Hoofdtekst
Zeg hebt gij al van dat vrouwtje gehoord
1. Zeg hebt gij al van dat vrouwtje gehoord,
Dat vrouwtje uit Tenaten.
Die had er zo'n lelijke man getrouwd,
Ze wou niet bij hem slapen
Zij stuurde hem uit om hooi
Zij stuurde hem uit om strooi.
Zij stuurde hem uit om hooi en strooi,
Zo ver van huis is mooi.
2. Een patertje bij het vrouwtje kwam,
En wat zullen we 't avond eten,
Een dikke rijst met suiker erin,
En dat was naar de pater zijn zin.
En me man is uit om hooi,
En me man is uit om strooi,
En mijn man is uit om hooi en om strooi,
Zo ver van huis, het is mooi.
3. En het patertje tegen het vrouwtje sprak,
Hoe zullen we 't avond slapen,
En ik een deken en gij het laken,
Zo zullen wij wel in slaap geraken,
Mijn man is uit om hooi,
En mijn man is uit om strooi,
En mijn man is uit om hooi en om strooi,
Zo ver van huis, het is mooi.
4. En ik ben er ja niet ver van huis,
Maar sta hier achter de deuren,
En het grapje dat gij daar beginnen wil,
En dat zal nooit gebeuren,
Want ik ga nooit weer om hooi,
En ik ga nooit weer om strooi,
En ik ga nooit weer om hooi en om strooi,
Zo ver van huis het is mooi.
31475 Herkomst: G 186 (Buinermond)
Gez. door Mw. T. Kroon-Meijer
Geboren 1909, Emmercompascuum G 62a
Opname: 17 november 1962, Kolhorn E 11
door A. Doornbosch
3 afdrukken; afdr.1
1. Zeg hebt gij al van dat vrouwtje gehoord,
Dat vrouwtje uit Tenaten.
Die had er zo'n lelijke man getrouwd,
Ze wou niet bij hem slapen
Zij stuurde hem uit om hooi
Zij stuurde hem uit om strooi.
Zij stuurde hem uit om hooi en strooi,
Zo ver van huis is mooi.
2. Een patertje bij het vrouwtje kwam,
En wat zullen we 't avond eten,
Een dikke rijst met suiker erin,
En dat was naar de pater zijn zin.
En me man is uit om hooi,
En me man is uit om strooi,
En mijn man is uit om hooi en om strooi,
Zo ver van huis, het is mooi.
3. En het patertje tegen het vrouwtje sprak,
Hoe zullen we 't avond slapen,
En ik een deken en gij het laken,
Zo zullen wij wel in slaap geraken,
Mijn man is uit om hooi,
En mijn man is uit om strooi,
En mijn man is uit om hooi en om strooi,
Zo ver van huis, het is mooi.
4. En ik ben er ja niet ver van huis,
Maar sta hier achter de deuren,
En het grapje dat gij daar beginnen wil,
En dat zal nooit gebeuren,
Want ik ga nooit weer om hooi,
En ik ga nooit weer om strooi,
En ik ga nooit weer om hooi en om strooi,
Zo ver van huis het is mooi.
31475 Herkomst: G 186 (Buinermond)
Gez. door Mw. T. Kroon-Meijer
Geboren 1909, Emmercompascuum G 62a
Opname: 17 november 1962, Kolhorn E 11
door A. Doornbosch
3 afdrukken; afdr.1
Onderwerp
AT 1360C - Old Hildebrand   
ATU 1360C - Old Hildebrand.   
Beschrijving
Een vrouw is getrouwd met een lelijke man. Zij stuurt hem steeds weg om hooi en stro te gaan halen, zodat zij overspel kan plegen met de pater. De echtgenoot komt er achter als hij achter de deur staat en hij verhindert de affaire
Bron
Liedarchief Meertens Instituut
Commentaar
17 november 1962
Old Hildebrand
Naam Overig in Tekst
Tenaten   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
