Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE394 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1910 - 1919

Hoofdtekst

Roodkapje
Er was eens een klein meisje, dat heel lief en zoet was, zoodat iedereen, die haar slechts zag, haar moest liefhebben; haar grootmoeder hield echter het meest van haar. Wat zij maar bedenken kon om het meisje genoegen te verschaffen, gaf zij haar. Zoo gaf zij haar ook eens een kapje van roode zijde, en omdat dit haar zoo goed stond, droeg zij dit kapje altijd en noemde men haar nooit anders dan Roodkapje.
Op zekeren dag sprake hare moeder tot haar: "Kom eens hier, Roodkapje, hier hebt gij een stuk taart en een flesch wijn, breng dit naar grootmoeder toe; zij is ziek en zwak en zal zij zich hier spoedig aan verkwikken. Maak je spoedig klaar, vóór het te warm wordt, en als weg gaat, volg dan den rechten weg en dwaal niet af. Pas op dat je niet valt, opdat de flesch niet breekt, ander krijgt grootmoeder niets. En als gij in haar kamer komt vergeet dan niet, haar goeden morgen te wenschen en snuffel niet eerst in alle hoeken en gaatjes." "Ik zal alles goed verzorgen, lieve moeder," zeide Roodkapje en gaf haar daarop de hand.
De grootmoeder woonde echter buiten achter het bosch, een half uur gaans van 't dorp. Toen nu Roodkapje in 't bosch liep, kwam haar de wolf tegen. Roodkapje wist echter niet, wat dit voor een boos dier was, en was in 't geheel niet bang voor hem. "Goeden dag, Roodkapje," sprak hij. - "Dank u, wolf" - "Waar gaat ge zoo vroeg heen, Roodkapje?" - "Naar Grootmoeder." - "Wat draagt ge daar in uw mand?" - "Gebak en wijn; gisteren hebben wij een taart gebakken, en moet ik daarvan aan grootmoeder, die ziek en zwak is, iets brengen om zich er aan te goed te doen en daarvan sterker te worden. - "Roodkapje, waar woont je grootmoeder?" - "Nog een goed kwartier verder in 't bosch, dicht bij de drie groote eiken staat haar huis; om haar huisje is een mooi houten hek, dat weet ge toch wel," zeide Roodkapje.
De wolf dacht bij zich zelf: "dat jonge, lieve ding is een lekker hapje, en zal nog beter smaken dan die oude grootmoeder; nu moet je het listig aanleggen, wolfje, opdat geen van beiden je ontgaan zullen."
Toen ging hij een eindje naast Roodkapje meewandelen, en eindelijk zei hij: "Roodkapje, zie toch eens die mooie bloemen, die hier rondom zoo prachtig bloeien, waarom ziet ge er in 't geheel niet naar? Ik geloof dat je ook in 't geheel niet hoort, hoe de vogels lustig zingen? Je loopt zoo voor je heen, alsof je naar school gingt en het is toch zoo vroolijk buiten in de natuur!
Roodkapje sloeg de oogen op en toen ze zag, hoe de zonnestralen door het loover der boomen schenen en grillige schaduwen op het zand wierpen en dat alles vol met mooie bloemen als bezaaid was, dacht ze bij zich zelf: "als ik grootmoeder eens een mooie ruiker plukte en haar die meebracht, dat zou haar ook veel plezier doen; het is toch nog zoo vroeg, dat ik toch wel tijdig bij haar ben. Zoo gedacht, zoo gedaan." Zij liep van den weg af, tusschen de struiken van 't woud en zocht de schoonste bloemen bij elkaar. En als zij een stengel der bloem knikte, was ze bedroefd en zocht dan weer verder en zag dan plotseling een eindje verder een prachtige roos staan, liep er heen, plukte haar en dwaalde steeds verder af.
De wolf echter liep regelrecht naar het huis der grootmoeder en klopte aan de deur. - "Wie is daar?" - "Roodkapje, die taart en wijn brengt, maak open, als 't u belieft! - "Druk maar op de klink," roep de grootmoeder; "ik ben te zwak om op te staan." De wolf drukte op de klink, de deur sprong open en hij ging, zonder een woord te zeggen, naar 't bed der grootmoeder en slokte haar met huid en haar op. Toen deed hij fluks hare kleeren aan, zette hare muts op zijn kop, ging in het bed liggen en maakte gordijnen voor 't bed dicht.
Roodkapje was echter maar steeds aan 't bloemen plukken gebleven, tot ze zooveel had als ze maar dragen kon. Toen viel haar de boodschap naar grootmoeder weer te binnen en zij zocht den rechten weg weer op. Toen zij aan grootmoeders huis gekomen was, verwonderde het haar, dat de deur open stond en toen zij in de kamer trad, kwam haar alles zoo vreemd voor, dat ze dacht: "Ach, mijn God, hoe angstig wordt het mij thans te moede en anders ben ik toch zoo gaarne bij grootmoeder!" Zij riep toen: "Goedenmorgen!" doch kreeg geen antwoord.
Daarop ging ze naar 't bed en trok de gordijnen weg; daar lag grootmoeder, de muts diep over de oogen getrokken en wat zag grootmoeder er wonderlijk uit!
- "Grootmoeder, wat hebt ge groote ooren!"
- "Dat is, opdat ik beter hooren kan!"
- "Grootmoeder, wat hebt u groote oogen!"
- "Dat is, opdat ik je beter kan zien!"
- "Grootmoeder, wat hebt u groote handen!"
- "Ja, dan kan ik je beter pakken!"
- "Maar, grootmoeder, wat hebt ge een verschrikkelijk groote mond!"
- Daar kan ik je beter mee eten.
Nauwelijks had de wolf dit gezegd, of hij greep Roodkapje en verslond haar. Toen de wolf zijn honger gestild had, legde hij zich weder te bed, sliep in en begon luid te snorken.
Een jager ging juist voorbij en dacht: "Wat snorkt de oude vrouw! Ik moet toch eens zien of haar wat scheelt." Toen trad hij binnen en toen hij bij het bed kwam, zag hij, dat de wolf daarin lag. "Vind ik je hier, jou oude zondaar?" zeide hij; "ik heb je lang gezocht." Nu wilde hij zijn geweer aanleggen, maar daar viel hem in, dat de wolf wel eens de grootmoeder kon opgegeten hebben en zou zij misschien nog wel te redden zijn. Daarom schoot hij niet, maar nam eene groote schaar, waarmee hij de buik van den wolf begon open te snijden. Toen hij een paar sneden gedaan had, zag hij een rood kapje te voorschijn komen en na nog een paar sneden sprong het meisje er uit en riep: Och wat was ik verschrikt, toen het zoo donker in het lichaam van den wolf was! En toen kwam de oude grootmoeder ook nog levend te voorschijn en kon nauwelijks ademhalen.
Roodkapje echter haalde gauw groote steenen, daarmede vulden zij de maag van den wolf en toen hij wakker werd, wou hij wegloopen maar de steenen waren zoo zwaar, dat hij dadenlijk weer neerviel en stierf.
Toen waren alle drie verheugd, de jager trok den wolf de huid af en ging er mede naar huis, grootmoeder at de taart op en dronk van den heerlijken wijn, die Roodkapje gebracht had en fleurde heelemaal op en Roodkapje dacht bij zich zelf: "Ik zal nooit weer ongehoorzaam zijn en van den weg afloopen, als moeder het verboden heeft."
***
Ook wordt verteld, dat, toen Roodkapje de oude grootmoeder weder eens gebak bracht, een andere wolf haar tegenkwam die haar wilde overhalen, van den rechten weg af te dwalen.
Roodkapje echter was op haar hoede en ging regelrecht naar haar grootmoeder, wie zij vertelde, dat de wolf haar weer was tegen gekomen, maar zoo boos uit zijn oogen keek, dat zij bang was, door hem opgegeten te worden. Gelukkig was het op den grooten weg geweest, anders had hij haar zeer zeker leed gedaan. "Kom", zei toen grootmoeder, "laten wij de deur op slot doen, opdat hij niet naar binnen kan komen."
Spoedig daarop klopte de wolf aan de deur en riep: "Maak open, grootmoeder, ik ben Roodkapje, die u gebak wil brengen." Ze hielden zich echter doodstil en maakten de deur niet open; toen sloop de grijskop ettelijke malen om het huis toe, sprong eindelijk op het dak en wilde wachten, tot Roodkapje 's avonds weer naar huis zou gaan, dan zou hij haar nasluipen en haar in den donker aanranden.
Grootmoeder bemerkte echter wat hij in zijn schild voerde. Nu stond voor het huis een groote steenen bak; toen sprak zij tot het kind: "Neem den emmer, Roodkapje, gisteren heb ik worst gekookt, draag nu het water, waarin zij gekookt is, naar de steenen bak." Roodkapje droeg zoolang water aan, tot de groote trog geheel gevuld was. Toen steeg de geur der worst naar omhoog in de neus van den wolf, hij snoof en snoof, zag naar beneden en rekte toen zin hals zoover uit, dat hij het evenwicht verloor en van het dak gleed. Hij viel juist in den bak met water waarin hij verdronk.
Roodkapje ging toen vroolijk en wel naar huis en niemand deed haar kwaad

