Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE325 - Roodkapje

Een sprookje (artikel), 1975

Hoofdtekst

Roodkapje
Opnieuw herkauwd door Tomi Ungerer
Er was eens - en misschien wel meer dan eens - een kasteel dat midden in een godverlaten woud stond. In dat kasteel woonde een wolf. De bossen waren donker en er liepen geen paden doorheen, het kasteel was weelderig gebouwd en de wolf was, zoals alle wolven, slecht, somber en nog wreder dan wreed. Zijn reputatie was zelfs nog slechter dan zijn daden. Op een kolonie raven na die hij in dienst had, woonde hij er helemaal alleen, want hij werd door iedereen gevreesd. Hij had kind noch kraai, zijn snorharen werden al grijs en hij bracht zijn dagen door met zwerven door de bossen, op zoek naar een mals boutje.
Op een dag, toen hij vanaf een van de muren over de talloze bomen uitstaarde, kwam een van zijn uitkijkraven naar hem toevliegen.
"Eerwaarde meester, vorstelijke hertog en geliefde heerser," kraste hij, "in een bosje, drie mijl naar het noordoosten, aan de andere kant van het moeras, ten zuiden van het dorre gebied, zag ik een klein meisje, een maagdelijk hapje die bessen plukt op uw domein. Ze is helemaal in het rood gekleed, net een stoplicht. Ja meester, zo rood als een bietje."
"Welgedaan, getrouwe lakei," gromde de wolf en hij smakte met zijn kwabbige lippen. "We zullen dat zaakje straks wel eens regelen." " Straks" was onmiddellijk, en daar ging de wolf.
Het kleine, in het rood geklede meisje heette … ja ... je raadt het al, Roodkapje. Niet dat meisje over wie je wel eens iets gelezen hebt. Nee. Dit Roodkapje was het echte onvervalste Roodkapje, en tien tegen een dat dit het ware verhaal is.
Ze was zo leuk om te zien als wat; zacht en roze. Haar blonde vlechten glansden als vers brood en je zou je kunnen voorstellen dat vogels zo het blauw van haar ogen zouden binnenvliegen. Bovendien was ze verstandig en geestig. Ze droeg rode kleren, omdat ze dan volgens een van haar moeders rare ideeën gemakkelijker in het oog te houden was. Het kon Roodkapje niet schelen. Ze dacht dat ze op die manier iets bijzonders was.
Roodkapje was op weg om de wekelijkse voedselvoorraad af te leveren bij haar slechte en zwakke grootmoeder die aan de oever van een groenige vijver in een vervallen hut woonde. In de zware manden die ze droeg zaten drie zwijnskoppen, twee liter gesmolten varkensreuzel, een halve liter appelbrandewijn en twee knipbroden. De oude vrouw was een diva die zich teruggetrokken had omdat haar stem het begeven had. Ze was bijzonder bijgelovig en geloofde vast dat ze haar verknolde stem terug zou krijgen door het eten van varkenskoppen, -ogen, hersens en de hele reut. Haar woning gonsde van de vliegen die ook van varkenskoppen hielden, vooral in de zomer.
Roodkapje had er een hekel aan om erheen te gaan. Het was een hete zweterige dag en haar rode schapewollen kapje deed haar rug jeuken en steken. De manden werden al zwaarder en zwaarder en haar armen al langer en langer. Ze raakte uitgeput, hield halt in de koele schaduw van het bos en ging geurige bessen plukken. Ik kan net zo goed even hier blijven uitrusten, dan maar te laat, dacht ze bij zichzelf. Die manden zijn zo zwaar dat het net is of er wat in groeit. En ik krijg toch maar slaag en scheldwoorden voor al mijn moeite. Elke keer als ik daar kom, beschuldigt ze me van dingen die ik niet gedaan heb. Dat ik van de appelbrandewijn heb gedronken en heb geknabbeld aan een varkenskop enzovoort etcetera, en ze is er altijd helemaal naast. En op mijn tere huidje zijn nog altijd de blauwe plekken te zien waar de oude vrouw me geslagen heeft.
En hier, kijk eens, haar tanden staan nog in mijn schouders; daar heeft ze me de vorige week gebeten. Kwaadaardig tot in haar botten, dat is ze. "Hé, hallo," gromde een lage rauwe stem achter een boom vandaan. Het was de wolf die stilletjes naar het kind was toegeslopen dat zich op verboden terrein bevond. " Hallo, lieve schrandere jongedame, hoe kom je er zo bij om van mijn bloedeigen bessestruiken te peuzelen?"
" Hè, o, u laat me schrikken, ja, goeiedag excellentie," antwoordde de lieve jongedame. "Ik was hier bessen aan het plukken voor mijn ongeduldige buikje en ik was op weg om die manden hier, vol eten, naar mijn oude slechte grootmoeder te brengen die bij de groene vliegenvijver woont. En bovendien heb ik in het voorbijgaan nergens bordjes met verboden toegang gezien, dus hoe kon ik weten wiens bossen ik beschadig, nobele prins?"
