Hoofdtekst
Er was ereis een klein meisje, dat samen met haar moeder in een huisje woonde aan de rand van het bos. Iedereen noemde het meisje Roodkapje, omdat ze altijd een vuurrood mutsje droeg, dat ze van haar grootmoeder had gekregen. Op zekere dag zei de moeder van Roodkapje: 'Kind, je oude grootmoeder is ziek. Breng jij haar daarom maar eens een bezoekje. Hier is een mandje met wijn en koekjes. Maar, denk erom: onderweg niet treuzelen, loop stevig door en ga in het bos niet van de paden af. Ik hoop dat grootmoeder gauw weer beter is!'
Aan de rand van het bos woonde een klein meisje in een klein huisje. Omdat het huisje een rood dak had, noemde jong en oud haar Roodkapje. Op zekere dag zei de vader van Roodkapje: 'Mijn lieve kind, je grootmoeder is vandaag jarig. Ik heb hier een mandje met cadeautjes voor haar: een flesje wijn, een rol koekjes en een bosje bloemen.
Ga jij haar dat mandje maar eens brengen, maar denk erom: niet talmen onderweg: Doe grootmoeder mijn vriendelijke groeten en wens haar van harte proficiat! En nog vele jaren!'
Er was ereis een klein meisje dat Grietje heette. Dat wil zeggen: ze heette Grietje, maar omdat ze zulke vlammende rode haren had, noemde iedereen haar Roodkapje. Roodkapje woonde samen met haar grootmoeder in een oude toren in het diepst van het woud. Op zekere dag moest grootmoeder naar de stad om koekjes en limonade te kopen - én een hoestdrankje, want Roodkapje voelde zich een beetje ziekjes. 'Gauw terugkomen, grootmoeder,' zei Roodkapje, 'loop zo snel als je benen je dragen kunnen!' En grootmoe vertrok.
Toen Roodkapje in het bos kwam, zag ze naast het pad prachtige bloemen staan. Ze vergat de wijze woorden van haar moeder en ze dacht: Ik zal een bosje bloemen plukken voor grootmoeder. Plotseling hoorde Roodkapje een raar geluid. Naast haar stond een grote wolf. De wolf vroeg: 'Waar ga je heen, Roodkapje?' 'Ik ga naar het huisje van grootmoeder; zei het meisje.
'Waar woont je grootmoeder?' vroeg de wolf weer. 'Midden in het bos; antwoordde Roodkapje. En de wolf dacht: Hoera, ik ga eerst die oude oma opeten en daarna lust ik dit malse, jonge hapje ook nog wel. En hij rende met grote sprongen naar grootmoeders
Om bij het huis van grootmoeder te komen, moest Roodkapje een flink stuk door het bos lopen. Halverwege de tocht dacht zij: Ik heb een beetje honger, ik denk dat ik maar een koekje neem... Ze ging op het mos zitten en begon te smikkelen. Onverwacht hoorde ze een stem uit het struikgewas. Het was een grote, boze wolf, die dol was op koekjes. 'Mag ik er ook eentje?’ vroeg hij. 'Nee,' zei Roodkapje, 'want die koekjes zijn eigenlijk voor mijn grootmoeder, die een eindje verderop woont.
Ze is jarig, moet je weten.' Ik weet genoeg, dacht de wolf, als ik geen koekjes krijg, zal ik die ouwe oma maar gaan oppeuzelen. Die is nog niet jarig!
In het donkere bos kwam zij de grote boze wolf tegen. De grote boze wolf zong meteen: 'Zeg eens grootmoe, waar ga je henen, in het bos, in het bos? Zeg eens grootmoe, waar ga je henen, in het bos?'
En toen zong grootmoe: 'Voor mijn kleindochter koekjes kopen, lekker bros, lekker bros.'
De woorden van het liedje waren nog maar nauwelijks verklonken of de wolf had zijn schurkachtige plannen al klaar.
Op zijn zevenmijlslaarzen haastte hij zich naar de toren van Sneeuwwitje en om de paar seconden mompelde hij onheilspellend: 'Ik ruik mensenvlees! Ik ruik mensenvlees!'
