Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE392

Een sprookje (boek), 1910

Hoofdtekst

Er woonde eens in een huisje ver buiten de stad een blond klein meisje. Eens toen het meisje jarig was kreeg zij van haar moeder een rood manteltje cadeau, haar Grootmoeder gaf haar een daarbij passend rood kapje. Het roode kapje stond haar erg goed en zij had het altijd op, daarom noemden de menschen die haar zagen haar altijd "Roodkapje".
Op een heerlijken zomerdag riep haar moeder haar en zeide:
"Roodkapje, ik heb heerlijke koeken gebakken en je weet dat grootmoeder heel ziek en zwak is, ga jij haar nu eens een bezoek brengen."
De moeder gaf Roodkapje een mandje gevuld met koek en wijn en zeide:
"Hier in het mandje heb ik koek en wijn gedaan, breng het je grootmoeder dat zal haar versterken en beter maken, maar denk er aan dat je nergens mag blijven staan en niet van den weg mag afdwalen."
Roodkapje was een lief kind en beloofde haar moeder te doen wat deze zeide. Zij gaf haar moeder een kus en ging vroolijk op weg om haar lieve grootmoeder die een half uur diep in het bosch woonde te verrassen. Het was heerlijk frisch in het bosch en blij liep zij door.
Toen zij een eindje geloopen had, zag zij iets dieper in het bosch mooie bloemen staan en zij dacht:
"Ik wil grootmoeder verrassen, zij houdt veel van bloemen en ik zal een mooie ruiker voor haar mede brengen."
Zij liep zonder aan haar moeder's raad te denken dieper het bosch in en op eens stond er een wolf voor haar.
"Goedendag, Roodkapje," sprak hij.
"Goedendag, wolf."
"Waar ga jij zoo alleen naar toen, kindlief."
"Naar grootmoeder," antwoordde het meisje.
"Wat heb je daar in het mandje?"
"Koek en wijn, wolf, dat heeft mijn moeder mij mede gegeven voor mijn grootmoeder, die is ziek."
"Dat is heel aardig van je moeder," zeide de wolf, "waar woont je grootmoeder dan?"
"Nog een kwartiertje verder het bosch in, in een lief groen huisje, onder drie groote boomen in een haag van hazelaars erom heen."
De wolf dacht: "Die Roodkapje zou een heerlijk hapje voor mij zijn, maar ik zou wel eerst de grootmoeder lusten, ik moet dus zorgen dat ik vóór Roodkapje bij haar grootmoeder ben, ik moet dus een list gebruiken, om haar nog een poosje hier te houden, terwijl ik de grootmoeder opeet."
Hij dacht even na en zeide toen:
"Vind je het hier niet prachtig, je blijft niet eens even staan om goed rond te kijken, je loopt net zoo hard alsof je naar school gaat. Je hebt mooie bloemen in je hand, maar iets verder het bosch in staan nog mooiere."
Toen ging Roodkapje naar de mooie bloemen en dwaalde zonder dat zij er erg in had al dieper en dieper het bosch in.
De listige wolf sloeg de kortste weg naar het huisje van Grootmoeder in en klopte aan de deur.
"Wie is daar," zeide de grootmoeder.
"Roodkapje," sprak de wolf, "ik kom U koek en wijn brengen, maakt U even open?"
"Ik ben te ziek en te zwak om op te staan, als je op de klinkt drukt, gaat de deur van zelf open."
De wolf drukte op de klink en de deur sprong open; hij ging naar binnen, sprong op het bed en at de grootmoeder op.
Hij zette de muts van de grootmoeder op, ging in het bed liggen en trok de dekens over zijn ooren.
Toen Roodkapje al die mooie bloemen zag, plukte zij steeds meer en meer bloemen, tot zij zooveel had, dat zij ze bijna niet meer dragen kon.
Toen zij bij het huisje van haar grootmoeder kwam zag zij de deur open staan en werd zij opeens erg bang.
Zij stapte naar binnen, liep zacht naar het bed en zeide:
"Dag grootmoeder."
