Hoofdtekst
Op een dag zei haar moeder, die juist brood en ook nog wat lekkere knapperige koekjes had gebakken, tegen haar: 'Roodkapje, je moet maar eens gaan kijken hoe grootmoeder het maakt. De buren vertelden me dat ze ziek is. Breng haar wat koekjes en dit kleine potje boter.'
Roodkapje beloofde dat ze op zou passen en ging dadelijk op weg, want haar grootmoeder woonde buiten het dorp. Het meisje moest dwars door een groot bos en daar kwam ze de wolf tegen. Die had veel zin om Roodkapje meteen op te eten, maar hij durfde niet goed, want vlakbij waren houthakkers bezig in het bos. Daarom vroeg hij Roodkapje alleen maar waar ze naar toe ging. Het arme kleine meisje wist niet dat het gevaarlijk is om met een wolf te praten en antwoordde: 'Ik ga mijn grootmoeder een bezoekje brengen en haar koekjes en een potje boter geven.' 'Woont je grootmoeder hier ver vandaan?' vroeg de wolf heel vriendelijk. 'O ja, nog een heel eind voorbij de molen die je daar ziet. Het is het eerste huisje van het dorp,' antwoordde Roodkapje, die niks van boze wolven wist. 'Ik ga je grootmoeder ook maar eens een bezoekje brengen,' zei de wolf. 'Ik loop langs dit pad, en neem jij dan dat weggetje daar, dan kunnen we eens zien wie van ons beiden het eerst bij het huis van je grootmoeder is.' De wolf rende er nu zo hard hij kon en langs de kortste weg naar toe. Maar het kleine meisje had de langste weg genomen en ze vermaakte zich onderweg ook nog door beukenootjes te zoeken, achter vlinders aan te lopen en bonte bloemen te plukken.
De wolf kwam al gauw bij het huisje van grootmoeder en klopte op de deur: tik … tik … tik. 'Wie is daar?' 'Ik ben het, Roodkapje,' antwoordde de wolf met een andere stem. 'En ik kom u koekjes brengen en een potje boter.' De goede vrouw lag in bed omdat ze zich niet zo lekker voelde en riep: 'Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur wel open.' De wolf trok aan het touwtje en de deur ging open. Hij wierp zich op de grootmoeder en verslond haar met één geweldige hap, want hij had al drie dagen niets gegeten en was verschrikkelijk hongerig. Toen deed hij de deur weer toe en trok de gordijnen dicht, zodat niemand naar binnen kon kijken.
Daarna ging hij in het bed van grootmoeder liggen, zette haar nachtmuts op en wachtte op Roodkapje, die weldra kwam en aan de deur klopte: tik ... tik … tik. 'Wie is daar?' Roodkapje hoorde de brommerige stem van de wolf en ze werd eerst een beetje bang, maar toen bedacht ze dat grootmoeder zeker een koutje had gevat en ze antwoordde: 'Ik ben het, Roodkapje. Ik kom u koekjes brengen en een potje boter, oma.' De wolf veranderde zijn stem een beetje en riep, net als eerst de echte grootmoeder: 'Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur wel open.' Roodkapje trok aan het touwtje en de deur ging open. Toen het kleine meisje binnenkwam, verstopte de wolf zich onder de dekens en zei: 'Zet de koekjes en de boter maar op het kastje en kom bij me liggen.' Roodkapje trok haar manteltje uit, ging in bed liggen en was toen heel verbaasd dat haar grootmoeder er zo raar uitzag. 'Maar grootmoeder, wat heeft u toch lange armen!' 'Dan kan ik je beter omhelzen.' 'Maar grootmoeder, wat heeft u toch lange benen!' 'Dan kan ik harder lopen.' 'Maar grootmoeder, wat heeft u toch grote oren!' 'Dan kan ik alles beter horen.' 'En grootmoeder, wat heeft u grote tanden!' 'Dan kan ik je beter… opeten!' En met die woorden wierp de wolf zich op Roodkapje en at haar op. Toen de wolf zijn honger gestild had, ging hij weer lekker in bed liggen en begon te snurken.
Daar kwam een jager voorbij, die dacht: 'Wat ligt dat ouwe mens hard te snurken; ik zal eens even kijken of er iets aan scheelt.' Toen hij voor haar bed stond, zag hij dat de wolf erin lag. 'Zo ouwe schurk,' zei hij, 'dat ik jou hier moet aantreffen!' En hij wilde schieten, maar bedacht nog net op tijd dat de wolf de oude grootmoeder misschien had opgegeten en dat die wellicht nog te redden was. Dus sneed hij de buik van de slapende wolf open. Na een paar sneden zag hij een rood kapje schemeren en even later sprong het meisje eruit en riep: 'O wat was het daar donker binnen.' Toen stapte ook de oude grootmoeder te voorschijn, ze kon haast niet meer ademhalen.
Roodkapje haalde gauw een paar stenen, die de jager in de maag van de wolf stopte. Toen de wolf wakker werd en ze allemaal om hem heen zag staan, wilde hij wegspringen. Maar de stenen waren zo zwaar dat hij dadelijk neerviel en dood was.
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Bron
KB: FA 1986 82
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
B211.2.4 - Speaking wolf.   
Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
