Hoofdtekst
LUY-LEKKER-LAND
Stem: Akker de Boontjes Musijk, &.c.
[Wijze: volgens de Namen der Noten]
la, fa, sol, fa, mi, re, mi, re, re.
1. My lust van hier te Vaaren
Na een ri / ri / ri / Rijke Kust /
Da / da daar men niet weet van spaaren /
Ma / maar alteyd Eet en Drinkt na lust:
Daar wassen Fruyt en Bomen /
Schoon dat ze niemand plant:
Wie wenst dan mee te komen
In 't lie- lie- lieve Luy- en Lek-ker-land.
2. Daar weet men van geen Werken /
De Luy - luyste word daar meest ge-eerd
Lu / lu / lust u een braden Varken /
Of wat an / anders wat gy begeert /
De Wa Waf'len aan de Boomen /
Men grijpt ze met de Hand:
Wie zoekt dan niet te komen
In 't lie lie-lieve Luy- en Lek-ker-land.
3. Daar loopen Hazen / Konijnen /
Patry-treyzen Hoenders / Duyven mee /
Ge-bra / bra-braden bij Dozijnen /
Met Sa / Sa / Sa / Saus en Brood geree:
Kunt gij maar effen gapen /
Het vald U aan de Tand:
Gaat voort (en wild niet slapen)
Na 't lie lie-lieve Luy- en Lek-ker-land.
4. De Wijn loopt uyt de Boomen /
't Wa / Wa-Water Room en Zoete-melk /
Die ma / ma / maar van Goud wil Droomen /
Krijgt genoe / noe-noeg voor hem en elk /
Damast / Fluweel / en Kleeren /
Grof- greyn / en Gouden kant /
Men vind al zijn begeeren
In 't lie / lie / lieve Luy- en Lek-ker-land.
5. Die in dit Land wil komen /
Moet hem dan eer-eerst / maaken gereed /
Om vro / vro / vrolijk zonder schromen
Dat hy een Be / Be-Berg Bry door-eet /
Drie Myle dik in 't meeten
Van d'een tot d'ander kant /
Als hy die heeft door-eeten /
Komt hy in 't lieve Luy- en Lek-ker-land.
Stem: Akker de Boontjes Musijk, &.c.
[Wijze: volgens de Namen der Noten]
la, fa, sol, fa, mi, re, mi, re, re.
1. My lust van hier te Vaaren
Na een ri / ri / ri / Rijke Kust /
Da / da daar men niet weet van spaaren /
Ma / maar alteyd Eet en Drinkt na lust:
Daar wassen Fruyt en Bomen /
Schoon dat ze niemand plant:
Wie wenst dan mee te komen
In 't lie- lie- lieve Luy- en Lek-ker-land.
2. Daar weet men van geen Werken /
De Luy - luyste word daar meest ge-eerd
Lu / lu / lust u een braden Varken /
Of wat an / anders wat gy begeert /
De Wa Waf'len aan de Boomen /
Men grijpt ze met de Hand:
Wie zoekt dan niet te komen
In 't lie lie-lieve Luy- en Lek-ker-land.
3. Daar loopen Hazen / Konijnen /
Patry-treyzen Hoenders / Duyven mee /
Ge-bra / bra-braden bij Dozijnen /
Met Sa / Sa / Sa / Saus en Brood geree:
Kunt gij maar effen gapen /
Het vald U aan de Tand:
Gaat voort (en wild niet slapen)
Na 't lie lie-lieve Luy- en Lek-ker-land.
4. De Wijn loopt uyt de Boomen /
't Wa / Wa-Water Room en Zoete-melk /
Die ma / ma / maar van Goud wil Droomen /
Krijgt genoe / noe-noeg voor hem en elk /
Damast / Fluweel / en Kleeren /
Grof- greyn / en Gouden kant /
Men vind al zijn begeeren
In 't lie / lie / lieve Luy- en Lek-ker-land.
5. Die in dit Land wil komen /
Moet hem dan eer-eerst / maaken gereed /
Om vro / vro / vrolijk zonder schromen
Dat hy een Be / Be-Berg Bry door-eet /
Drie Myle dik in 't meeten
Van d'een tot d'ander kant /
Als hy die heeft door-eeten /
Komt hy in 't lieve Luy- en Lek-ker-land.
Onderwerp
AT 1930 - Schlaraffenland   
ATU 1930 - Schlaraffenland.   
Beschrijving
Lied over Luilekkerland.
Bron
P. de Keyser. De nieuwe reis naar Luilekkerland. in: P. de Keyser. Ars folklorica Belgica. Noord- en Zuid-Nederlandse volkskunst. Antwerpen [etc.] 1956, p. 39-40
Commentaar
1762
Bron: 't Groot Hoorns, Enkhuyzer, Alkmaarder, Edammer en Purmerender Liede-Boek. Amsterdam: Kannevet, 1762. p.284-286.
Schlaraffenland
Naam Overig in Tekst
Luilekkerland   
Luy- en Lekkerland   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
