Hoofdtekst
'Hallo Roodkapje,' zei een krakerige stem. Ze schrok zich een ongeluk van de plotse verschijning. Uit het bos sprong een wezen tevoorschijn dat in alles aan haar grootmoeder deed denken: oude, roze nachtjapon, een bril en een omamutsje. Ja, net grootmoeder, behalve dan die harige polsen, die grote tanden en die scherpe geur van dierlijkheid.
'Hallo oma,' zei Roodkapje aarzelend. 'Wat doe je in het bos?' ‘Ach, het werd een beetje muf in mijn bed,' antwoordde het oudje, 'dus ik dacht, een boswandeling kan geen kwaad.' 'Maar grootmoeder, wat heb je een grote ogen.' 'Dat is om jou beter te kunnen zien.' 'En wat heb je een grote handen, grootmoeder.' 'Dat is om je beter te kunnen … vastpakken.' Met die woorden pakte de verklede Grote Boze Wolf, want hij was het natuurlijk, dat wist Roodkapje ook wel, haar zo stevig bij haar middel dat ze naar adem hapte. Zijn tanden blikkerden in de namiddagzon. 'Maar grootmoeder, wat heb je een grote tanden.' Het verklede dier kwam met zijn kop vlak bij Roodkapjes tere gezicht. 'Dat is om je beter te kunnen OPETEN!'
De wolf liet Roodkapje los en gooide gierend van de lach de oudemensenkleren van zijn lijf. 'Ik ben het maar,' lachte hij, 'ik was het al die tijd al.' 'Haha,' zei Roodkapje, maar toen verstrakte haar gezicht. 'Je hebt oma toch niet echt opgegeten?' 'Nee joh, ik eet geen oude mensen. Ik eet sowieso geen vlees meer. Ik ben vegetariër geworden.' Roodkapje kon haar oren niet geloven. 'Een wolf die geen vlees eet? Meen je dat nou?' De wolf knikte heftig, zodat de haren op zijn kop mee bewogen. 'Ik ben veranderd, Kapje. Voor jou. Ik eet geen vlees meer, ik gedraag me netjes. En daarom wil ik je vragen: ga je met mij mee naar het bal?' 'Met jou?' 'Ja.'
Roodkapje zou wel ja willen schreeuwen, maar ze vertrouwde het toch niet helemaal. 'Ik weet wel wat jij doet. Jij probeert mij te versieren!' De wolf grijnsde. 'Ja, en wat dan nog?' 'Dan eet je me op!' Boos liep de wolf een paar passen van haar vandaan. Ze besefte dat ze hem had beledigd, maar in haar hoofd hoorde ze steeds maar de stem van haar moeder, die haar waarschuwde voor de gevaren van het té intiem omgaan met wolven en aanverwante diersoorten. Het was even stil. 'Kom op nou, Roodkapje,' zei de wolf ten slotte, 'ik ben echt veranderd. De oude, bloeddorstige wolf bestaat niet meer. En om dat te bewijzen zal ik je nu wat gevoelskrabbels voorlezen.'
De wolf haalde plechtig een vel papier uit zijn leren jack, het resultaat van al zijn uren hard werken onder de brug. Roodkapje wachtte nieuwsgierig af. Wat had dat vreemde dier nu weer in petto? De wolf schraapte zijn keel, ging in een soort voordrachtspose staan (de benen gespreid, de kop licht achterover, het vel papier schuin voor de borst) en begon het vers voor te lezen.
'Poëzie is hoe ik jou beschrijven zou.
De schoonheid van jouw lach is mooier dan het mooiste licht.
Roodkapje, jij bent mijn gedicht.'
De wolf las zijn hele gedicht voor en toen hij klaar was keek hij Roodkapje verwachtingsvol aan. In plaats van dat ze zich in katzwijm voor zijn voeten wierp lachte ze hem recht in zijn gezicht uit. 'Haha, het spijt me, maar ik heb nog nooit zoiets doms gehoord. Een wolf die een gedicht voorleest, haha?'
Woest wierp de wolf het papier op de grond. 'Toon ik eens mijn zachte zijde, word ik belachelijk gemaakt? Teleurstellend hoor Roodkapje, heel teleurstellend?' De wolf wilde weglopen, maar Roodkapje hield hem tegen. Haar ogen glansden. 'Wow, wolf, je haren staan helemaal overeind. En laat die scherpe tanden van je nog eens zien.' En toen begreep hij het pas. Roodkapje was helemaal niet op zoek naar de gevoelige kant van de wolf, maar naar het beest in zichzelf. Hij glimlachte stoer. 'O, jij bent er zo eentje.' Dat kon Roodkapje niet ontkennen natuurlijk, dat ze er zo eentje was.
'Ga jij nog naar het bal?' 'Alleen als jij met me meegaat.' Toen klonken er schoten. De jagers hadden eindelijk het spoor weer opgepikt, dat ze al sinds het wolvenconcert in het bos hadden gezocht. 'Gauw?' riep Roodkapje. 'Ga weg, wolf. Ik hou ze wel tegen.' 'Dus ik zie je op het bal?' drong het harige beest aan. 'Jazeker,' zei ze gloeiend van opwinding en weg was hij, dartelend tussen de bomen als een zomervlinder.
