Hoofdtekst
Heel lang geleden leefde er in een ver land een lief meisje. Van haar grootmoeder, die natuurlijk heel veel van haar kleindochtertje hield, had zij eens een beeldig rood manteltje met een kapje gekregen. Dit was de reden, dat de mensen in de omgeving haar nooit aanspraken bij haar echte naam, maar haar eenvoudig Roodkapje noemden. Iedereen was erg gesteld op Roodkapje. Dat was ook gemakkelijk te begrijpen, want zij was voor alle mensen steeds vriendelijk en hulpvaardig. Als er eens een boodschap gedaan moet worden, dan was Roodkapje daar altijd voor te vinden en nooit mopperde zij als zij voor haar moeder iets bijzonders moest doen. Zelfs het vaten wassen, waaraan verschillende meisjes zo'n hekel hebben, deed zij graag en met opgewektheid.
Op een dag werd haar grootmoeder ziek. Die grootmoeder woonde alleen in een klein huisje, dat aan de rand van een groot bos stond. De grootvader van Roodkapje was al lang geleden gestorven. Zij kon zich hem niet eens meer herinneren.
Op een zekere dag, toen de zon hoog en stralend aan de hemel stond en het bos vol was van vrolijk vogelengezang, zei de moeder van Roodkapje tegen het meisje: "Kindje, ik heb een mandje klaar gemaakt en dat moet je even naar grootmoeder toe brengen!" De ogen van Roodkapje begonnen te schitteren. Zij was dol op haar grootmoeder en vond het daarenboven heerlijk om een wandeling te kunnen maken. Maar zij was ook wel een beetje nieuwsgierig om te weten wat er allemaal in het mandje zat, dat moeder gereed gemaakt had. Zij vroeg daarom: "Wat zit er in het mandje, moeder?" Moeder glimlachte en zei: "Wil je dat graag weten" Roodkapje kreeg een kleur van verlegenheid, want haar vader en moeder hadden haar altijd geleerd, dat kleine meisjes niet nieuwsgierig mochten zijn. Doch deze keer bleek moeder het gelukkig niet erg te vinden. En zij vertelde: "Er zit een krentenbrood in en een fles wijn en een kaasje en een grote koek!" Roodkapje knikte en zei: "Dat zal grootmoeder allemaal erg lekker vinden, denk ik!"
Maar nu gaf moeder Roodkapje een ernstige raad. Zij zei: "Roodkapje, denk er om, dat je niet van de grote weg afgaat en het bos inloopt, want dan kon je de boze wolf weleens tegen komen!" Roodkapje, die veel van de wolf gehoord had en bang voor hem was, beloofde onmiddellijk: "Ik zal het beslist niet doen, moeder!" "Mooi! Daar reken ik op. En hier is het mandje! Je mag een uurtje bij grootmoeder blijven!" "Fijn moeder!" Roodkapje gaf haar moeder een zoen op beide wangen en ging toen vrolijk op weg. Moeder bleef haar even nakijken.
Wat scheen de zon heerlijk! En wat geurde het lekker naar bloemen en planten! En wat zongen de lieve vogels een mooi lied! Roodkapje voelde zich heel gelukkig. Met vlugge stappen liep zij over de brede weg, die dwars door het bos voerde en op het huisje van haar grootmoeder uitkwam. Maar eensklaps werden Roodkapjes ogen getrokken naar de gele en blauwe en rode bloemetjes, die in het bos groeiden. Als zij er daar eens een paar van plukte en voor grootmoeder meenam! Maar moeder had haar verboden in het bos te gaan! Roodkapje dacht echter: "Het is zo dicht bij de weg, dat moeder dat wel niet erg zal vinden!" En... Roodkapje ging het bos in.
Zij was eerlijk van plan geweest om niet ver van de weg af te gaan. Maar zo ongemerkt liep zij toch dieper het bos in. Het was net of de bloemen haar toeriepen: "Roodkapje, kom ons maar plukken!" En Roodkapje maakte een prachtige ruiker. Zij was zo verdiept in haar werk, dat zij in het geheel niet merkte, dat de wolf een paar meter verder naar haar stond te kijken. De wolf dacht: "Wat zou Roodkapje van plan zijn? En wat zit er wel in het mandje, dat zij bij zich heeft?" Eensklaps stond hij vlak bij haar en zei op vriendelijke toon: "Goede morgen, Roodkapje!" Verschrikt keek Roodkapje op. Daar was dus de wolf! "Wat ben je daar aan het doen?", vroeg de wolf op zijn vriendelijkste toon. Een beetje gerustgesteld antwoordde Roodkapje: "Ik pluk bloemen voor mijn grootmoeder, die in het gindse huisje woont, meneer Wolf!" "Zo, dat zal je grootmoeder wel lief van je vinden, Roodkapje!" "Ja, meneer Wolf, dat hoop ik ook. U moet weten, dat grootmoeder ziek is!" Met een medelijdende stem zei de sluwe wolf: "Och, wat vind ik dat erg voor die arme grootmoeder van je!" Roodkapje vond de wolf helemaal niet zo naar en griezelig als zij altijd gedacht had en vertelde hem, dat zij een mandje met lekkers aan haar grootmoeder ging brengen. De wolf knikte eens met zijn kop en zei: "Ik moet nu weer verder, lieve Roodkapje! Pluk jij nog maar veel bloempjes! Dag Roodkapje!" "Dag, meneer Wolf!"
