Hoofdtekst
Lang geleden woonde er eens een meisje met haar moeder aan de rand van een groot bos. Van haar grootmoeder, die zielsveel van haar hield, had ze een roodfluwelen kapmanteltje gekregen. Het stond haar zo goed dat ze het alle dagen wilde dragen, winter en zomer. Daarom noemde iedereen haar Roodkapje.
Op een ochtend was ze in de tuin aan het spelen, toen haar moeder haar binnenriep. 'Grootmoeder is ziek,' zei moeder. 'Ze woont daar zo alleen aan de andere kant van het bos. Ik heb brood en koek voor haar gebakken en limonade gemaakt. Ga jij haar dit mandje even brengen. Maar denk erom, blijf nergens staan en praat nooit met mensen die je niet kent.' Roodkapje nam het mandje aan en huppelde vrolijk naar grootmoeders huis.
In het midden van het bos, een eindje van het pad, zag ze plotseling prachtige bloemen staan. Roodkapje dacht niet meer aan wat moeder gezegd had en ging een dikke bos bloemen plukken voor grootmoeder. Opeens stond ze oog in oog met een grote wolf. 'Hallo,' zei hij. 'Wat heb jij een leuk kapmanteltje aan.' Roodkapje wist niet dat een wolf gevaarlijk kon zijn. Ze was blij dat hij haar manteltje mooi vond en ze vergat dat ze van haar moeder niet met vreemden mocht praten. 'Dank je,' zei ze. 'Ik heb het van mijn grootmoeder gekregen. Ze ligt ziek in bed en nu ga ik haar bezoeken.' De wolf had een vreselijke honger. Het liefst had hij Roodkapje meteen opgegeten, maar hij durfde niet omdat hij hoorde dat er in de buurt houthakkers aan het werk waren. 'Waar woont je grootmoeder?' vroeg hij sluw. 'Aan de andere kant van het bos,' antwoordde Roodkapje. 'In een huisje bij de rivier.' 'Dat huisje ken ik,' zei de wolf. 'Je grootmoeder zal het wel leuk vinden als ik mee op bezoek kom. Vooruit, we houden een wedstrijd je hardlopen en kijken wie er het eerst is.' Daarop sprong hij weg en hij holde zo hard als zijn poten hem dragen konden. Want hij wilde absoluut eerst bij het huisje zijn. Intussen huppelde Roodkapje vrolijk verder over het pad en plukte hier en daar nog wat bloemen.
Het duurde niet lang of de wolf kwam bij grootmoeder aan. Hij klopte op de deur. Tok-tok-tok. 'Wie is daar?' vroeg een zwakke stem. 'Ik ben het: Roodkapje,' piepte de wolf met een hoog stemmetje. 'Dat is een verrassing!' riep de grootmoeder. 'Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur vanzelf open.' De wolf opende de deur en stormde naar binnen. In één hap slokte hij de oude vrouw op. Toen zette hij haar slaapmuts op, trok haar nachtjapon aan en ging in bed liggen wachten.
Eindelijk kwam Roodkapje bij het huis van de grootmoeder. Ze klopte op de deur. Tok-tok-tok. ‘Wie is daar?' vroeg de wolf en hij probeerde zijn stem even zwak te laten klinken als die van grootmoeder. 'Ik ben het, grootmoeder,' antwoordde Roodkapje. 'Ik heb brood en koek voor je meegebracht, en limonade die moeder zelf voor je gemaakt heeft. Dan word je snel weer beter.' De wolf likte zijn lippen en riep: 'Dat is lief van je, Roodkapje. Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur vanzelf open.’ Roodkapje trok aan het touwtje en opende de deur.
In het bed lag wel iemand met grootmoeders nachtjapon en slaapmuts, maar toch was Roodkapje in de war. Grootmoeder zag er zo anders uit! 'Grootmoeder toch,' riep Roodkapje verrast. 'Je hebt zulke grote ogen!' 'Dan kan ik je beter zien,' antwoordde de wolf. 'En je hebt zulke grote oren!' 'Dan kan ik je beter horen.' 'Maar grootmoeder, je hebt zulke grote tanden!' 'Dan kan ik je beter opeten!' brulde de wolf en sprong uit bed.
Roodkapje gilde van angst. Op dat moment kwamen de houthakkers terug van hun werk. Ze waren op weg naar huis en hoorden Roodkapje gillen. Ze renden het huisje binnen en met één klap van hun bijl sloegen ze de stoute wolf dood. Daarna sneed één van de houthakkers de buik van de wolf open. En wat gebeurde er? Daar sprong grootmoeder tevoorschijn en ze mankeerde helemaal niets. Roodkapje vloog grootmoeder om de hals en kuste haar.
Vanaf die dag luisterde Roodkapje altijd naar wat haar moeder zei. Ze praatte nooit meer met vreemden en ze bleef altijd op het pad als ze naar grootmoeder ging.
Op een ochtend was ze in de tuin aan het spelen, toen haar moeder haar binnenriep. 'Grootmoeder is ziek,' zei moeder. 'Ze woont daar zo alleen aan de andere kant van het bos. Ik heb brood en koek voor haar gebakken en limonade gemaakt. Ga jij haar dit mandje even brengen. Maar denk erom, blijf nergens staan en praat nooit met mensen die je niet kent.' Roodkapje nam het mandje aan en huppelde vrolijk naar grootmoeders huis.