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Moeder waarschuwt Roodkapje om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven en niet te treuzelen. In het bos komt ze de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont, en laat zich verleiden om in het bos bloemen te plukken. Intussen gaat de wolf naar grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, kan binnenkomen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. Roodkapje verbaast zich over de deur die open is, en over de ogen, oren, handen en mond van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. De wolf snurkt in zijn slaap zo hard dat een jager gaat kijken, eerst de wolf wil doodschieten, maar bedenkt dat de wolf grootmoeder kan hebben opgegeten en de buik opensnijdt, waar Roodkapje en grootmoeder uit komen. Ze vullen de buik van de wolf met stenen, nadat hij wakker is geworden wil hij weglopen, maar valt dood neer door de zware stenen. Roodkapje neemt zich voor nooit meer ongehoorzaam te zijn. De andere keer dat ze een wolf ontmoet, loopt Roodkapje door naar grootmoeder, vertelt wat er is gebeurd, waarop grootmoeder de deur sluit. Ze houden zich stil als de wolf aanklopt en zegt dat hij Roodkapje is. De wolf springt op het dak, wachtend om Roodkapje alsnog te pakken. Grootmoeder bedenkt dat Roodkapje een trog met worstwater moet vullen, de wolf rekt zich uit, glijdt in de trog en verdrinkt.

Bron

Robert Hertwig. Roodkapje en andere vertellingen. Groningen: Jacobs, [191X]
KB: KW XKW 2089
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

K1832 - Disguise by changing voice.    K1832 - Disguise by changing voice.   

Commentaar

Naar Grimm

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-05-20