Hoofdtekst
Op een zekere dag, zei de moeder van Roodkapje tot haar dochtertje: "Roodkapje, je moet vandaag naar je grootmoeder gaan en haar dit mandje brengen. Er zit een fles wijn in en een lekkere suikertaart, die ik heb gebakken. Dat zal grootmoeder goed doen, want zij is, ocharmen, oud en zwak. Wees voorzichtig, Roodkapje, dat je het mandje niet laat vallen en je de fles wijn niet breekt. Blijf onderweg niet spelen, en spring niet over de slootjes." "Neen, moeder," antwoordde Roodkapje gehoorzaam. "En als je door het bos gaat, moet je op het grote pad blijven, anders verdwaal je, hoor je, Roodkapje ?" "Ja moeder," antwoordde het meisje. "En als je bij grootmoeder komt," ging haar moeder verder, "moet je haar beleefd goedendag zeggen, hè !" "Ja, ja, moeder," beloofde Roodkapje, "ik zal alles doen zoals je zegt: niet spelen onderweg, niet het bos inlopen en het mandje niet laten vallen." Zij nam het mandje met de fles rode wijn en de suikertaart en ging welgemoed op stap. Haar moeder bleef bij de deur staan en keek haar na. "Dââg!" wuifde zij. "Dââg!" riep Roodkapje terug.
De grootmoeder van Roodkapje woonde in een huisje, diep in het woud, wel een uur ver van het dorp. Toen Roodkapje een eind gelopen had op het grote pad door het woud, zag zij daar de wolf aankomen. “Dag Roodkapje, zei hij, zo vriendelijk als hij kon. Roodkapje, die niet wist hoe boos en vals de wolf was, had geen angst voor hem en antwoordde: “Dag, mijnheer de wolf." "Waar ga jij zo vrolijk heen?" fleemde de wolf, "en wat draag je daar in dat mandje?" "Ik ga naar grootmoeder," antwoordde Roodkapje, "ik breng haar een fles rode wijn om wat aan te sterken en een suikertaart, die moeder gebakken heeft. "Je bent een braaf, flink meisje," vleidde de wolf, "en waar woont je grootmoeder?” "Diep in het woud," vertelde Roodkapje, "nog bijna een uur ver. Haar huisje staat bij de vijf lindebomen, niet ver van de plaats waar de hoge dennen groeien."
De boze wolf dacht bij zichzelf: "Goed! Dat huisje vind ik wel. Maar Roodkapje, zo jong en mals, lijkt mij een veel lekkerder hapje om op te eten dan de grootmoeder. Als ik het slim aan boord leg, kan ik beiden opeten, dan heb ik een hele week geen honger meer."
Hij verzon een list en terwijl hij met Roodkapje een eind op het grote bospad liep, zei hij: “Roodkapje, waarom stap je toch zo vlug! Kijk eens rond hoe mooi het bos is... hoor je niet hoe de vogeltjes zingen? Wil je niet luisteren? En kijk eens hoe veel mooie vlindertjes hier rondfladderen! Je hoeft niet zo'n haast te hebben! Je gaat immers niet naar school. Je kunt rustig een tijdje in het woud spelen. Kijk toch eens hoe de zonnestralen door de bladeren op al die mooie kleurige bloemen schijnen. Weet je wat? Je moest voor je grootmoeder een grote tuil geurige bloemen plukken. Dát zou haar zeker genoegen doen !" “Ja,” dacht Roodkapje, “grootmoeder houdt zoveel van bloemen..." Toen zij al die mooie bloemen in het woud zag staan, rode, blauwe, gele, witte, kon zij zich niet langer bedwingen. Zij liep het bos in en begon de mooiste bloemen te plukken voor haar grootmoeder. Elke keer als zij er enkele geplukt had, zag zij er verderop nog mooiere staan… en een beetje verder nóg mooiere. Zij liep er naar toe, plukte bloemen, méér en meer, en geraakte steeds dieper en dieper in het bos.
De wolf zag, grijnslachend, dat zijn list gelukt was. Hij liet Roodkapje rustig bloemen plukken en liep recht naar het huisje van de grootmoeder. “Tok, tok, tok!" klonk het, toen hij op de deur klopte. “Wie is daar?" riep het oude vrouwtje. “Ik ben het, Roodkapje!" antwoordde de wolf met zijn liefste stem, "ik breng je een fles wijn en een suikertaart!" "Trek maar aan het touwtje, kind, het deurtje zal wel opengaan!" riep grootmoeder. De wolf trok aan het touwtje. De deur ging open en de wolf sprong op het bed, waarin Roodkapjes grootmoeder lag te rusten. In één geweldige hap, slokte hij het arme oude grootje op.