In het midden van het bos, een eindje van het pad, zag ze plotseling prachtige bloemen staan. Roodkapje dacht niet meer aan wat moeder gezegd had en ging een dikke bos bloemen plukken voor grootmoeder. Opeens stond ze oog in oog met een grote wolf. 'Hallo,' zei hij. 'Wat heb jij een leuk kapmanteltje aan.' Roodkapje wist niet dat een wolf gevaarlijk kon zijn. Ze was blij dat hij haar manteltje mooi vond en ze vergat dat ze van haar moeder niet met vreemden mocht praten. 'Dank je,' zei ze. 'Ik heb het van mijn grootmoeder gekregen. Ze ligt ziek in bed en nu ga ik haar bezoeken.' De wolf had een vreselijke honger. Het liefst had hij Roodkapje meteen opgegeten, maar hij durfde niet omdat hij hoorde dat er in de buurt houthakkers aan het werk waren. 'Waar woont je grootmoeder?' vroeg hij sluw. 'Aan de andere kant van het bos,' antwoordde Roodkapje. 'In een huisje bij de rivier.' 'Dat huisje ken ik,' zei de wolf. 'Je grootmoeder zal het wel leuk vinden als ik mee op bezoek kom. Vooruit, we houden een wedstrijd je hardlopen en kijken wie er het eerst is.' Daarop sprong hij weg en hij holde zo hard als zijn poten hem dragen konden. Want hij wilde absoluut eerst bij het huisje zijn. Intussen huppelde Roodkapje vrolijk verder over het pad en plukte hier en daar nog wat bloemen.
Het duurde niet lang of de wolf kwam bij grootmoeder aan. Hij klopte op de deur. Tok-tok-tok. 'Wie is daar?' vroeg een zwakke stem. 'Ik ben het: Roodkapje,' piepte de wolf met een hoog stemmetje. 'Dat is een verrassing!' riep de grootmoeder. 'Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur vanzelf open.' De wolf opende de deur en stormde naar binnen. In één hap slokte hij de oude vrouw op. Toen zette hij haar slaapmuts op, trok haar nachtjapon aan en ging in bed liggen wachten.
Eindelijk kwam Roodkapje bij het huis van de grootmoeder. Ze klopte op de deur. Tok-tok-tok. ‘Wie is daar?' vroeg de wolf en hij probeerde zijn stem even zwak te laten klinken als die van grootmoeder. 'Ik ben het, grootmoeder,' antwoordde Roodkapje. 'Ik heb brood en koek voor je meegebracht, en limonade die moeder zelf voor je gemaakt heeft. Dan word je snel weer beter.' De wolf likte zijn lippen en riep: 'Dat is lief van je, Roodkapje. Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur vanzelf open.’ Roodkapje trok aan het touwtje en opende de deur.
In het bed lag wel iemand met grootmoeders nachtjapon en slaapmuts, maar toch was Roodkapje in de war. Grootmoeder zag er zo anders uit! 'Grootmoeder toch,' riep Roodkapje verrast. 'Je hebt zulke grote ogen!' 'Dan kan ik je beter zien,' antwoordde de wolf. 'En je hebt zulke grote oren!' 'Dan kan ik je beter horen.' 'Maar grootmoeder, je hebt zulke grote tanden!' 'Dan kan ik je beter opeten!' brulde de wolf en sprong uit bed.
Roodkapje gilde van angst. Op dat moment kwamen de houthakkers terug van hun werk. Ze waren op weg naar huis en hoorden Roodkapje gillen. Ze renden het huisje binnen en met één klap van hun bijl sloegen ze de stoute wolf dood. Daarna sneed één van de houthakkers de buik van de wolf open. En wat gebeurde er? Daar sprong grootmoeder tevoorschijn en ze mankeerde helemaal niets. Roodkapje vloog grootmoeder om de hals en kuste haar.
Vanaf die dag luisterde Roodkapje altijd naar wat haar moeder zei. Ze praatte nooit meer met vreemden en ze bleef altijd op het pad als ze naar grootmoeder ging.
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Roodkapje houdt zich aan de waarschuwing van moeder om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven en niet met vreemden te spreken. In het bos plukt ze bloemen en vertelt de wolf die haar aanspreekt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. De wolf besluit haar in grootmoeders huis opeten vanwege de houthakkers die in het bos werken. Hij zorgt ervoor als eerste bij grootmoeder te zijn, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, mag binnenkomen, eet grootmoeder op, trekt haat nachtjapon aan en gaat in bed liggen. Hij doet de stem van grootmoeder na als Roodkapje aanklopt. Ze verbaast zich over de grote ogen, oren en tanden van grootmoeder, waarop de wolf haar probeert te grijpen. De houthakkers die op het gillen van Roodkapje afkomen, slaan de wolf met een bijl dood, snijden zijn buik open waaruit grootmoeder verschijnt. Roodkapje belooft voortaan gehoorzaam te zijn.
Bron
Francis Thatcher. Sprankelende sprookjes met vier mini-boekjes en fantastische pop-ups. Leuven [etc.]: Davidsfonds [etc.], [1993]. Oorspr. titel en uitg. The fantastic fairy tale pop-up book. London: Collins, 1992. Bevat Hans en Grietje, Roodkapje, Assepoester, Doornroosje
KB: 5050097
Collectie Roodkapje/Karsdorp
KB: 5050097
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
B211.2.4 - Speaking wolf.   
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Commentaar
Ills Detty Verreydt
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
Datum Invoer
2019-03-20
