Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE366 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1988

Hoofdtekst

Roodkapje
Er was eens een lief klein meisje, zo lief dat iedereen die haar aankeek van haar ging houden. Haar Grootmoeder hield wel het allermeest van haar. Ze wist gewoon niet wat ze het kind allemaal moest geven. Op een keer gaf ze haar een rood fluwelen kapje en omdat het haar zo mooi stond en ze het kapje bijna altijd op haar hoofd had, werd het meisje door iedereen Roodkapje genoemd.
Op zekere dag zei haar moeder: 'Kom eens hier, Roodkapje. Dit is een stuk koek en dit een fles wijn. Wees lief en breng dat eens naar Grootmoeder. Ze is ziek en dit zal haar goed doen. Ga er maar vroeg heen, dan is het nog niet zo warm en zodra je buiten het dorp bent moet je niet meer van het pad af gaan, want dan val je misschien en zou de fles breken en dan krijgt arme Grootmoeder niets. En als je bij haar binnenkomt, zeg je dadelijk goedendag en neust niet eerst overal rond.' 'Ik zal het doen,' zei Roodkapje tegen haar moeder en gaf er haar hand op.
Grootmoeder woonde in het bos, wel een half uur lopen van het dorp af. Toen Roodkapje in het bos liep, kwam ze de wolf tegen. Ze wist echter niet dat het een gevaarlijk dier was en bang was ze helemaal niet. 'Dag, Roodkapje,' zei de wolf. 'Dag, Wolf,' zei Roodkapje. 'Waar ga jij zo vroeg heen, Roodkapje?’ 'Ik ga naar Grootmoeder, Wolf.' 'En wat heb je daar onder je schortje?' 'Een stuk koek en een fles wijn. We hebben gisteren gebakken en Grootmoeder is ziek en hiermee kan ze wat op krachten komen.' 'Zeg Roodkapje,' zei de wolf, 'waar woont je Grootmoeder dan?' 'Nog een kwartier lopen door het bos en dan staat haar huisje daar onder de drie grote eikebomen. Beneden is een notenhaag, je weet het wel,' zei Roodkapje.
De wolf dacht bij zichzelf: 'Dat jonge ding lijkt me een heerlijk mals hapje, dat nog beter zal smaken dan haar grootmoeder. Als ik het slim aanpak, heb ik ze straks allebei.'
De wolf bleef een poosje naast Roodkapje lopen en zei: 'Roodkapje, zie je die mooie bloemen? Waarom kijk je daar niet naar? En hoor je hoe mooi de vogels zingen? Jij loopt maar door alsof je naar school moet.' Roodkapje keek rond en zag hoe de zonnestralen tussen de bladeren van de bomen doordansten en de mooie bloemen lieten glanzen en ze dacht: Als ik voor Grootmoeder een bos je bloemen pluk vindt ze dat vast heerlijk. Het is nog vroeg genoeg. Ik kom toch wel op tijd. Ze ging van het pad af en liep tussen de bomen om de bloemen te plukken. Telkens als ze er eentje had geplukt zag ze verderop een bloem die nòg mooier was en zo ging ze steeds dieper het bos in.
Maar de wolf ging regelrecht naar het huis je van Roodkapje's Grootmoeder en klopte op de deur. 'Wie is daar?' riep een stem. 'Roodkapje met een koek en een fles wijn. Doe open!' 'Druk de klink maar naar beneden,' zei Grootmoeder. 'Ik kan niet uit bed komen.' De wolf drukte de klink omlaag, de deur ging open en zonder een woord te zeggen sprong hij naar het bed en at Grootmoeder op. Toen trok hij haar kleren aan, zette haar nachtmuts op, ging in haar bed liggen en trok de gordijnen rond het bed dicht.
Roodkapje had intussen een grote bos bloemen geplukt en toen ze er niet ééntje meer bij kon stoppen dacht ze weer aan haar Grootmoeder en ging naar haar toe. Verbaasd keek ze naar de deur die openstond, en toen ze in de kamer kwam kreeg ze zo'n raar gevoel en dacht: Wat vind ik het hier griezelig, terwijl ik hier anders altijd zo graag ben. Ze riep: 'Goedemorgen, Grootmoeder,' maar er kwam geen antwoord. Ze liep naar het bed en schoof de gordijnen opzij. Daar lag Grootmoeder, de muts zat over haar gezicht en ze zag er heel vreemd uit. 'Grootmoeder, wat hebt u grote oren,' zei Roodkapje. 'Dan kan ik je beter horen!' 'Maar Grootmoeder, wat hebt u grote ogen!' 'Dan kan ik je beter zien, kindje!' 'Maar Grootmoeder, uw handen zijn zo groot!' 'Dan kan ik je beter pakken!' 'En wat hebt u een grote tanden!' 'Daarmee kan ik je opeten!' en nauwelijks had de wolf dat gezegd of hij sprong uit bed en verslond Roodkapje in één hap. Toen de wolf zijn honger gestild had, kroop hij weer in het bed, sliep vlug in en begon hard te snurken.
Dat hoorde een jager die voorbijkwam en hij dacht: Wat snurkt dat oude mensje hard. Ik zal eens gaan kijken of haar iets scheelt. Hij kwam in de kamer en toen hij voor het bed stond zag hij dat de wolf erin lag. 'Moet ik je hier vinden, ouwe zondaar,' zei hij, 'wat heb ik lang naar je gezocht.' De jager wilde schieten, maar terwijl hij zijn geweer aanlegde, bedacht hij dat de wolf de oude vrouw misschien opgegeten had en ze wellicht nog te redden was. Hij schoot niet, maar knipte de buik van de slapende wolf open. Na een paar knippen zag hij het rode kapje al schemeren. Na nog een paar knippen sprong het meisje uit de buik van de wolf en riep: 'O, wat ben ik bang geweest. Het was zo donker daarbinnen!’ En toen kwam de oude Grootmoeder ook nog levend te voorschijn, maar ze kon bijna niet ademhalen.
Roodkapje haalde vlug een paar stenen die ze in de maag van de wolf stopte, en toen hij wakker werd wilde hij opspringen, maar de stenen waren zo zwaar dat hij neerviel en dood was.
Nu waren ze alle drie blij. De jager stroopte de pels van de wolf af en nam die mee naar huis. De Grootmoeder at de koek en dronk van de wijn die Roodkapje had meegebracht en daar knapte ze al vlug van op. En Roodkapje dacht: Ik zal nooit meer alleen van het pad af gaan en het bos inlopen als moeder dat verboden heeft.
Het verhaal gaat, dat toen Roodkapje aan haar Grootmoeder op een andere keer een taart bracht, er een wolf aankwam, die haar aansprak en wilde weglokken. Maar deze keer paste Roodkapje wel op, liep gewoon door en vertelde haar Grootmoeder dat ze de wolf was tegengekomen, die haar wel goedemorgen had gewenst, maar haar zo boos had aangekeken. 'Als ik niet op het pad had gelopen, had hij me opgegeten,' zei ze. 'Kom,' zei Grootmoeder. 'Laten we de deur maar dichtdoen, dan kan hij er niet in.'
Even later klopte de wolf op de deur en zei: 'Doe open, Grootmoeder. Ik ben Roodkapje en breng u een taart.' Ze zwegen en maakten de deur niet open. Toen sloop de wolf een paar keer rond het huis, sprong ten slotte op het dak en ging daar zitten wachten tot Roodkapje's avonds naar huis zou gaan. Dan zou hij achter haar aansluipen en haar in het donker verslinden. Maar de Grootmoeder merkte wat hij van plan was. Nu stond er voor het huis een grote stenen trog. Ze zei tegen Roodkapje: 'Pak de emmer. Ik heb gisteren worsten gekookt. Gooi jij dat worstewater in de trog.' Roodkapje droeg zoveel emmers met worstewater naar buiten tot de hele trog vol was. De geur van de worst steeg de wolf in zijn neus. Hij snoof en snoof en keek omlaag. Ten slotte strekte hij zijn hals zo ver uit dat hij zijn evenwicht verloor en begon te glijden. Hij gleed van het dak recht in de trog en verdronk.
En Roodkapje ging vrolijk naar huis en bleef ongedeerd.

