijk best dat ze ook nog een andere naam had. Lientje of Sientje of Suusje of Truusje. Maar die andere naam werd nooit gebruikt. Iedereen zei Roodkapje tegen haar.
Op een keer zei moeder: "Vandaag moet je naar grootmoeder, Roodkapje, want grootmoeder is een klein beetje ziek en ik vind dat je haar eens wat lekkers moest brengen". In een biezen mandje deed ze een paar taartjes (die ze zelf in de oven gebakken had), een potje boter en een fles vruchtensap. Ook deed ze er nog een paar sterappels bij, want ze wist dat grootmoeder daar dol op was. "Ziezo", zei ze tegen Roodkapje, "breng dat maar aan grootmoeder. En beloof me dat je op het paadje blijft en dat je flink doorstapt. En dat je met niemand praat en dat je om vier uur thuis bent". Dat beloofde Roodkapje.
Grootmoeder woonde in een huisje met een hoog dak, dat helemaal midden in het bos stond. Het was mooi weer. De zon scheen heerlijk. Terwijl Roodkapje over het paadje liep zong ze zachtjes een liedje en af en toe bukte ze zich om een bloem te plukken. Er bloeiden anemonen vlak naast het pad. Grootmoeder zou het vast prettig vinden als ze een boeketje anemonen meebracht. Dat vinden alle zieke mensen prettig, dacht Roodkapje Ze plukte een blauwe bloem. En een rode bloem. En ineens hoorde ze zeggen: “Voor wie ben je al die mooie bloemen aan het plukken?".
Ze schrok zo dat ze haar mandje liet vallen. "Schrik maar niet, ik zal je geen kwaad doen", zei de wolf, die achter een boom vandaan kwam. "Vertel eens, waar ga je naar toe?" Hij deed erg zijn best om vriendelijk te praten... "Ik ga naar grootmoeder", zei Roodkapje, "ze is een klein beetje ziek en ik ga haar wat lekkers brengen in mijn mandje". "Dat is heel aardig van je, Roodkapje", zei de wolf, "maar als je erg mooie bloemen wilt plukken moet je niet op het paadje blijven. Vertel eens, waar woont je grootmoeder?". "In het huisje met de regenton", zei Roodkapje. De wolf gaf haar een poot en rende weg.
Zo vlug hij kon (hij kende een extra kort weggetje) liep de wolf naar het huisje van Roodkapje's grootmoeder. Op zachte wolvevoeten kwam hij naderbij en klopte op de deur. Grootmoeder lag in bed. Ze had haar kanten neepjesmuts op en haar bril. Op de dekens lag haar warmwaterkruik, want ze had het een beetje koud. “Wie is daar?”, vroeg zij. “Ik ben het, Roodkapje", zei de wolf met een bedeesd stemmetje. “Ik kom U wat lekkers brengen in mijn mandje". “Duw de klink maar omhoog, dan gaat de deur vanzelf open", zei Roodkapje's grootmoeder. De wolf deed de deur open, sprong op het bed af en at grootmoeder op.
Roodkapje had gedaan wat de wolf gezegd had. Ze was het paadje afgedwaald én ze had op een open plekje de prachtigste bloemen geplukt, die je je voor kunt stellen. Toen ze er genoeg had liep ze gauw terug naar het paadje. Ze stapte nu vlug door. Zingen deed ze niet meer. Het is niet zo goed wat ik gedaan heb, dacht ze. Ik had moeder beloofd niet van het paadje af te gaan. Toen ze bij het huisje van grootmoeder was aangekomen, zette ze het mandje neer en klopte op de deur. Een beverige, schorre stem riep: "Wie is daar?". "Ik ben het, Roodkapje", zei Roodkapje. "Ik kom U wat lekkers brengen in mijn mandje". "Duw de klink maar omhoog, dan gaat de deur vanzelf open", zei de schorre stem.
