Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE349

Een sprookje (boek), 2011

Default_realistic_photograph_of_red_riding_hood_and_the_wolf_a_0.jpg

Hoofdtekst

De Grote Wolf genoot van het leven. Hij deed niemand kwaad. Niemand deed hem kwaad. Maar op een kwade dag veranderde alles. Het was de dag waarop hij Roodkapje tegenkwam.
Roodkapje woonde in een groot huis aan de rand van het bos. Roodkapje mocht alles en moest niets. Bijna niets. Heel af en toe moest ze bij grootmoeder langs. Dat verwende nest uit het grote huis, zo noemde iedereen haar. De Grote Wolf noemde haar gewoon Roodkapje.
'Dag Roodkapje; groette de Grote Wolf haar op die kwade dag. 'Uit de weg! Ik heb haast!' snauwde het meisje. 'Grootmoeder zal blij zijn dat je langskomt!' riep de Grote Wolf. 'Zij wel, ja,’ gromde Roodkapje. 'Je gromt beter dan een wolf,' schaterde de Grote Wolf.
'Waarom pluk je geen bloemetjes? Daar houden dames op leeftijd van,' stelde hij voor. Even leek het alsof Roodkapje hem zou afsnauwen. Toen haalde ze haar schouders op. 'Wie weet, zeurt ze dan net iets minder; mompelde ze.
Het wordt tijd dat ik zelf ook nog eens bij grootmoeder langsga, dacht de Grote Wolf. 't Is zo'n aardig mens. Fluitend ging hij op weg. Nog voor hij bij het huisje was, ging de deur al open. 'Kom binnen, oude vriend!' riep grootmoeder.
'Welkom!'
'Hoe gaat het met je, lieve vriendin?' groette de Grote Wolf. 'Ach, mijn ogen gaan erop achteruit, mijn benen willen niet meer mee, mijn geheugen laat me in de steek en er komt bijna nooit iemand langs. Voor de rest gaat het goed.' 'Ik heb een fijne verrassing voor je!' lachte de Grote Wolf. Grootmoeder keek hem vol spanning aan. Ze zaten neus tegen neus. Het was doodstil in het huisje. De Grote Wolf opende zijn muil en ...
Ringgggggggggggg !
De deurbel. Grootmoeder tuimelde van schrik voorover ... recht in de muil van de Grote Wolf.
slok!
De Grote Wolf kreunde. Grootmoeder lag heel zwaar op zijn maag. 'Hé, grootmoeder! Ben je doof?' klonk het boos. De Grote Wolf wreef over zijn dikke, zware buik. Hij stak een poot in zijn keel. Hij ging op zijn handen staan. Maar grootmoeder bleef zitten waar ze zat. 'Ik ben zo weer weg, hoor!' riep Roodkapje. De Grote Wolf dacht koortsachtig na. Toen kreeg hij een idee.
Hij haalde grootmoeders kleren uit de wasmand en trok ze snel aan. Daarna verstopte hij zich onder een grote stapel dekens. 'Kom binnen, lief kind!' riep hij met trillende stem.
'Eindelijk; mopperde Roodkapje. 'Waarom duurde dat zo lang?' Ze gooide de bloemen op het bed. 'Wat prachtig, zijn die voor je oude grootmoeder?' Roodkapje keek wantrouwig op. 'Mens, wat heb jij grote oren!' zei ze.
'Om beter te horen, kind, beter te horen,' prevelde de Grote Wolf.
'En zulke grote handen!' riep Roodkapje. 'Om jou beter te kunnen vastpakken.'
'Grootmoeder, wat heb je een grote mond!' Niet zo groot als die van jou, dacht de Grote Wolf. 'Jij bent de Grote Wolf!' riep Roodkapje. ‘Wat heb je met grootmoeder gedaan?’
De Grote Wolf voelde zich ellendig 'Ingeslikt. Ongelukje; stamelde hij.
Wat!' brulde Roodkapje. Daar zal je het hebben, dacht de Grote Wolf.
Hij kromp ineen.
‘Jihaaaaaaah’
Met een indianenkreet sprong Roodkapje op het bed. De Grote Wolf maakte zich klaar om klappen in ontvangst te nemen. 'Nu hoef ik nooit meer langs te komen!' juichte Roodkapje. De muil van de Grote Wolf viel open van verbazing.
Grootmoeder gaf een geweldige stomp in zijn maag. Het bed schudde en trilde en Roodkapje viel ... recht in de muil van de Grote Wolf.
