Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE134

Een sprookje (boek), 1958

Hoofdtekst

Er was eens een klein meisje, dat Roodkapje werd genoemd, omdat ze altijd een rood mutsje droeg. Op een goede dag zei moeder tegen haar: “Roodkapje, vandaag is grootmoeder jarig. Ik heb fruit, wat koekjes en een fles wijn in je mandje gedaan. Wil jij dat nu aan grootmoeder gaan brengen en haar dan hartelijk feliciteren van ons allemaal?” “Maar wees voorzichtig onderweg, netjes doorlopen en op de paden blijven, anders kom je misschien de boze wolf tegen, die jou wel eens zou willen opeten. Als je bij het huisje bent, klop dan driemaal op de deur, dan weet grootmoeder, dat jij het bent".
Roodkapje was nog maar net op weg, toen zij een groot vreemd dier op het pad zag zitten. Het was de wolf. Hij knikte met zijn kop en vroeg aan Roodkapje, waar ze naar toeging. “Ik ga naar grootmoeder om haar geluk te wensen met haar verjaardag. Als ik bij haar huisje kom moet ik driemaal op de deur kloppen want dan weet grootmoeder, dat ik het ben en doet zij mij open”.
Nadat de wolf dit gehoord had, nam hij haastig afscheid en verdween in het bos op weg naar het huisje van grootmoeder. Ondertussen zat grootmoeder met haar bril op haar neus rechtop in bed te breien. De wolf keek voorzichtig door het raam om te kijken, of grootmoeder werkelijk alleen thuis was. Toen sloop hij naar de deur, en klopte driemaal “Wie is daar?” vroeg grootmoeder. “Ik ben het, Roodkapje" antwoordde de wolf. “Trek maar aan het touw kind, dan gaat de deur vanzelf open”, riep grootmoeder. En zo sprong de wolf de kamer in en peuzelde de arme vrouw op. Daarna kroop hij in grootmoeder's bed, deed haar slaapmuts en bril op en wachtte op de komst van Roodkapje.
Ondertussen liep Roodkapje door het bos en wist niets van wat er met grootmoeder was gebeurd. Zij zong vrolijk en plukte mooie bloemen om groot moeder te verrassen. Na een poosje zag zij grootmoeder's huisje liggen. Blij liep zij er naar toe. klopte driemaal op de deur en wachtte tot groot moeder haar zou opendoen. Roodkapje moest erg lang wachten en werd ongerust. Toen er niemand kwam, klopte ze nog een keer en nu kwam er antwoord: “Roodkapje, ik ben ziek en kan je zelf niet opendoen. Trek maar aan het touw, dan gaat de deur vanzelf open".
Roodkapje deed wat haar gezegd werd en ging naar binnen. Wat ziet grootmoeder er grappig uit vandaag, dacht zij, terwijl ze naar het bed toeliep.
“Grootmoeder, wat heb je een grote ogen”, riep zij verwonderd uit. “Dan kan ik je beter zien" antwoordde de wolf. “En grootmoeder, wat heb je een grote oren" riep zij nog verbaasder. “Dan kan ik je beter horen, m'n kind," antwoordde de wolf weer. “En waarom hebt U dan zulke grote tanden" riep Roodkapje nu een beetje angstig. “Om jou op te eten" gromde de wolf, die gauw uit bed sprong en Roodkapje naar binnen slokte. Daarna at hij alle lekkere dingen uit het mandje ook nog op en dronk de fles wijn leeg. Toen kroop hij weer in bed, waar hij tevreden over zijn heerlijke maaltijd, ging liggen slapen.
Doordat hij zoveel wijn gedronken had, begon de wolf hard te snurken. Hij droomde daarbij van nog veel meer lekkere dingen. Nu kwam er toevallig een jager voorbij grootmoeder's huisje. Hij vond het heel vreemd, dat er zo hard gesnurkt werd en besloot maar eens een kijkje te gaan nemen. Hij klopte aan de deur, maar niemand antwoordde. Hij opende voorzichtig de deur en zag toen de boze wolf in het bed van grootmoeder liggen met de resten van zijn feestmaal om zich heen. “Wat een schurk”, riep de jager uit. Met moeite sleepte hij het ondier uit bed en voor het huisje. Hij haalde zijn scherpe mes te voorschijn en sneed met één haal de buik van de wolf open.
En wie sprong daar, levend en wel, te voorschijn? Roodkapje! En vlak achter haar aan kwam grootmoeder. Zij begrepen maar niet, wat er toch eigenlijk wel met hen gebeurd was. “Waar zijn we toch geweest?" riepen zij steeds maar verwonderd uit. Verbaasd keken zij naar de jager met het mes in zijn hand en de dode wolf op de grond. “Oh, nu weet ik het weer", zei grootmoeder.
“Dat is de wolf, die mij bedrogen heeft en U heeft ons bevrijd" Grootmoeder en Roodkapje bedankten de jager wel honderd keer. De jager gaf Roodkapje een hand en samen gingen zij naar de ouders van Roodkapje. Roodkapje vertelde haar vader en moeder wat er gebeurd was. En zij waren heel blij Roodkapje en grootmoeder weer bij hen te hebben. Die avond waren er dus vijf gelukkige mensen: grootmoeder, de jager, vader, moeder en ... Roodkapje!

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Moeder waarschuwt Roodkapje om onderweg naar grootmoeder op de paden te blijven en niet te treuzelen. Ze komt de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en driemaal moet kloppen. Terwijl Roodkapje bloemen plukt gat de wolf naar grootmoeders huis. Hij klopt driemaal, doet de stem van Roodkapje na, mag binnenkomen, eet grootmoeder op, gaat in haar bed liggen en zet haar slaapmuts en bril op. Ook Roodkapje klopt driemaal, de wolf doet grootmoeders stem na, Roodkapje verbaast zich over ogen, oren en tanden van grootmoeder, waarop de wolf haar opeet. De wolf drinkt de fles wijn op, gaat slapen, en snurkt zo luid dat een jager gaat kijken. De jager sleept de wolf uit bed en snijdt de buik open waar Roodkapje en grootmoeder uit komen. De jager brengt Roodkapje naar huis.

Bron

Vojtĕch Kubas̆ta. Roodkapje. Praag: Artia, 1958
KB: KW XKR 0479
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Naar Grimm

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-06-27