Jagerman één en jagerman twee kwamen even later tevoorschijn. ‘Ah, Roodkapje,' zei jagerman één. 'Het is gevaarlijk hier. Er zit een wilde wolf.' Dat weet ik, wilde Roodkapje antwoorden, maar in plaats daarvan zei ze, naar links wijzend: 'Hij is die kant op, stoere jagermannen.' 'O, dank je Roodkapje. We gaan er meteen achteraan.' De jagermannen gingen links het bos in. Roodkapje keek ze tevreden na. De wolf was naar rechts gegaan, dus die was voorlopig weer even veilig. Toen besefte ze iets. Met rode konen zei ze tot zichzelf: ik heb gelogen, voor het eerst in mijn leven heb ik gelogen. En het kon haar niks schelen. Niks.
Op datzelfde moment reed de Grote Boze Wolf in een slecht humeur door het bos. Wat had hem bezield om zo aardig te doen tegen Roodkapje? Hij kon het maar beter bij zijn soortgenoten houden. Omdat hij zo aan het piekeren was lette de wolf niet goed op en zag hij dus ook niet dat de jagers hun geweren op hem richtten. Met een doffe knal werd hij in zijn schouder geraakt door een van hun kogels. 'Au!' gilde de wolf, maar hij wist nog een stuk door te rijden voor hij van zijn lowrider op de grond viel. Roodkapje was op de schoten afgekomen. Ze schrok. 'Wolf, ben je dood?' 'Nee, niet dood. Maar een kus kan ik wel gebruiken.' Teder kuste Roodkapje de wolf op zijn snuit. 'Maar hoe heb je dit overleefd?' Triomfantelijk opende de Grote Boze Wolf zijn jack. Zijn sigarettenhouder had de kogel tegengehouden. 'Zie je wel dat roken gezond is?' grapte de wolf.
'Maar nu stop je ermee,' zei Roodkapje streng. 'Oké, Kapje.' 'Handen omhoog!' hoorden ze. Twee jagermannen stormden op de Grote Boze Wolf en Roodkapje af. Opnieuw richtten ze hun wapens op de wolf. Maar Roodkapje ging boos voor ze staan en maakte met haar hand een stopteken. 'Ho! Laat de Grote Boze Wolf met rust! Hij is mijn vriend!' 'Jouw vriend? Die menseneter?' vroeg jagerman één ongelovig. 'Ja, mijn vriend. En hij is vegetariër geworden. Dus laat ons.' 'Vegetariër?' zei jagerman twee. 'Nou, dan is er ook geen reden om nog op hem te jagen. Tot ziens.' En met die woorden vertrokken de jagermannen, zonder dat er verder nog een schot gelost werd. De wolf knuffelde Roodkapje. 'Dank je, Kapje.' 'Ik ben ook heel blij je weer te zien, lieve wolf. Maar waarom was je niet op het bal?' 'Omdat ik er niet in mocht van die racistische portier,' zei de wolf. 'Ik heb hem over zijn broek gepiest en ben vertrokken.' 'Haha, mooi zo,' zei Roodkapje.
En toen was alles goed en bleven ze nog best een tijdje in het gras liggen, om naar de lucht te kijken en de wolken namen te geven. Er was een wolk bij die op Roodkapjes mandje leek, en een andere leek op oma in haar nachtjapon. 'Weet je, Roodkapje ...' zei de wolf. 'Ja?' 'Ik denk dat wij voor altijd samen blijven.' 'Dat zou best kunnen, wolf.' En toen kusten ze elkaar. De andere wolven keken vanaf een afstandje toe en schudden hun hoofd. Ze moesten op zoek naar een andere zanger voor hun band, dachten ze. Een lid van The Wolves kon echt geen verkering hebben met een mensenkind. Maar aan de andere kant, waarom ook niet? En dan kon Roodkapje mooi percussie spelen, of backing vocals doen of als achtergronddanseres optreden.
De Fee en Irma liepen voorbij. De Fee was nog steeds in de war over de loop van de gebeurtenissen. Irma wees haar op de wolf en Roodkapje. 'Ik begreep het eerst ook niet, Goede Fee, maar het heeft allemaal met liefde te maken.' 'Liefde?' 'Op ieder potje past een ander dekseltje. Snap je wel? Hij houdt van haar. Ik bedoel, zij houdt van zijn haar. Knoop houdt van Assepoester en zij houdt van hem.' De Fee knikte. 'Wat goed. En prins Roderick?' 'Daar gaan we nu heen.' Ze gingen verder, zwaaiend naar Roodkapje en haar wilde wolf.
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Bron
KB: 4293570
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
B211.2.4 - Speaking wolf.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Commentaar
Fotografie Piotr Kukla
Naam Overig in Tekst
Rammstein   
Grote Boze Wolf   
Roodkapje   
The Wolves   
Irma   
Roderick   
Kapje   
Fee   
Goede Fee   
Knoop   