Haastig ging de wolf nu naar het huisje van de oude grootmoeder. Hij trok aan de bel en hoorde toen een stem vragen: "Wie is daar?" Het boze dier antwoordde met veranderde stem: "Ik ben het grootmoeder, Roodkapje!" "Mooi, lieve kind! Kom maar gauw binnen! De deur is niet op slot. Je behoeft alleen maar de klink op te lichten!", riep de oude vrouw. Even later stond de wolf in het kamertje, waar grootmoeder in de bedstee lag. Wat schrok de vrouw! Maar... met een hap had de wolf haar al verslonden! Gauw deed hij een nachtpon van haar aan en zette een slaapmuts van haar op. Toen ging hij in bed liggen. Ook zette hij nog grootmoeders bril op, die op een klein tafeltje lag. Hij had nog meer trek en wachtte nu op Roodkapje, die wel spoedig zou komen. De wolf luisterde met gespitste oren of hij het kleine meisje hoorde naderen.
En ja hoor, daar hoorde hij voetstappen. Toen werd er gebeld. Met een verdraaide stem riep de wolf: "Wie is daar?" Roodkapje antwoordde: "Ik ben het, grootmoeder, Roodkapje!" "Mooi kindje, licht de klink van de deur maar op. Dan kun je binnenkomen!" Roodkapje deed wat haar gezegd werd. Zij kwam het huisje binnen en zag grootmoeder in de bedstede liggen. Maar terwijl zij langzaam de bedstede naderde, dacht zij: "Wat ziet grootmoeder er vreemd uit!" Neen, Roodkapje herkende haar grootmoeder eigenlijk niet meer. Wat was zij vreemd geworden. Een paar dagen geleden, toen grootmoeder nog niet ziek was, had zij grootmoeder ook nog een mandje met lekkernijen gebracht. Om grootmoeder een beetje te plagen had zij het toen op haar rug gehouden en lachend gezegd, dat zij niets bij zich had. Maar grootmoeder had wel beter geweten. En zij waren toen samen naar binnen gegaan, waar grootmoeder haar een kop chocola en een stuk koek gegeven had. En grootmoeder had haar toen ook een verhaal verteld uit haar eigen jeugd. Zij was toen nog erg klein en zou juist met haar moeder slapen gaan, toen ze door het raam een wolf van het dak in een put zagen springen!
Terwijl Roodkapje zich dit verhaal herinnerde, dacht zij aan de wolf, die zoëven in het bos gezien had. Neen, voor haar wolf behoefde zij niet bang te zijn. Dat was een heel aardige wolf, die niemand kwaad zou doen. Onderwijl was Roodkapje bij de bedstede gekomen. Maar wat vond zij haar grootmoeder er toch vreemd uitzien. En eindelijk zei Roodkapje: "Grootmoeder, wat hebt U grote ogen!" "Dat is om beter te kunen zien, kindje!" "En, grootmoeder, wat hebt U grote oren!" "Dat is om beter te kunen horen, Roodkapje!" "En, grootmoeder, wat hebt U een grote neus!" "Dat is om beter te kunen ruiken, kleintje!" "En wat hebt U een grote mond, grootmoedertje!" Nu verhief de slechte wolf zich en antwoordde grimmig: "Dat is om jou beter te kunnen opeten!"
Hij greep Roodkapje beet en verslond haar in enkele ogenblikken. Van het vele eten, dat hij gedaan had, was de wolf slaperig geworden. Hij stapte weer in de bedstede en legde zijn hoofd op het kussen. Weldra lag hij te snurken. Maar een wolf snurkt heel anders dan een mens. Het leek wel of er een orkaan woedde. Het gesnurk van de wolf was tot ver in de omtrek te horen.