Roodkapje opende de deur en stapte de kamer binnen. Daar lag de wolf in bed. Hij had grootmoeders neepjesmuts en grootmoeders bril opgezet. De dekens had hij tot zijn hals omhooggetrokken. Roodkapje liep naar het bed. "Maar grootmoeder, wat hebt U grote oren!", zei Roodkapje. "Dat is om je beter te kunnen horen", zei de wolf en rolde met zijn ogen. "Maar grootmoeder, wat hebt U grote ogen!", zei Roodkapje. "Dat is om je beter te kunnen zien", zei de wolf en hij opende zijn bek. "Maar grootmoeder, wat hebt U grote tanden!" zei Roodkapje. "Dat is om jou BETER TE KUNNEN OPETEN!", zei de wolf en met één hap at hij Roodkapje op.
De moeder van Roodkapje had die middag al een paar keer ongeduldig naar de klok gekeken en toen Roodkapje's vader, de jager, thuis kwam zei ze: "Ik weet niet waar onze dochter blijft. Ze heeft beloofd om vier uur thuis te zijn. Nu is het al half vijf en ze is er nog niet." De jager pakte zijn geweer, dat hij juist had opgehangen, van de muur. Samen gingen ze op weg naar het huisje van grootmoeder. Toen ze in de buurt kwamen, hoorden ze een luid gesnurk. De jager vond dat heel taal. Hij zei tegen zijn vrouw, dat ze bij de waterput moest blijven staan. Hij ging alleen verder.
De jager stapte het huisje binnen. Op het bed zag hij een verschrikkelijk dikke wolf liggen slapen. Hij greep zijn geweer en schoot de wolf dood. Daarna haalde hij een scherp mes uit zijn weitas, sneed de buik van de wolf open en haalde eerst grootmoeder en toen Roodkapje eruit. "Dat is goed afgelopen", zei grootmoeder. Roodkapje zelf zei niets, ze zag een beetje pips om haar neus.
De jager liep naar de beek in de buurt en kwam met een paar grote stenen terug. Hij stopte die in de buik van de wolf en naaide die toen weer goed dicht. Hij pakte de wolf bij zijn staart, liep ermee naar de put en gooide hem daarin. "Ziezo", zei grootmoeder, "ik was een klein beetje ziek, maar nu ben ik weer helemaal beter".
Omdat het intussen al zo laat geworden was, bleven Roodkapje en haar vader en moeder die nacht bij grootmoeder logeren, nadat ze eerst nog hadden gesmuld van het lekkers dat Roodkapje meegebracht had. De bloemen waren een beetje verwelkt, maar nadat ze een nacht in het water hadden gestaan waren ze de volgende ochtend weer net zo mooi als toen ze bloeiden in het bos, waar Roodkapje zo'n verbazingwekkend avontuur had beleefd.

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Roodkapje houdt zich niet aan de waarschuwing van moeder om onderweg naar grootmoeder niet te treuzelen, op het pad te blijven en met niemand te praten. Ze plukt bloemen in het bos, praat met de wolf, en vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. De wolf gaat naar grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, mag binnenkomen, eet grootmoeder op, zet haar muts en bril op en gaat in bed liggen. Roodkapje verbaast zich over de grote ogen, oren en tanden van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet en gaat slapen. Vader en moeder van Roodkapje worden ongerust, gaan naar grootmoeders huis, vader schiet de slapende wolf dood, snijdt de buik open, haalt Roodkapje en grootmoeder eruit, vult de buik met stenen en naait die dicht en gooit de wolf in een put.

Bron

Han G. Hoekstra. Roodkapje. Joure [etc.]: Douwe Egberts, [1958].
KB: KW BJ 52568
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Naar Grimm
Ills J.L. Geesink

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Lientje    Lientje   

Sientje    Sientje   

Truusje    Truusje   

Suusje    Suusje   

Datum Invoer

2019-03-18