De Grote Wolf boerde. Hij kon nauwelijks geloven wat hem was overkomen.
En als hij het zelf niet geloofde ... Stel je voor dat zijn vrienden dachten dat hij grootmoeder en Roodkapje zomaar had opgevreten! Hij was radeloos. Hij had maagpijn en hoofdpijn. Watmoetiknuwatmoetiknuwatmoetiknuwatmoetiknu...
Toen ging de bel. Voorzichtig gluurde de Grote Wolf naar buiten.
Voor de deur stond de jager. •Hij had een groot geweer bij. Opnieuw belde hij aan. Luid en lang. De Grote Wolf opende de deur. ‘Ja?' 'Dag grootmoeder" zei de jager. 'Alles in orde? Ik hoorde iemand gillen.' 'O; zei de Grote Wolf. 'Dat was ik. Er zat een spin in mijn kast.' 'Sinds wanneer ben jij bang voor spinnen?' De jager schudde zijn hoofd. 'Jij bent grootmoeder niet, jij bent de Grote Wolf!' 'Neen... Ja. Luister. Ik kan het uitleggen; stamelde de Grote Wolf. Maar de jager luisterde nooit naar wolven. Hij pakte zijn geweer en richtte.
Doodsbang keek de Grote Wolf om zich heen. Waar moest hij naartoe? Snel als een wolf liet hij zich op zijn voorste poten zakken. Hij schoot tussen de benen van de jager door en rende weg. De jager zette meteen de achtervolging in, maar de Grote Wolf verdween al tussen de bomen.
Hijgend kwam hij aan bij het huis van moeder geit. De zeven gekke geitjes waren vriendinnetjes van de Grote Wolf. Hij klopte op de deur. 'Wie is daar?' mekkerde iemand. 'Ik ben de Grote Wolf' klonk het hijgend en piepend.'Dat kan niet,' mekkerde het geitje. 'De Grote Wolf heeft een zware stem. De deur blijft mooi dicht.’ De geitjes mochten geen onbekenden binnenlaten als hun moeder niet thuis was. De Grote Wolf legde zijn voorpoot voor het raampje naast de deur. 'Kijk, vriendinnetje. Dat is toch een wolvenpoot?' Achter hem klonk geritsel. De jager kwam er aan! 'Dat is geen wolvenpoot; zei het geitje. 'Een wolvenpoot is donker en die van jou is wit.' De Grote Wolf keek naar zijn poot. Die was van schrik helemaal wit geworden. Hij stampte op de grond tot het bloed weer warm door zijn aderen stroomde. Nu hij op adem was gekomen, klonk zijn stem bijna gewoon. 'Laat me er in!' bromde hij. De deur zwaaide open.
'Dag Grote Wolf!' juichten de geitjes. 'Speel je mee verstoppertje?' 'Ik ben hem!' riep het kleinste geitje voor de wolf kon antwoorden. Ze kroop in de grote staande klok en begon te tellen. Tien, negen, acht, ... 'Pas op! Weg hier!' riepen de andere geitjes in koor. Ze sprongen allemaal tegelijk op de kast.
'Voorzichtig!' brulde de Wolf met zijn muil wijd open. Het was te laat. De kast schudde en wiebelde. De geitjes gilden en tuimelden... recht in de muil van de Grote Wolf. Plots was het heel stil in het huis van moeder geit. 'Wat doe je nu!' riep het geitje in de staande klok. De Grote Wolf leunde moedeloos tegen de tafel. 'Ik kon er niets aan doen. Ze vielen gewoon in mijn mond.' Maar de jager die met zijn neus tegen het raam stond, had iets heel anders gezien.
'Jij gruwelijke slokop!' brulde hij. Hij begon tegen de deur te schoppen, vastbesloten om de Grote Wolf te vangen en zijn buik open te snijden. 'Wat moet ik doen?' fluisterde de Grote Wolf. 'De achterdeur...' fluisterde het laatste geitje. 'Ren! En breng mijn zusjes gauw terug.'
De Grote Wolf strompelde naar buiten. De Grote Wolf moest zijn grote bolle buik vasthouden. Hij kwam bij een huisje van stro. 'Hé, biggetje! Laat me erin!' brulde hij. De Grote Wolf kende het biggetje en zijn twee broers al heel erg lang. Ze hadden vaak samen kampen gebouwd in het bos. Nu ja, de Grote Wolf had kampen gebouwd en de biggetjes hadden toegekeken. 'Natuurlijk mag je binnen,' riep het biggetje. 'Wat is er aan de hand?' 'De jager zit achter me aan; stotterde de Grote Wolf. 'Kom dan maar mee,' zei het biggetje. Hij pakte de hand van de Grote Wolf, waardoor die zijn buik even losliet.
