Hoofdtekst
Maar curieuser lijkt mij een verhaal over padden in Noord-Lutte. Daar woonde, aan de weg van Oldenzaal naar Denekamp, een boer die in heel de omgeving in een kwade reuk stond omdat hij zo godslasterlijk vloekte. Zijn familie, zijn buren, ja, wie al niet had geprobeerd hem deze slechte gewoonte af te leren, maar vergeefs, de boer was hardnekkig in de boosheid en verviel van kwaad tot erger. Teneinde raad besloot de vrouw om een van de noabers naar Denekamp te sturen, naar pastoor Lambertus van den Bosch (benoemd aldaar 1863) een man van grote invloed, die al heel wat lastige mensen in het gareel had gekregen.
Van den Bosch was reeds in zijn tijd een legendarische figuur, een man, even uitzonderlijk als pastoor Osse.
...
128
...Maar zelfs zo'n pastoor had geen invloed op onze 'vloekboer'. Van den Bosch ging mismoedig weer heen, en had die dag een vergeefse wandeltocht van ruim anderhalf uur gemaakt! Maar de straf zou spoedig komen voor de goddeloze boer. Toen die avond het echtpaar ter ruste wilde gaan sprong de vrouw gillend het bed uit: er kroop haar iets kouds en glibberigs om de voeten! De boer uit weer een vloek en spot over zenuwachtige vrouwen en stapt in het bed. Maar ook hij is er vlug weer uit en trekt de peluw opzij.
En hij ziet een heel kluwen vette, geelzwarte padden in het bed wriemelen
De grootste 'bats' werd gehaald en een 'voerkorf', maar er was geen scheppen aan: het aantal padden werd niet minder, en weldra was heel het huis vol, tot in het hooi. De hond werd erop gezet, een felle rattenjager, maar hij weigerde dienst en droop jankend af. De boer greep zijn geweer en loste een paar schoten fijne hagel, maar de padden waren onkwetsbaar. En vegen met de grootste rijsbezem hielp evenmin! Er bleef het echtpaar niets anders over dan het huis uit te trekken en in een van de schuren te overnachten, in het hooi. Maar ook daar wemelde het van het ongedierte. De boer moest beschaamd bij een van de noabers om nachtverblijf vragen. De volgende dag bleven de padden waar ze waren, en de boer was op de gastvrijheid van de buren aangewezen. Dat bleef zo, dagenlang want een goede boer geeft geen krimp! Maar uiteindelijk won de vrouw het pleit en weer ging een van de noabers naar Denekamp, en na enige aarzeling liet de pastoor zich vermurven. De volgende dag kwam hij bij de paddenboer binnen, mompelde zware Latijnse bezweringspreuken, greep een van de dikste padden beet en ging er mee het huis uit, naar een diepe kolk, die aan de overzij van de weg van Oldenzaal naar Denekamp in het zogenaamde Amerikaanse bos ligt.
En kijk, alle padden uit het huis trokken in een dikke lange sliert achter de pastoor aan, en toen deze de eerste pad in het water had gegooid, verdwenen alle beesten in de diepe kolk. Het spreekt vanzelf dat de boer na deze kuur volkomen genezen was.
Onderwerp
SINSAG 0917 - Teufel (in Tiergestalt) erschreckt Sünder (Fluchende, Holzdiebe, Sonntagsschänder oder Spötter).   
Beschrijving
Bron
Motief
G303.3.3.7.1 - Devil in form of toad.   
G303.16.14 - The devil exorcised.   
N846.2 - Priest as helper.   
Q221.3 - Blasphemy punished.   
Q235 - Cursing punished.   
Commentaar
Pastoor Osse: Christianus Egbertus (Chrisjaan) Osse (Losser 1865-1940), pastoor in Beckum 1907-1940
Naam Overig in Tekst
Bosch, Lambertus van den   
Bosch, van den   
Osse   
Denekamper   
Hofland   
Latijnse   
Amerikaanse   
Naam Locatie in Tekst
Noord-Lutte   
Oldenzaal   
Denekamp   
Plaats van Handelen
De Lutte   
Kloekenummer in tekst
G209p   
G182p   
G207p   