Dan trok hij grootmoeders bedjasje aan, zette grootmoeders slaapmuts op, ging in grootmoeders bed liggen en schoof de bedgordijnen dicht. Intussen was Roodkapje héél ver van het grote bospad afgedwaald. Toen zij zo veel bloemen geplukt had, dat zij ze nauwelijks nog kon dragen, dacht zij plots weer aan grootmoeder. Vlug zocht zij, met haar ruiker in de ene en haar mandje in de andere hand, de weg naar het huisje bij de vijf lindebomen.
Het begon reeds te schemeren en Roodkapje werd bang. "Ach, was ik maar vast bij grootmoeder !" wenste zij. Toen zij het huisje bij de vijf lindebomen zag, holde zij er naartoe en klopte luid op de deur terwijl ze riep: "Ik ben het, Roodkapje!" "Trek maar aan het touwtje, het deurtje zal wel opengaan!” Wat had grootmoeder een schorre stem! Roodkapje trok aan het touwtje, de deur ging open. "Goedendag, grootmoeder!" zei het meisje vriendelijk. Maar er kwam geen antwoord! En grootmoeders bedgordijnen waren dichtgeschoven! Roodkapje trok ze opzij en daar lag grootmoeder, haar slaapmuts diep over het hoofd. Wat zag zij er vreemd uit.
"Grootmoeder, wat heb je grote oren!" "Dat is om je beter te horen, kind!" "Grootmoeder, wat heb je grote ogen!" "Dat is om je beter te zien, kind!" "Grootmoeder, wat heb je grote handen!" "Dat is om je beter te grijpen, kind!" “O! Grootmoeder, wat heb je vreselijk grote tanden!" "Dat is om je beter te kunnen opeten!"
Meteen sprong de wolf uit bed en met één hap slokte hij het verschrikte Roodkapje op. Zijn buik zo rond als een ton, zijn honger voor een week gestild, viel de welvoldane wolf weer in bed, sliep tevreden in en begon luid te snurken.
Het werd nacht en die nacht kwam de boswachter voorbij het huisje bij de vijf lindebomen. "Wat hoor ik toch?" dacht de boswachter bij zichzelf, "dat kan toch het oude vrouwtje niet zijn, dat zo snurkt! Ik zal eens kijken wat er hier gaande is." Hij trad het huisje binnen en daar zag hij de wolf in bed liggen. "Ah! Oude boze wolf, hier heb ik je dan eindelijk te pakken!"
Hij wilde reeds zijn geweer pakken om de booswicht dood te schieten, toen hem plotseling inviel, dat de wolf het oude vrouwtje wel eens in één keer ingeslikt kon hebben. “Als dat zo is, kan ik haar misschien nog redden!" dacht de boswachter. Dus schoot hij de wolf niet dood, maar nam hij een grote schaar en knipte de bulk van de slapende wolf open.
Hij had nog maar een paar maal geknipt, of daar zag hij een rood mutsje piepen. Hij knipte nog wat verder en het kleine Roodkapje sprong levend uit de buik van de boze wolf. “O! Wat heb ik een angst gehad! Wat ben ik geschrokken!" riep ze; "en wat was het donker in de wolvebuik! Pikdonker!" Ook de grootmoeder leefde nog. Zij werd op het nippertje gered. Nog één minuutje langer in de wolvebuik en zij zou dood geweest zijn. Beiden bedankten de boswachter hartelijk voor hun redding.
"Roodkapje, loop eens gauw naar buiten en zoek dan enkele grote, zware stenen," zei de boswachter. Roodkapje droeg de stenen in haar schortje aan. Met die stenen vulde de boswachter de buik van de boze wolf op en naaide hem weer dicht. Niet lang daarna ontwaakte de menseneter. "Wat ligt die oude zwaar op de maag," dacht hij. Hij sprong op en wou weghollen, doch de stenen wogen zo hij zwaar, dat hij dood neerviel.
"Nu zal de booswicht nooit meer kwaad kunnen doen!" zei de boswachter triomfantelijk; "nooit meer oude vrouwtjes noch kleine meisjes kunnen opeten!" En hij sleepte de wolf naar een diepe gracht. Roodkapje omhelsde haar grootmoeder en kuste haar op beide wangen. "Mijn klein lief Roodkapje," zei de grootmoeder, "wat een geluk dat wij het er levend hebben afgebracht ! Kom, laten wij alle narigheid vergeten!"
Zij schikte de bloementuil in een vaas, en samen aten zij daarna gezellig de lekkere suikertaart op en dronken de fles rode wijn helemaal leeg. Grootmoeder knapte er zo vlug van op, dat zij zich weer sterk en gezond voelde. En Roodkapje ... die beloofde nooit meer alleen het woud in te lopen en nooit meer ongehoorzaam te zijn.
Onderwerp
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
Beschrijving
Bron
KB: KW BJ 53347
Collectie Roodkapje/Karsdorp
Motief
B211.2.4 - Speaking wolf.   
K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   
Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   
J21.5 - ”Do not leave the highway“:   
Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Roodkapje   