PLOF!!!
Met een dreun belandde de buik op de grond. Het huis schudde en trilde. En stortte in elkaar.
'Mijn huis!' jammerde het biggetje. 'Sorry' kreunde de Grote Wolf. 'Het is een kwade dag.' 'Niks aan te doen; zei het biggetje. 'Kom, we gaan naar mijn broer.' Ze renden naar het houten huisje van het tweede biggetje. ‘Hé broer, laat ons erin!' riep het biggetje. 'De jager komt eraan!'
Het tweede biggetje liet hen gauw binnen. 'Ik snap er niets meer van; zuchtte de Grote Wolf. 'Ik wilde gewoon een bezoekje aan grootmoeder brengen.'
'Rustig, rustig maar,' zei het tweede biggetje. 'Het komt allemaal goed. Blaas eerst even uit.' Dat had hij beter niet gezegd. De Grote Wolf blies zo hard, dat het houten huisje de lucht in vloog. 'Oeps,' mompelde de Grote Wolf. De twee biggetjes stootten elkaar even aan. 'Naar onze broer!' riepen ze toen.
Even later kwamen ze aan bij het stenen huis van het derde biggetje.
De deur stond al open. 'Rust maar even uit!' zei het derde biggetje. 'NEEN!' gilden de andere twee. Maar de Grote Wolf was al gaan zitten en liet zijn buik los. De bons was oorverdovend en veroorzaakte heel wat stof. Maar verder gebeurde er niets, het stenen huisje was stevig. 'Poeh,' zuchtte de Grote Wolf en hij ademde langzaam uit. 'Vakwerk,' glunderde het derde biggetje.
‘Grote Gruwelijke wolf, kom naar buiten!' brulde de jager. 'Wat moet ik doen?' jammerde de Grote Wolf. 'Je moet je eens flink boos maken,' zei het eerste biggetje. 'Lekker uit je krammen schieten,' glunderde het tweede. 'Helemaal over de rooie gaan,’ genoot het derde. 'Maar ik word nooit boos; zei de Grote Wolf. 'De jager is gemeen,' zei het eerste biggetje. 'Hij heeft een geweer,' vulde het tweede aan. 'Hij knaltje zo omver,' wist het derde.
'Grote Boze Wolf!' riep de jager. 'Veelvraat! Jij moet gestraft worden.' 'Ik kon er niets aan doen; protesteerde de Grote Wolf. 'Onzin! Je bent een gruwelijk gemene menseneter!' brulde de jager. Het bloed van de Grote Wolf begon te koken. Wat een lelijke leugenaar. Hij toonde zijn klauwen en zijn grote tanden. 'Ik heb niemand opgegeten!' gromde hij. Hij was zo woest dat zijn hele lijf begon te trillen en te borrelen.
BURPS!!!
Een grote krakende boer ontsnapte hem. En kijk! Een voor een floepten de geitjes naar buiten.
BURPS!
Daar verschenen ook Roodkapje en grootmoeder. 'Wauw, zo lang hebben we nog nooit verstoppertje gespeeld,' zei een van de geitjes. 'Dat werd tijd,' zei Roodkapje. 'Mijn bezoekje heeft nu wel lang genoeg geduurd.' 'Nou, het was toch gezellig,' lachte grootmoeder. 'Voortaan hou ik mijn mond mooi dicht ..., als er volk in de buurt is,' siste de Grote Wolf tussen zijn tanden door. Hij wreef over zijn dunne buik.
En zo werd het weer rustig in het bos. De jager ging teleurgesteld naar huis. Niemand wilde dat hij de Grote Wolf neerknalde. Niemand wilde dat hij de Grote Wolf open sneed. Boos schopte hij tegen een steen. Kwaad rukte hij aan een blad.
Uitgeput kwam hij thuis aan. 'Heb je een leuke dag gehad?' vroeg zijn vrouw terwijl ze de aardappelen afgoot. 'Heb je iets spannends meegemaakt. bedelden zijn kinderen.
'Spannends? Neen ... Ja,' gromde de jager. 'Ik zal jullie een gruwelijk verhaal vertellen. Over een Grote Boze Wolf en een aardig meisje met een rood kapje'.