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Ondanks de waarschuwing van moeder om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven, is Roodkapje ongehoorzaam. In het bos komt ze de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont, en laat zich verleiden om in het bos bloemen te plukken. Intussen gaat de wolf naar grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, kan binnenkomen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. Als Roodkapje aanklopt doet de wolf de stem van grootmoeder na, Roodkapje verbaast zich over de ogen, oren, handen en tanden van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. De wolf snurkt in zijn slaap zo hard dat een jager gaat kijken, eerst de wolf wil doodschieten, maar bedenkt dat de wolf grootmoeder kan hebben opgegeten en de buik openknipt, waar Roodkapje en grootmoeder uit komen. Ze vullen de buik van de wolf met stenen, nadat hij wakker is geworden wil hij weglopen, maar valt dood neer door de zware stenen. Roodkapje neemt zich voor nooit meer ongehoorzaam te zijn. De andere keer dat ze een wolf ontmoet, loopt Roodkapje door naar grootmoeder, vertelt wat er is gebeurd, waarop grootmoeder de deur sluit. Ze houden zich stil als de wolf aanklopt en zegt dat hij Roodkapje is. De wolf springt op het dak, wachtend om Roodkapje alsnog te pakken. Grootmoeder bedenkt dat Roodkapje een trog met worstwater moet vullen, de wolf rekt zich uit, glijdt in de trog en verdrinkt.

Bron

Dinah Mulock Craik. Het groot sprookjesboek: de mooiste verhalen van Grimm, Perrault en vele anderen. Utrecht: Van Reemst, 1988. [S.l.]: Lamboll House, 1987
KB: 5012859
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

K1832 - Disguise by changing voice.    K1832 - Disguise by changing voice.   

Commentaar

Ills Warwick Goble
Vert. van The classic book of fairy stories
Oorspr. titel en uitg. The Fairy Book. [London]: [Macmillan], 1863

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Wolf    Wolf   

Datum Invoer

2019-05-09