Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE192 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1993

Hoofdtekst

ROODKAPJE
Er was eens ... een klein meisje dat met haar moeder in een huis woonde, diep in een donker woud. Het meisje werd door iedereen Roodkapje genoemd.
Op een dag zei de moeder van Roodkapje: 'Grootmoeder is ziek. Wil je deze mand met koek naar haar brengen? Maar wees voorzichtig. Ga niet van het pad af en blijf onderweg niet stilstaan in het bos, dan zal je niets griezeligs overkomen.' Roodkapje hing de mand aan haar arm, gaf haar moeder een kus en ging op weg. Haar moeder zwaaide haar na. 'Ik ga regelrecht naar Grootmoeder!' riep ze over haar schouder, 'en ik zal onderweg nergens stil blijven staan!'
Vol goede voornemens liep het meisje door het bos, maar al gauw was ze de wijze raad van haar moeder vergeten. ‘Oh, wat een heerlijke aardbeien. En zo mooi rood …’ Roodkapje zette haar mand op de grond en boog zich over de aardbeienplanten. 'Wat zijn ze groot! Lekker! Heerlijk! Nog eentje, en nog een. Dit is de laatste .., nee, deze nog .,. Mmmm!' Uitnodigend gluurden de rode vruchten tussen de blaadjes door en Roodkapje holde van de ene plant naar de andere en stopte steeds maar weer aardbeien in haar mond. Plotseling herinnerde ze zich haar moeder, haar belofte, haar grootmoeder en het mandje ..., en ze rende terug naar het pad. De mand stond er nog en zachtjes zingend ging Roodkapje weer op weg.
Hoe dieper ze in het bos kwam, des te dichter stonden de bomen en struiken bij elkaar. Opeens zag het meisje een gele vlinder fladderen. Ze begon erachter aan te rennen. "Ik zal je pakken! Ik zal je pakken!' riep ze. Toen zag ze een grote pol margrieten in het gras. 'Ooh, wat mooi!' rìep ze en ze plukte een groot boeket voor haar grootmoeder.
Intussen werd Roodkapje van achter een boom bespied .., en even later schrok ze van een vreemd, ritselend geluid. Haar hart bonsde in haar keel. Angstig zei ze tegen zichzelf: 'Ik moet hier weg. Ik ga terug naar het pad.' Gelukkig had ze na een poosje het pad weer gevonden, maar haar hart sloeg van schrik over toen ze een schorre stem hoorde zeggen: 'Wat doet zo'n lief meisje als jij zo helemaal alleen in het woud?' 'Ik breng koek naar mijn grootmoeder. Ze woont aan het einde van dit pad,' zei Roodkapje met een bibberend stemmetje. Toen de wolf (want het was de grote, boze wolf zelf) dit hoorde, vroeg hij zo netjes mogelijk: 'Vertel eens, meisje, woont Grootmoeder alleen?' 'Ja,' antwoordde Roodkapje, ‘en ze doet nooit de deur open voor vreemden.'
'Nou, tot ziens maar weer!' riep de wolf. En terwijl hij wegrende, mompelde hij: 'Eerst eet ik Grootmoeder op en dan ga ik op het kleinkind liggen wachten.' Na een poosje kwam het huisje van Grootmoeder in zicht. De wolf klopte op de deur. 'Wie is daar?' riep Grootmoeder van uit haar bed. 'Ik ben het, Roodkapje. Ik kom u koek brengen omdat u ziek bent,' antwoordde de wolf, terwijl hij probeerde zijn stem zo hoog mogelijk te laten klinken. 'Druk de klink maar naar beneden en kom binnen!' riep Grootmoeder, die geen kwaad vermoedde tot ze een verschrikkelijke schaduw op de muur zag verschijnen ... Arme Grootmoeder. Want met een grote sprong stond de wolf naast haar bed en verslond de oude dame in één grote hap.
Even later klopte Roodkapje op de deur. 'Grootmoeder, mag ik binnenkomen?' riep ze. Vlug trok de wolf Grootmoeders nachthemd aan, zette haar slaapmuts op en kroop onder de dekens. Terwijl hij probeerde de bevende stem van Grootmoeder na te bootsen, zei hij: 'Druk de klink maar naar beneden en kom binnen!' 'Wat hebt u een lage stem,' zei het kleine meisje verbaasd. 'Daar kan ik jou beter mee begroeten,' zei de wolf. 'Maar Grootmoeder, wat hebt u grote ogen!' 'Daar kan ik je beter mee zien!' 'En wat hebt u grote handen?' riep Roodkapje terwijl ze naar het bed toe liep. 'Daar kan ik jou beter mee knuffelen,' zei de wolf. 'Grootmoeder, wat hebt u een grote mond,' zei het meisje zachtjes. 'Daar kan ik jou beter mee opeten!!' brulde de wolf en hij sprong uit bed en verslond het meisje. Toen hij zijn buik rond gegeten had, viel hij in een diepe slaap.
Nu liep er een jager door het bos, die bij het huisje wilde aankloppen om iets te drinken te vragen. Lange tijd had hij achter een grote, boze wolf aangejaagd die de hele omgeving onveilig maakte, maar hij was het spoor bijster geraakt. De jager hoorde een vreemd fluitend geluid. Het leek uit het huisje te komen. Hij gluurde door het raam en ... zag dat de boze wolf met een dikke buik in Grootmoeders bed lag te snurken. 'Daar heb je de wolf!' zei de jager zachtjes. 'Deze keer zal hij niet meer ontsnappen.' Zo stilletjes mogelijk laadde de jager zijn geweer en duwde zachtjes het raam open. Hij richtte op de kop van de wolf en ... PANG! De wolf was dood. 'Eindelijk heb ik je te pakken gekregen!' riep de jager vrolijk. 'Jij zult nooit meer iemand bang maken!' Toen sneed hij de buik van de wolf open en tot zijn verbazing sprongen Grootmoeder en Roodkapje gezond en wel eruit. 'Je kwam precies op tijd,' zei de oude dame die nogal van streek was. 'Gelukkig wel! En jij,' zei de jager tegen Roodkapje, 'kunt nu veilig naar huis. De boze wolf is dood en het bos is niet gevaarlijk meer.' Nog steeds een beetje bang sloeg het meisje haar armen om Grootmoeders hals. 'Oh, wat ben ik geschrokken, Grootmoeder!'
Veel later, toen het al donker begon te worden, klopte de moeder van Roodkapje helemaal buiten adem bij het huisje aan. Ze was bezorgd omdat haar kind nog steeds niet thuis was. Zodra ze Roodkapje gezond en wel naast Grootmoeder zag zitten, huilde ze tranen van blijdschap.
Roodkapje bedankte de jager nog eens en ging met haar moeder weer door het bos naar huis. Terwijl ze stevig tussen de bomen voortstapten, zei het meisje tegen haar moeder: 'We mogen niet van het pad af gaan en ook niet stil blijven staan. Dan kan ons niets gebeuren!'