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

ATU 0123 - The Wolf and the Kids.    ATU 0123 - The Wolf and the Kids.   

AT 0123 - The Wolf and the Kids    AT 0123 - The Wolf and the Kids   

ATU 0124 - Blowing the House In    ATU 0124 - Blowing the House In   

AT 0124A* - Pigs Build Houses of Straw, Sticks and Iron    AT 0124A* - Pigs Build Houses of Straw, Sticks and Iron   

Beschrijving

Versie van Roodkapje waarin de wolf een vriendelijk dier is en Roodkapje een verwend meisje is dat niet graag naar grootmoeder gaat. De wolf gaat bij grootmoeder op bezoek, als Roodkapje aanbelt valt ze per ongeluk in de bek van de wolf. Het lukt de wolf niet om over te geven, trekt haar kleren aan en gaat in bed liggen. Roodkapje moppert, verbaast zich over de grote oren, handen en mond van grootmoeder, waarop de wolf zegt dat hij grootmoeder per ongeluk heeft ingeslikt. Roodkapje juicht, grootmoeder stompt in de maag van de wolf waardoor het bed gaat schudden en Roodkapje valt in de bek van de wolf. Hij is radeloos, dan komt de jager die hem wil doodschieten, de wolf vlucht naar het huis van de zeven geitjes waarmee hij bevriend is. Eerst herkennen ze zijn poot en stem niet, maar als die weer gewoon zijn, laten ze hem binnen. De geitjes willen verstoppertje spelen, één gaat in de klok zitten, de anderen gaan op de kast, die wiebelt, waardoor de geitjes in de bek van de wolf vallen. De jager ziet het, wil hem neerschieten, maar de wolf vlucht naar de huizen van zijn vrienden de drie biggetjes. De eerste twee huizen storten in als de wolf zijn buik loslaat. De biggen raden hem aan om goed boos te worden, maar dat kan de wolf pas als de jager hem ervan beschuldigt mensen te eten. Hij wordt zo boos dat hij begint te boeren, waarop de geitjes, grootmoeder en Roodkapje naar buiten komen. De jager is teleurgesteld dat hem is verhinderd om de wolf neer te schieten.

Bron

Jonas Boets. De Grote Boze Wolf (was helemaal niet boos). Wielsbeke: De Eenhoorn, 2011
KB: KW XKZ 1713
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Ills Nils Pieters

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Grote Wolf    Grote Wolf   

Datum Invoer

2019-05-06