Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ESOPET28

Een sprookje (), 13e eeuw

Hoofdtekst

Een wolf quam daer in pinen
.i. soghe ginc van verkinen
585 ic wille sijn dijn heuemoeder
van selker saken ben ic vroeder
dan iemen es die ic weet
brenc voert dine vrucht ghereet
ic sal doen datter toe staet
590 die soch bekenden over quaet
soete vrient seit soe nv vlie
ic sal wel doen sonder die
oec hadstu moeder edel here
spare mi doer diere moeder ere
595 die wolf ginc wech die soch dede
met verden hare verholenhede
hadse den valschen gheloeft
haer kinder waren haer gheroeft
hine es gheen vroet man die pleget
600 te ghelouen dat men hem seghet
bedi die andren wille bedrieghen
hem es luttel om .i. lieghen

Beschrijving

Een wolf komt een hoogzwangere vroedvrouw tegen. Hij biedt aan om haar te helpen bij de bevalling als vroedvrouw, maar de zeug weigert, omdat ze wel weet dat hij haar kinderen wil roven.

Bron

handschrift UB Leiden Ltk. 191 (95r-103v)

Commentaar

13e eeuw
Voor een teksteditie zie Esopet. Ed. G. Stuiveling. Amsterdam 1965. Deel 2.
Zie ook: J.A. Schippers, Middelnederlandse fabels: studie van het genre, beschrijving van collecties, catalogus van afzonderlijke fabels. Nijmegen 1995. nr. 521. Zeug en wolf als vroedvrouw.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21