Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE305 - Roodkapje en de wolf

Een sprookje (boek), 1930

Hoofdtekst

ROODKAPJE EN DE WOLF
Er woonde eens in een huisje ver buiten de stad een blond klein meisje. Eens toen het meisje jarig was, kreeg zij van haar moeder een rood manteltje cadeau; haar grootmoeder gaf haar een daarbij passend rood kapje. Het roode kapje stond haar erg goed en zij had het altijd op. Daarom noemden de menschen die haar zagen haar “Roodkapje".
Op een heerlijken zomerdag riep haar moeder haar en zeide: “Roodkapje, ik heb heerlijke koeken gebakken, breng jij die nu eens naar grootmoeder, die heel zwak en ziek is.” De moeder gaf Roodkapje een mandje gevuld met koek en wijn en zeide: “Hier in het mandje heb ik koek en wijn gedaan, wat je grootmoeder zal versterken. Je mag echter nergens blijven staan en niet van den weg afdwalen." Roodkapje was een lief kind en beloofde haar moeder te doen, wat deze zeide. Zij gaf haar moeder een kus en ging vroolijk op weg om haar lieve grootmoeder die een half uur diep in het bosch woonde, te verrassen.
Het is heerlijk frisch in het bosch en blij liep zij door. Toen zij een eindje geloopen had, zag zij iets dieper in het bosch mooie bloemen staan en zij dacht: “Ik wil grootmoeder verrassen, zij houdt veel van bloemen en ik zal een mooie ruiker voor haar mede brengen." Zij liep zonder aam haar moeder’s raad te denken dieper het bosch in en opeens stond er een wolf voor haar.
“Goedendag, Roodkapje." sprak hij. “Goedendag, wolf." “Waar ga jij zoo alleen naar toe, kindlief." “Naar grootmoeder." antwoordde het meisje. “Wat heb je daar in het mandje?” “Koek en wijn, wolf, dat heeft mijn moeder mij mede gegeven voor mijn grootmoeder, die ziek is." “Dat is heel aardig van je moeder,” “Waar woont je grootmoeder dan?" “Nog een kwartiertje verder het bosch in, in een lief, groen huisje, onder die groote boomen in een haag van hazelaars erom heen." De wolf dacht: “Die Roodkapje zou een heerlijk hapje voor mij zijn. Ik zou echter wel eerst de grootmoeder lusten en moet dus zorgen dat ik vóór Roodkapje bij haar grootmoeder ben. Ik moet dus een list gebruiken, om haar nog een poosje hier te houden, terwijl ik de grootmoeder opeet."
Hij dacht even na en zeide toen: “Vind je het hier niet prachtig? Je loopt net zoo hard alsof je naar school gaat. Je hebt mooie bloemen in je hand, maar iets verder het bosch in, staan nog mooiere.” Toen ging Roodkapje naar de mooie bloemen en dwaalde zonder er erg in te hebben, al dieper en dieper het bosch in.
De listige wolf sloeg de kortste weg naar het huisje van grootmoeder in en klopte aan de deur. “Wie is daar,” zeide de grootmoeder. “Roodkapje” sprak de wolf, ik kom U koek en wijn brengen, maakt U even open?” “Ik ben te ziek en te zwak om op te staan. Als je op de klink drukt, gaat de deur van zelf open." De wolf deed dit en de deur sprong open; hij ging naar binnen, sprong op het bed en at de grootmoeder op. Hij ging met de muts van grootmoeder op in het bed liggen en trok de dekens over zijn ooren.
Toen, Roodkapje al die mooie bloemen zag. bleef zij zoolang plukken, tot zij bijna niet meer dragen kon. Toen nam zij haar mandje op en sloeg den weg naar grootmoeder in. Toen zij bij het huisje kwam en de deur open zag staan, werd zij opeens erg bang. Zij stapte binnen, liep zacht naar het bed en zeide: “Dag, grootmoeder.” De wolf met de muts van grootmoeder op, keek uit zijn bed naar Roodkapje, die verschrikt riep: “O, grootmoeder, wat heeft U groot, ooren!” “Daar kan ik beter mede hooren." “En wat heeft U groote oogen." “Daar kan ik beter mede zien.” “Maar wat zijn Uw handen groot," zei Roodkapje toen de wolf zijn pooten op het dek legde. “Daar kan ik je goed mede pakken." “Maar grootmoeder, wat heeft U een groote mond." “Daar kan ik je beter mede opeten," en meteen sprong hij uit bed en at Roodkapje op. Toen ging hij weer gauw in bed en dacht: “Dat is heerlijk geweest, nu ga ik nog wat slapen in dit warme nestje.”
Hij sliep weldra in en snorkte zoo luid, dat een voorbijgaande jager dacht: “Hè, wat maakt die oude vrouw een lawaai, wat een raar geluid. Ik zal eens zien wat of er te doen is." Toen hij binnen kwam, zag hij tot zijn schrik de wolf in bed liggen. “Wel leelijk beest, jij hebt zeker dat oude vrouwtje opgegeten. Wat een geluk dat ik een groot mes bij mij heb." Hij trok zijn mes uit de schede en sneed de buik van den wolf open. Toen hij een klein sneedje gemaakt had, zag hij iets roods. Vlug sneed hij verder en toen kwamen de grootmoeder en Roodkapje te voorschijn. Wat een blijdschap; de jager werd hartelijk omhelsd en bedankt. Roodkapje zette vlug koffie en haalde de koek, die haar moeder had medegegeven, uit het mandje. De jager moest aan tafel plaats nemen en mede eten.
Toen zij gegeten en gedronken hadden, haalden grootmoeder en Roodkapje groote, zware steenen, op aanraden van den jager en vulden daarmee den buik van den wolf. Toen naaiden zij den buik weer toe en droegen de nog steeds snorkende wolf naar buiten, dicht bij een put. De grootmoeder nam Roodkapje op schoot, bedankte haar voor de mooie bouquet en zeide: “Ik ben heel blij met de bloemen, lieveling, maar je mag nooit meer ongehoorzaam zijn en je moet altijd goed naar je moeder luisteren." Roodkapje gaf haar grootmoeder een kus en beloofde nooit meer ongehoorzaam te zijn en steeds te doen wat haar moeder zei.

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Ondanks de waarschuwing van moeder om onderweg naar grootmoeder om niet te treuzelen en op de weg te blijven, is Roodkapje ongehoorzaam. Ze gaat in het bos bloemen plukken, komt de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont, en laat zich verleiden om nog meer bloemen te plukken. Intussen gaat de wolf gaat naar grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, mag binnenkomen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. Roodkapje verbaast zich over de ogen, oren, handen en mond van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. De wolf snurkt in zijn slaap zo hard dat een jager gaat kijken, de wolf ziet en met een mes zijn buik opensnijdt, waar Roodkapje en grootmoeder uit komen. Ze vullen de buik van de wolf met stenen, naaien de buik dicht en slepen de wolf naar een put. Roodkapje belooft nooit meer ongehoorzaam te zijn.

Bron

Sprookjesboek. [S.l.]: s.n.], [ca. 1930]
KB: KW SMC K 2140
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-04-25