De vader van Roodkapje, die jager was, bevond zich juist in het bos. De mensen hadden hem verteld, dat er in het bos ook een wild zwijn was. En zij waren voor dit dier wel een beetje bang. Niet zo bang als voor de wolf. Maar een wild zwijn kon toch ook heel gevaarlijk worden. Dat was de reden, dat de vader van Roodkapje besloten had het dier op te zoeken en hem dood te schieten. Dan kon hij tenminste geen schade aanrichten. Maar tot heden had hij het wilde zwijn nog niet gevonden.
Maar wat was dat? Onweerde het in de verte? De jager schudde het hoofd. Dat kon bijna niet, want het was immers het prachtigste weer, dat men zich maar denken kon. De jager luisterde wat opmerkzamer. Neen, dat was geen onweer. Het was heel iets anders. Het leek op snurken. Maar als een mens zo snurkte, dan moest deze wel een reus zijn. Ineens ontdekte de jager, dat het geluid uit de richting van het huisje van grootmoeder kwam. Dat vond hij een heel vreemde geschiedenis en hij besloot onmiddellijk om eens polshoogte te gaan nemen. Hij holde naar grootmoeders huisje toe, dat echter nog op een tamelijk grote afstand lag. Maar de jager had flinke benen en binnen weinige minuten had hij het huisje bereikt. Zijn vermoeden bleek juist geweest te zijn. Het gesnurk kwam uit het huisje van grootmoeder. Maar het kon onmogelijk afkomstig zijn van de oude vrouw. Vol bange voorgevoelens opende de jager de deur en trad het huisje binnen.
En wat zag hij daar? Een slapende wolf in de bedstede! Hij begreep onmiddellijk wat er gebeurd was. Snel greep hij zijn mes uit zijn gordel en sneed er de buik van het ondier mede open. Tot zijn onuitsprekelijke vreugde zag hij grootmoeder en Roodkapje weer ongedeerd te voorschijn komen. De gulzige wolf had ze in een hap door zijn keelgat laten glijden. Natuurlijk hadden grootmoeder en Roodkapje het wel een beetje benauwd gehad in de maag van de wolf en zij waren heel blij, dat zij weer wat frisse lucht konden inademen.
De jager ging naar buiten en haalde een hoeveelheid stenen. Daar vulde hij de buik van de wolf mee en grootmoeder, die heel handig met naald en draad kon omgaan naaide de buik keurig dicht. Toen dit gebeurd was, bond de jager een touw om de kop van het ondier en sleepte hem naar de rivier, die door het bos stroomde. Hij wierp de wolf in het water. Het dier, dat door de stenen natuurlijk erg zwaar geworden was, zonk dadelijk naar de diepte. Met een tevreden gezicht keek de jager toe. Hij was heel blij, dat hij nog net op tijd gekomen was om grootmoeder en zijn dochtertje te redden. En de wolf zou voortaan niemand meer kwaad kunnen doen. De jager ging terug naar het huisje van grootmoeder, waar de oude vrouw en Roodkapje op hem wachtten. Roodkapje moest haar vader toen alles vertellen wat er gebeurd was.
Met een ernstig gezicht luisterde de jager toe. Toen Roodkapje eindelijk haar verhaal gedaan had, zei hij: "Het is dus allemaal gekomen door je ongehoorzaamheid, Roodkapje! Moeder had je zo gewaarschuwd om niet van de grote weg af te gaan!" Roodkapje kreeg tranen in haar ogen. Ja, haar vader had gelijk. Wanneer zij naar haar moeder geluisterd had zou dit alles niet gebeurd zijn Het was nog wel goed afgelopen, maar het had ook heel slecht kunnen aflopen. Dat zag Roodkapje heel goed in. Toen Roodkapje later thuis was en haar vader en moeder nogeens alles met haar bespraken beloofde zij, dat ze voortaan nooit meer ongehoorzaam zou zijn en dat zij alles precies zou doen, zoals haar ouders het haar zeiden.
En Roodkapje hield woord. In de toekomst luisterde zij met open oren naar de waarschuwingen, die zij van haar vader of moeder kreeg en zij dacht er niet meer aan deze in de wind te slaan, hoe mooi de bloemen ook bloeide en hoe fraai de vogels ook zongen. Ben jij, die dit verhaal van Roodkapje gelezen hebt, weleens ongehoorzaam? Ja, werkelijk? Nou, dan zou ik maar steeds denken aan Roodkapje en aan wat haar had kunnen gebeuren, wanneer haar vader eens niet het snurken van de wolf gehoord had. Oudere mensen weten het altijd beter dan kleine jongens en meisjes. Zul je dat steeds goed onthouden? In deze tijden lopen er weliswaar geen wolven meer door het bos, maar er kunnen toch nog allerlei andere nare dingen gebeuren.
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Bron
KB: KW XKZ 1517
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
B211.2.4 - Speaking wolf.   
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
Wolf   