De wolf met de muts van grootmoeder op keek uit zijn bed naar Roodkapje die verschrikt riep:
"O grootmoeder, wat heeft u groote ooren."
"Daar kan ik beter mede hooren."
"En wat heeft U grooten oogen."
"Daar kan ik beter mede zien."
"Maar wat zijn Uw handen groot," zeide Roodkapje toen de wolf zijn pooten op het dek legde.
"Daar kan ik je goed mede pakken."
"Maar Grootmoeder, wat heeft U een groote mond."
"Daar kan ik je goed mede opeten, en .... meteen sprong hij uit bed en at Roodkapje op.
Toen ging hij weer gauw in bed en dacht: "Dat is heerlijk geweest, nu ga ik nog wat slapen in dit warme nestje."
Hij sliep weldra in en snorkte zoo luid, dat een voorbijgaande jager dacht: "He, wat maakt die oude vrouw een lawaai, wat een raar geluid, ik zal eens zien of er wat te doen is, misschien is zij niet goed geworden."
Toen hij binnen kwam zag hij tot zijn schrik de wolf in bed liggen.
"Wel leelijk beest, jij hebt zeker dat oude vrouwtje opgegeten. Wat een geluk dat ik een groot mes bij mij heb."
Hij trok zij mes uit de schede en sneed de buik van den wolf open.
Toen hij een klein sneedje had gemaakt, zag hij iets roods. Vlug sneed hij verder en toen kwamen de grootmoeder en roodkapje te voorschijn. Wat een blijdschap; de jager werd hartelijk omhelsd en bedankt.
Roodkapje zette vlug koffie en haalde de koek, die haar moeder had mede gegeven uit het mandje.
De jager moest aan tafel plaats nemen en mede eten.
Toen zij gegeten en gedronken hadden, haalden grootmoeder en Roodkapje groote zware steenen, op aanraden van den jager en vulden daarmede den buik van den wolf. Toen naaiden zij den buik weer toe en droegen de nog steeds snorkende wolf naar buiten, dicht bij een put.
Toen de wolf na een verkwikkende slaap ontwaakte, en wat drinken wilde, verloor hij door het gewicht van de steenen zijn evenwicht en viel voorover in een diepen put.
De grootmoeder nam Roodkapje op haar schoot, bedankte haar voor de mooie bouquet en zeide:
"Ik ben heel blij met de bloemen, lieveling, maar je mag nooit meer ongehoorzaam zijn. Je ziet wat er gebeuren kan als kleine kinderen ongehoorzaam zijn en niet naar hun moeder luisteren."
Roodkapje gaf haar grootmoeder een kus en beloofde nooit meer ongehoorzaam te zijn en steeds te doen wat haar moeder zeide.

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Ondanks de waarschuwing van moeder om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven en niet te treuzelen, plukt Roodkapje in het bos bloemen. Ze komt ze de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont, en laat zich verleiden om in het bos nog meer bloemen te plukken. Intussen gaat de wolf naar grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, kan binnenkomen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. Roodkapje verbaast zich over de deur die open is, en de ogen, oren, handen en mond van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. De wolf snurkt in zijn slaap zo hard dat een jager gaat kijken, de wolf ziet en zijn buik opensnijdt, waar Roodkapje en grootmoeder uit komen. Ze vullen de buik van de wolf met stenen, nadat hij wakker is geworden wil hij uit de put drinken en valt door de zware stenen voorover in de put. Roodkapje belooft nooit meer ongehoorzaam te zijn.

Bron

Roodkapje en de wolf. [S.l.]: [s.n.], [ca. 1910]
KB: KW XKZ 0055
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

K1832 - Disguise by changing voice.    K1832 - Disguise by changing voice.   

Commentaar

Naar Grimm

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-05-20