Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE143 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1979

Hoofdtekst

Roodkapje
Er was eens een lief, klein meisje. Ze woonde met haar moeder en vader in een dorp, aan de rand van een bos. Dat kleine meisje had een grootmoeder, waarvan ze veel hield. Grootmoeder woonde in een klein huis, midden in het bos. Ze was dol op het kleine meisje en maakte leuke kleertjes voor haar. Op een keer had grootmoeder een rood kapje voor haar gemaakt. Dat stond het kleine meisje zó aardig, dat ze het altijd droeg. Sindsdien noemde iedereen haar Roodkapje.
Op een dag bakte de moeder van Roodkapje een lekkere tulband. Toen die klaar was, zei ze tegen Roodkapje: "Grootmoeder is verkouden. Ze ligt in bed. Breng jij haar even een stuk tulband en een potje honing." Moeder pakte alles in een mandje en gaf dat aan Roodkapje. Die huppelde er direct mee weg. Maar moeder hield haar nog even tegen. "Denk erom," sprak ze vermanend. "Op het bospad blijven, hoor, want er zijn boze dieren in het bos !" Roodkapje knikte en beloofde haar moeder, dat ze op het bospad zou blijven lopen. Ze kreeg nog een zoen en vertrok, met het mandje aan haar arm, naar grootmoeder.
Toen ze in het bos liep, netjes op het bospad, zag ze onder de bomen mooie bloemetjes groeien. "Wat prachtig," dacht Roodkapje. "Zou ik er een paar plukken?" Maar ze had haar moeder beloofd dat ze op het bospad zou blijven. Dus wandelde ze verder. Toch kon ze het niet nalaten, steeds naar de bloemetjes te kijken. "Weet je wat?" dacht ze na een tijdje. "Ik pluk voor grootmoeder een klein boeketje bloemetjes. Dat vindt moeder vast wel goed." Vrolijk huppelde Roodkapje tussen de bomen en plukte steeds een bloemetje af. Ongemerkt raakte ze een eind van het bospad af. Ze plukte maar door en merkte niet, dat er achter een dikke boom een boze wolf naar haar stond te loeren. "Mmm !" gromde hij achter in zijn keel. "Wat een lekker hapje zie ik daar?" Hij wilde Roodkapje opeten, maar op deze plek durfde hij dat niet.
Er was een jager in de buurt. Daarom bleef de wolf nog een ogenblikje staan, met opgerichte snuit. Hij rook de jager niet.
Toen stapte hij achter de boom vandaan en vroeg met een lief stemmetje: "Waar ga je zo alleen naar toe, lief kind?" "Naar grootmoeder," zei Roodkapje aarzelend. "Waar woont je grootmoeder?" vroeg de wolf weer. "Grootmoeder woont in een wit huisje met rode dakpannen. Het staat midden in het bos, vlakbij een grote kastanjeboom." "Zo, zo," zei de wolf. "En wat zit er in dat mandje?" "Tulband en een potje honing voor grootmoeder, want ze is ziek." "Mmm," dacht de wolf. "Da's lekker I" Hij ging dichtbij Roodkapje staan en lachte lief. "Zullen we eens doen, wie het eerst bij het huisje van je grootmoeder is?" "O ja !" juichte Roodkapje. "Dat vind ik leuk !" "Goed," zei de wolf. "Jij loopt langs het bospad en ik neem de weg dwars door het bos. We zullen dan eens zien, wie er het eerst is !" De boze wolf wist het witte huisje met de rode dakpannen wel te staan. Hij kende ieder weggetje, boompje en struikje in het bos. Hij nam een veel kortere weg en rende zo snel hij kon naar het huisje toe. Roodkapje liep langs het bospad. Ze plukte af en toe nog een paar bloemetjes, die langs de weg groeiden. Soms stond ze even stil om naar een mooie vlinder te kijken.