"Koriander en marjolein, jongedame, snuggere dame, misschien ben je brutaal, misschien ben je slim, maar ik heb trek in wat je bij je hebt. Die manden lijken inderdaad nogal zwaar. Ha, weet je wat? Ik zal je ze helpen dragen. Ik ben sterk en flink en als je het mij vraagt, is het een bloedschande zo'n aardig rood meisje met zoiets zwaars te belasten. Ik weet alles van je grootmoeder af en ik kan alleen maar zeggen dat ze een nog slechtere reputatie heeft dan ik." "Wat is een reputatie, nobele prins?" vroeg onze heldin. "Noem me maar hertog," antwoordde de wolf. "Een reputatie is wat de mensen denken dat je bent. Je hebt reputaties in alle gradaties, sommige zijn goed, andere zijn slecht of heel slecht, zoals de mijne. Maar hoe het ook zij, dit is mijn plan, en het is bedacht door iemand die heel wat meer levenservaring heeft dan jij.
"Met mijn sterke armen zal ik de manden dragen, en niet naar de bungalow van je grootje, maar naar mijn eigen kasteel 'Kom mee, ik woon er eenzaam en verveel me. Kom met me mee, dan zal ik mijn geheimen met je delen, en nog veel meer. Mijn kelders bulken van de schatten. Je zult slapen in satijn en rondlopen in zijde. Mijn kasten buigen door van de brokaten kleren aan hangers van zuiver goud. In de winter zul je gehuld zijn in sabelbont. Mijn dienaren zullen de grond kussen waarop je loopt. Ik zal jou gelukkig maken en jij zult mij gelukkig maken, net zoals in een sprookje."
Er viel even een somber stilzwijgen en Roodkapje deinsde wantrouwig een paar stappen achteruit. "Ze zeggen dat wolven kleine kinderen opeten. Ik vertrouw je niet helemaal, meneer de hertog ... Je zult me toch niet opeten, hè? Met zo'n grote muil als jij hebt zou je me met huid en haar kunnen opschrokken." "Onzin, kind, dat zijn alleen maar lasterpraatjes. Wolven vreten alleen maar lelijke kinderen op, en dan nog alleen op speciaal verzoek," antwoordde het beest met een suikerzoete glimlach. "Nooit en te nimmer zou ik zoiets doen, nooit, dat zweer ik op mijn moeders truffel." "Maar je hebt van die enorme kaken, ze zien er angstaanjagend uit, en van die enorme hoektanden, waarom blinken die dan zo?" vroeg het meisje vrijpostig. "Omdat ik ze elke ochtend poets met vim." "En je tong, waarom is die dan zo roze?" "Omdat ik altijd op rozeknoppen kauw. Roze en rood zijn mijn lievelingskleuren," zei de wolf. "En waarom ..." - "Hou op met dat stomme gevraag," onderbrak de wolf haar. We moeten gaan als we mijn vorstelijke verblijfplaats nog voor het donker willen bereiken. Bovendien, vragen staan je geluk in de weg. Kom mee," zei de wolf en hij tilde de manden op. "Kom mee, ik heb een exotische bibliotheek in mijn paleis en een piekfijn zwembad in mijn tropische kas." "Maar ik kan niet zwemmen," zei Roodkapje. "En wat moet er dan van mijn ouders en slechte grootmoeder worden?" "Lees het eind van dit verhaal, dan zie je het wel," zei de wolf. "We zullen briefkaarten aan je ouders sturen en ze uitnodigen voor de bruiloft. Je grootmoeder is oud genoeg om voor zichzelf te zorgen en als je niet kunt zwemmen, dan laten we het zwembad gewoon leeglopen."
En daar gingen ze en ze leefden nog lang en gelukkig. Ze trouwden inderdaad en ze kregen allerlei kinderen die ook allemaal lang en gelukkig leefden.
En de grootmoeder? Omdat ze geen eten meer kreeg, kromp ze steeds verder in elkaar tot ze nog maar een centimeter of tien groot was. De laatste keer dat ze werd gezien was ze in gezelschap van een Noorse rat iemands provisiekast aan het leegplunderen. En al was ze klein en hongerig, ze bleef net zo slecht als altijd.

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Alternatieve versie waarin de grootmoeder een kwaadaardige vrouw is, in een armoedige hut woont, Roodkapje helemaal in het rood is gekleed, de wolf alleen in een weelderig kasteel diep in het bos woont, Roodkapje en de wolf trouwen.

Bron

Ungerer, Tomi. Sprookjes. Utrecht [etc.]: Bruna, 1975. Oorspr. titel en uitg. A storybook. [S.l.]: Franklin Watts, 1974
KB: FE 1975 45
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Commentaar

Bevat 1. De omgekeerde wereld. 2. De tondeldoos. 3. Slimme Grietje. 4. Tafeltje-dek-je. 5. Petronella. 6. Roodkapje
Ills. Ef Leonard [pseud. van Frans Leonard Hummelman]

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Noorse    Noorse   

Datum Invoer

2019-04-01