Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ESOPET19

Een sprookje (), 13e eeuw

Hoofdtekst

Die wuwe lach ene weruen
soe siec dat si waende steruen
si bat hare moeder dat si vare
430 in peelgrimagien over hare
tallen kerken die si vint
doe seide die moeder lieue kint
het gaet al over niet mijn varen
du heefst die kerken ende die outaren
435 bevult soe dicke ende besmet
gheneestu oec soe saltu bet
du heuest die heilighen soe verwrocht
dine diet ghene hulpe an hem ghesocht
bi deser fauelen wi verstaen
440 die in peelgrimagien gaen
ende haer sonden met hem draghen
hets om niet dat si jaghen

Beschrijving

Een wouw is zo ziek dat ze denkt dat ze gaat sterven. Ze vraagt haar moeder een bedevaart te maken om voor genezing te vragen. De moeder zegt dat dit geen enkele zin heeft, omdat de wouw al jaren de kerken en altaren heeft bevuild. Bovendien zal de wouw zijn leven toch niet beteren.

Bron

handschrift UB Leiden Ltk. 191 (95r-103v)

Commentaar

13e eeuw
Voor een teksteditie zie Esopet. Ed. G. Stuiveling. Amsterdam 1965. Deel 2.
Zie ook: J.A. Schippers, Middelnederlandse fabels: studie van het genre, beschrijving van collecties, catalogus van afzonderlijke fabels. Nijmegen 1995. nr. 513. Zieke wouw.
Brigitte Derendorf, `Anmerkungen zum mittelniederländischen Esopet'. In: R. Damme e.a. (red.), Franco-Saxonica. Münstersche Studien zur niederländischen und niederdeutschen Philologie. Jan Goossens zum 60. Geburtstag. Neumünster 1990. p. 285-308.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21