Zodra de wolf bij grootmoeders huis was aangekomen, klopte hij driemaal op de deur. 'Wie is daar?' vroeg grootmoe met zwakke stem. 'Ik ben het, Roodkapje,' zei de wolf, 'ik kom koekjes en wijn brengen.' 'Kom dan maar binnen,' zei grootmoeder. En de wolf holde naar binnen en at grootmoeder op - met huid en haar. Daarna zette hij grootmoeders muts en bril op en ging likkebaardend in het bed liggen om op Roodkapje te wachten.
Even later klopte de wolf aan het huis van Roodkapjes grootmoe. 'Wie is daar?' vroeg zij. En de wolf bromde: 'Ik ben het, Roodkapje.' 'Je stem is te laag,' zei grootmama, 'jij kunt Roodkapje niet zijn!' Toen at de wolf een groot stuk krijt op - en hij probeerde het opnieuw. Met hoge stem piepte hij: 'Ik ben het, grootmoe: Roodkapje.' 'Kom dan maar binnen,' zei de oude dame. Ze deed haar deurtje open en met één grote hap schrokte de wolf haar naar binnen.
Toen de wolf bij de toren van Roodkapje was aangekomen, kon hij nergens een ingang vinden, de toren had geen deur.
Hij besloot te wachten tot grootmoeder terug zou komen.
Toen grootmoe die avond verscheen, klapte ze in haar handen en riep:
'Roodkapje, Roodkapje, laat je vlechten neer.'
Haha, dacht de wolf, dus zó gaat dat hier. Met één grote hap slokte hij grootmoeder door zijn keelgat en daarna klom hij langs de rode haren van Roodkapje naar boven.
Toen Roodkapje bij het huisje van grootmoeder kwam, zag ze dat de deur open stond.
Ze stapte binnen, schoof het bedgordijn opzij en zei: 'Grootmoeder, wat hebt u een grote oren!' 'Ja kind; zei de wolf,' dan kan ik je beter horen: 'En grootmoeder: zei Roodkapje, 'wat heeft u een grote ogen!' 'Ja, mijn kind: zei de wolf, 'dan kan ik je beter zien: 'En grootmoe: zei Roodkapje, 'wat heeft u een grote mond: 'Jaaaah" zei de wolf, 'dan kan ik je beter opeten!' En hij verslond Roodkapje met één grote hap.
Moe en voldaan legde de wolf zijn kop in de kussens en hij begon vervaarlijk te snurken.
Bij het huisje van grootmoeder aangekomen, zag Roodkapje dat de deur open stond. Ze ging naar grootmoeders bed en zag daar een donkere gedaante met harige oren en een bril.
'Grootmoeder, wat heeft u een grote muts!' zei ze. 'Ja meisje,' zei de wolf,' dan kan ik beter slapen!' 'En wat heeft u een grote bril!' 'Ja kind, dan kan ik beter lezen.' 'En,' zei Roodkapje, 'wat heeft u een grote mond!' En de wolf zei: 'Jaaaah, dan kan ik beter eten! Jou bijvoorbeeld!" En opnieuw nam hij een grote hap en in een tel was de arme Roodkapje verdwenen. De wolf trok de dekens over zich heen en snurkte dat het een aard had.
Roodkapje schrok geweldig toen ze onverwacht de harige tronie van de boze grote wolf zag. Ze was zo bang dat ze geen woord kon uitbrengen. 'Oh Roodkapje" zei de wolf, 'wat heb ik een enorme honger' en hij sperde zijn muil open en schrokte de arme Raponsje zonder vijven of zessen naar binnen. Vervolgens zette de wolf de mijter en de bril van grootmoeder op zijn kop, kroop in haar bed en viel in diepe slaap. Hij snurkte zo hard dat het in de wijde, wijde omtrek te horen was.
Een jager die toevallig passeerde, hoorde het daverende gesnurk.
Hij besloot een kijkje te nemen in het eenzame huisje.
Grootmoeder kon hij nergens ontdekken, maar wél vond hij in grootmoeders bed een slapende wolf met een ongelooflijk dikke buik. De jager begreep meteen wat er gebeurd was. Hij pakte zijn scherpste mes en sneed de dikke veelvraat voorzichtig open. En hup, daar sprongen Roodkapje en haar grootmoeder levend en wel naar buiten.