Het duurde niet lang, of de wolf bereikte als eerste het witte huisje van Roodkapjes grootmoeder. Hij klopte driemaal met zijn poot op de groene deur. "Klop! Klop! Klop !" "Wie is daar?" riep grootmoeder, die op een bed in de huiskamer lag. "Roodkapje!" zei de wolf met een zacht stemmetje. Hij deed de stem van Roodkapje na. "Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur vanzelf open !" riep grootmoeder. De wolf trok aan het touwtje, dat uit de brievenbus hing. De deur ging open. Meteen sprong de wolf op het bed en at grootmoeder in één hap op. Toen sloot hij de voordeur en hing het touwtje weer door de brievenbus. Daarna trok hij vlug grootmoeders lange, witte nachtjapon aan en zette haar kanten nachtmuts op zijn kop. Toen sprong hij in het bed en ging onder de dekens liggen wachten op Roodkapje, die elk ogenblik kon komen.
Even later werd er op de deur geklopt. "Wie is daar?" riep de wolf. Roodkapje schrok van de zware stem. Maar dan herinnerde ze zich, dat grootmoeder verkouden was. Vlug riep ze: "Ik ben het, Grootmoeder! Roodkapje! Ik kom u lekkere tulband en een potje honing brengen." De wolf veranderde zijn stem een beetje en zei toen precies, wat grootmoeder ook gezegd had. "Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur vanzelf open." Toen de wolf Roodkapje zag binnenkomen, kroop hij vlug helemaal onder de dekens. "Zet de tulband en de honing maar op de tafel, m'n kind. En kom dan op de rand van m'n bed zitten." Roodkapje deed dat. Toen ze op de rand van het bed zat, deed de wolf de dekens een eindje weg. Roodkapje keek haar grootmoeder verschrikt aan en vroeg: "Grootmoeder, wat hebt u grote oren?" "Daarmee kan ik je goed horen, m'n kind !" "Grootmoeder, wat hebt u grote ogen?" "Dat is, om je goed te kunnen zien, m'n kind !" "Grootmoeder, wat hebt u een grote neus?" "Dat is om beter te kunnen ruiken, m'n kind !" "Maar ... Grootmoeder, wat hebt u grote tanden?" "Die zijn om jou op te eten!" Terwijl hij dat zei, wierp de boze wolf zich op Roodkapje en at haar op. Met één grote hap slokte hij haar naar binnen. Toen stapte de wolf naar grootmoeders provisiekast en at alles op, wat daar te vinden was.
Terwijl hij daarmee bezig was, kwam er een jager voorbij het huisje. Hij keek door het venster en zag de wolf. De jager schrok geweldig en begreep direct, wat er gebeurd was, want even tevoren had hij Roodkapje naar binnen zien gaan. De jager deed de deur open en schoot de wolf dood. Toen sneed hij met een scherp mes de buik van de wolf open. Roodkapje en grootmoeder kwamen weer levend te voorschijn. O, o, wat waren ze blij. Ze bedankten de jager hartelijk.

Onderwerp

ATU 0333 - Little Red Riding Hood    ATU 0333 - Little Red Riding Hood   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Moeder waarschuwt Roodkapje om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven, maar ze raakt bij het plukken van bloemen steeds dieper het bos in.
Ze komt de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. De wolf neemt de snelste weg naar grootmoeders huis, klopt driemaal aan, doet de stem van Roodkapje na, kan binnenkomen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. Als Roodkapje aanklopt doet de wolf de stem van grootmoeder na, Roodkapje verbaast zich over de ogen, oren, neus en tanden van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. De jager ziet de wolf in huis staan, gaat naar binnen, schiet hem dood en snijdt zijn buik open, waar grootmoeder en Roodkapje uit komen.

Bron

Nelly Kunst. Bekende sprookjes. Huizen: Het Goede Boek, [1979]
KB: FE 1979 100
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Ills Guust Hens

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-06-27