Hoofdtekst
101.
Dieren
Dieren spreken
Als 't oudejaarsavond twaalf uur is, dan spreken de paarden en de koeien in de stal. Zij klagen, als zij slecht behandeld zijn. Zij prijzen de boer en de vrouw, die goed voor hen gezorgd hebben. Zij praten zo zacht, maar als je goed luistert kun je ze wel verstaan.
Er was eens een boer, die graag horen wilde wat zijn eigen vee over hem te zeggen had. Dat was een al te groot wonder; hij kan 't niet geloven. Maar 't wàs wel zo. - Alweer een goed jaar voorbij, zei zijn paard.
- Maar wat er nu komt, dat is zo best niet, antwoordde de koe.
- Ik mag er niet aan denken, sprak het paard. Het is zo'n beste boer.
- Ja, voor jou is 't ook slecht, zuchtte de koe.
- En dat ik hem zelf wegbrengen moet, dat is voor mij nog 't allerergste.
- Ja, zei de koe weer, en dat is niet te veranderen; dat moet.
- 't Is nog geen mei, mompelde het paard. Als 't nog eens goed afliep !
En nu was 't voorbij. Koe en paard stonden rustig op stal.
102.
Maar de boer was niet zo rustig meer. Wat hadden ze gezegd? Dat zijn eigen paard hem wegbrengen moest. Dat kon niet anders zijn dan naar 't kerkhof. Maar daar was toch wel raad op. Hij ging met zijn paard naar de markt; weg er mee! Dan kon 't nooit gebeuren.
Maar wat gebeuren moet, dat gebeurt. De vreemde man die 't paard gekocht had werd zijn eigen buurman op de verhuisdag in mei.
Op diezelfde dag viel de boer door 't balkenslop. Dood. En zijn eigen paard bracht hem weg.
De dieren hadden 't wel geweten en er is geen ontkomen aan.
Dieren
Dieren spreken
Als 't oudejaarsavond twaalf uur is, dan spreken de paarden en de koeien in de stal. Zij klagen, als zij slecht behandeld zijn. Zij prijzen de boer en de vrouw, die goed voor hen gezorgd hebben. Zij praten zo zacht, maar als je goed luistert kun je ze wel verstaan.
Er was eens een boer, die graag horen wilde wat zijn eigen vee over hem te zeggen had. Dat was een al te groot wonder; hij kan 't niet geloven. Maar 't wàs wel zo. - Alweer een goed jaar voorbij, zei zijn paard.
- Maar wat er nu komt, dat is zo best niet, antwoordde de koe.
- Ik mag er niet aan denken, sprak het paard. Het is zo'n beste boer.
- Ja, voor jou is 't ook slecht, zuchtte de koe.
- En dat ik hem zelf wegbrengen moet, dat is voor mij nog 't allerergste.
- Ja, zei de koe weer, en dat is niet te veranderen; dat moet.
- 't Is nog geen mei, mompelde het paard. Als 't nog eens goed afliep !
En nu was 't voorbij. Koe en paard stonden rustig op stal.
102.
Maar de boer was niet zo rustig meer. Wat hadden ze gezegd? Dat zijn eigen paard hem wegbrengen moest. Dat kon niet anders zijn dan naar 't kerkhof. Maar daar was toch wel raad op. Hij ging met zijn paard naar de markt; weg er mee! Dan kon 't nooit gebeuren.
Maar wat gebeuren moet, dat gebeurt. De vreemde man die 't paard gekocht had werd zijn eigen buurman op de verhuisdag in mei.
Op diezelfde dag viel de boer door 't balkenslop. Dood. En zijn eigen paard bracht hem weg.
De dieren hadden 't wel geweten en er is geen ontkomen aan.
Onderwerp
ATU 0671D* - To Die Next Day.   
AT 0671D* - To Die Next Day   
Beschrijving
Nieuwsgierige boer hoort zijn paard om middernacht bij de jaarwisseling voorspellen dat hij het komend jaar de boer zal begraven. Om het noodlot te ontlopen verkoopt de boer het paard, maar dat blijkt verkocht te zijn aan een boer die later nieuwe buren worden. Op de dag van de verhuizing valt de boer van de stalzolder en sterft. Bij zijn begrafenis trekt zijn voormalig paard de lijkwagen.
Bron
Laan, K. ter. Mythen, sagen en legenden: een keur van verhalen en overleveringen afkomstig uit de Nederlanden en Vlaanderen. Amsterdam, 1963. p. 101-102
Plaats van Handelen
Groningen   
Datum Invoer
2017-12-11