Roodkapje haalde gauw een paar grote stenen en stopte die in de holle maag van de wolf.
Toevallig kwam er een slager langs het huis van grootmoeder.
Hij hoorde het harde gesnurk en ging meteen op onderzoek uit. Toen hij de dikke buik van de slapende wolf zag, wist hij meteen hoe laat het was. Hij pakte zijn slagersmes en sneed de wolf voorzichtig open.
En uit de opengesneden bolle buik van de schrokop kwamen Roodkapje en haar grootmoeder weer feestelijk te voorschijn. Roodkapje naaide de buik van de wolf weer stevig dicht en kroop samen met haar grootmoeder en de slager in de grote staande klok om af te wachten wat er zou gebeuren.
Het gesnurk werd gehoord door een jonge prins die op zijn zwarte paard door het woud reed. De prins, die Hans heette, vroeg zich af welk levend wezen zo'n afschuwelijk geluid kon maken. Omdat hij nergens een deur of een poort kon vinden, veranderde hij zichzelf in een raaf en vloog hij door het venster de toren in. Meteen begreep hij wat er was voorgevallen. De raaf werd weer een prins en de prins greep naar zijn zwaard. Levend en wel sprongen Assepoester en haar grootmoeder te voorschijn uit hun benauwde gevangenis. En samen met de prins gooiden ze het lijf van de boze wolf het raam uit.
Eindelijk werd de wolf wakker.
'Oh,' zuchtte hij, 'wat heb ik een dorst! Het lijkt wel of ik rotsblokken heb gegeten in plaats van sappig mensenvlees.' Hij rende naar de put om te drinken, maar door het gewicht van de stenen viel hij hals over kop in het wateren verdronk.
Roodkapje vroeg of de jager de fles wijn wilde openmaken en zodra de geschrokken grootmoeder een slokje geproefd had, voelde ze zich meteen een stuk beter. De jager zei: 'Zo, Roodkapje, zul je voortaan voorzichtig zijn en beter luisteren naar wat je moeder zegt?' 'Jazeker,' lachte Roodkapje. Ze nam afscheid van haar grootmoeder en van de jager en ze wandelde rechttoe-rechtaan naar huis. En ze leefde nog lang en gelukkig.
Toen de wolf wakker werd, zei hij: 'Nu dacht ik toch werkelijk dat ik een boel gegeten had, maar ik heb nog altijd honger.
Ik zal eens kijken of er misschien iets lekkers in de oven staat.' Hij deed de oven open en stak zijn kop naar binnen. Snel gaf Roodkapje hem een duwtje en al even snel klapte ze de deur van de oven weer dicht. 'Opgeruimd staat netjes,' zei grootmoe, 'en nu gaan we feestvieren, want ik ben tenslotte jarig.' 'Zal ik even een flesje wijn halen?' bood de slager aan. 'Dat hoeft niet,' zei Roodkapje, 'ik heb een flesje wijn bij me. En mijn vader heeft ook koekjes meegegeven.' En ze dronken en aten en zongen en dansten en feestten nog lang en gelukkig.
'Boontje komt om zijn loontje: zei grootmoeder, 'maar wat nu? Hoe komen we uit deze toren?' 'Laat dat maar aan mij over,' lachte Hans. Hij sprak een toverspreuk en veranderde grootmoeder, Doornroosje en zichzelf in raven. Luid krassend wiekten de raven naar omlaag.
Wederom sprak de prins een bezwering uit en zodra allen weer hun gewone gedaante hadden gekregen, tilde hij grootmoe en Grietje op zijn paard en reed met hen naar zijn land. Daar vierde de prins bruiloft met grootmoeder. En ze leefden nog lang en gelukkig.
En Roodkapje? Die ging in een klein huisje bij het kasteel wonen - en elke zondag zong ze: “Ik Ga voor grootmoeder bloempjes plukken, en voor Hans, en voor Hans. 'k Ga voor grootmoeder bloempjes plukken, en voor Hans.'
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
In het verhaal zijn elementen uit Doornroosje, Hans en Grietje, Assepoester, Raponsje verwerkt.
Bron
KB: 4064202
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
B211.2.4 - Speaking wolf.   
Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
Grietje   
Assepoester   
Doornroosje   
Sneeuwwitje   
Raponsje   
Hans   
