Hoofdtekst
Een jonge boer werd krankzinnig. Ook heksenwerk. Achter elkaar stierven daar acht paarden. Ze kregen de raad: "Jullie moeten het dode paard villen, het achtste paard, en de huid biddend rond het huis en kruiselings over het erf slepen". De heks was voortaan haar macht kwijt. De krankzinnige jongen stierf. In het hoofdkussen zat een verenkrans met een kistje er in, zo groot als een tabaksdoos, een doodkist.
Onderwerp
TM 3109 - Heksenkrans in kussen   
Beschrijving
Tegen hekserij moest het dode paard gevild worden en de huid biddend rond het huis en kruiselings over het erf worden gesleept. In het kussen van een krankzinnige jongen wordt een verenkrans met een doodskistje gevonden.
Bron
Kooijman, Henk: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988. p. 309.
