Hoofdtekst
Er was eens een boer en die ging naar de wei
1. Er was eens een boer en die ging naar de wei
en als hij daar was in de wei
dan stond er zijn vrouwtje al aan de deur
gekleed al in het zij
mijn man die is toch naar de wei dacht zij
mijn man die is toch naar de wei
zo'n wei zo'n wei zo'n dwingelandij
mijn man die is toch naar de wei, dacht zij
zo'n wei zo'n wei zo'n dwingelandij
mijn man die is toch naar de wei.
2. Toen kwam er een officiertje aan,
die bleef voor het dametje staan
Hij greep er eens aan haar boezelaar,
Zij liet het maar still'tjes begaan
Mijn man, die is toch naar de wei, dacht zij
enz.
3. Wil jij er een gulden verdienen van mij
een gulden is waarlijk wel duur
Maar voor er zo'n aardig lief vrouwtje als jij
sta ik er zo vast ale een muur
Mijn man die is toch naar de wei, dacht zij
4. 't off'ciertje, dat kleedde zich spoedig uit
en toen hij daar nakend stond
Toen werd er al aan de deur geklopt,
Hij viel van schrik op de grond
Dacht jij, dat ik was naar de wei, zei hij
Dacht jij, dat ik was naar de wei?
Zo'n wei, zo'n wei enz.
5. Ach lieve man, ach lieve man, vergeef het me deze keer
'k zal zwoegen en werken zo hard als ik kan
Ik doe het van mijn leven niet weer
'k ga liever met jou naar de wei, zei zij
'k ga liever met jou naar de wei
Zo'n wei, zo'n wei, zo'n dwingelandij ] 2x
'k ga (herh.: veel liever) liever met jou naar de wei, (zei zij) ] 2x
32037 Herkomst: Nieuwesluis I 104a
Gez. door: Mevr. D.E. Sterk-Broks
Geb: 23 juni 1903, Den Helder E 2
Opname: 8 januari 1968, Drachten B 99
door A. Doornbosch
3 afdrukken; afdr. 3
1. Er was eens een boer en die ging naar de wei
en als hij daar was in de wei
dan stond er zijn vrouwtje al aan de deur
gekleed al in het zij
mijn man die is toch naar de wei dacht zij
mijn man die is toch naar de wei
zo'n wei zo'n wei zo'n dwingelandij
mijn man die is toch naar de wei, dacht zij
zo'n wei zo'n wei zo'n dwingelandij
mijn man die is toch naar de wei.
2. Toen kwam er een officiertje aan,
die bleef voor het dametje staan
Hij greep er eens aan haar boezelaar,
Zij liet het maar still'tjes begaan
Mijn man, die is toch naar de wei, dacht zij
enz.
3. Wil jij er een gulden verdienen van mij
een gulden is waarlijk wel duur
Maar voor er zo'n aardig lief vrouwtje als jij
sta ik er zo vast ale een muur
Mijn man die is toch naar de wei, dacht zij
4. 't off'ciertje, dat kleedde zich spoedig uit
en toen hij daar nakend stond
Toen werd er al aan de deur geklopt,
Hij viel van schrik op de grond
Dacht jij, dat ik was naar de wei, zei hij
Dacht jij, dat ik was naar de wei?
Zo'n wei, zo'n wei enz.
5. Ach lieve man, ach lieve man, vergeef het me deze keer
'k zal zwoegen en werken zo hard als ik kan
Ik doe het van mijn leven niet weer
'k ga liever met jou naar de wei, zei zij
'k ga liever met jou naar de wei
Zo'n wei, zo'n wei, zo'n dwingelandij ] 2x
'k ga (herh.: veel liever) liever met jou naar de wei, (zei zij) ] 2x
32037 Herkomst: Nieuwesluis I 104a
Gez. door: Mevr. D.E. Sterk-Broks
Geb: 23 juni 1903, Den Helder E 2
Opname: 8 januari 1968, Drachten B 99
door A. Doornbosch
3 afdrukken; afdr. 3
Onderwerp
AT 1360C - Old Hildebrand   
ATU 1360C - Old Hildebrand.   
Beschrijving
Een boer gaat naar de wei. Zijn vrouw legt het voor weinig geld aan met een officier. Haar man betrapt hen en zij smeekt om vergiffenis en belooft voortaan hard te zullen werken.
Bron
Liedarchief Meertens Instituut
Commentaar
8 januari 1968
Old Hildebrand
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