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Roodkapje vergeet de waarschuwing van moeder om op het pad te blijven en niet te treuzelen als ze onderweg is naar grootmoeder. Ze plukt aardbeien en bloemen, zit achter vlinders aan, en vertelt de wolf dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. De wolf besluit eerst grootmoeder en dan Roodkapje op te eten. Bij grootmoeders huis klopt hij aan, doet Roodkapjes stem na, mag binnenkomen, eet grootmoeder op, trekt haar nachthemd aan, en gaat in bed liggen. Roodkapje verbaast zich over de stem, ogen, handen en mond van grootmoeder, waarop de wolf haar opeet. De wolf valt in slaap, een jager hoort snurken vanuit grootmoeders huis, gaat kijken en ziet de wolf. Hij schiet de wolf dood, snijdt de buik open, waarna Roodkapje en grootmoeder tevoorschijn komen. Moeder komt bezorgd naar huis van grootmoeder, huilt van blijdschap, Roodkapje zegt op de terugweg dat ze op het pad moeten blijven en niet treuzelen.

Bron

Peter Holeinone. Roodkapje en andere sprookjes. Toronto: Tormont, 1993. Bevat Roodkapje; De tondeldoos; Het meisje met de zwavelstokjes; De rattenvanger van Hamelen; De sneeuwkoningin; De populier en de beek; De gouden vogel; Narcissus; De prins met de robijn. Oorspr. titel en uitg. The Story of Little Red Riding Hood and Other Tales. New York: Gallery Books, 1990
KB: KW XKZ 0740
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Ills Piero Cattaneo

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-03-20