Hoofdtekst
De kerk in Middelbert staat er al heel lang, men zegt wel twintig geslachten lang. Ook toen in onze streken nog wolven voorkwamen, stond de kerk er al. De volgende ware gebeurtenis speelde zich vele honderden jaren geleden af. Het was een mooie dag in het voorjaar; op het grasveld voor een boerderij stond een geitje aan een ketting. Die was vastgemaakt aan een stik, die in de grond stak. Het gras was al weer gegroeid en de bloemen stonden er tussen. Het geitje had het goed naar haar zin en liet dat merken ook. Ze mekkerde dat het een lust was, maar dat had ze beter niet kunnen doen…want de wolf hoorde haar. Ende wolf had na de strenge winter bijna geen vet meer op ’t lijf en was toe aan een hartige hap.
Door de bosjes sloop ze naderbij en liep het grasland op om het geitje te pakken te nemen. Het geitje schrok verschrikkelijk … maar zat vast aan de ketting, ze kon geen kant op; ze zou een gewillige prooi voor de wolf zijn. Ze trok zo hard ze kon aan de ketting, maar dat hielp niets. Toen sprong de wolf toe om het geitje te verslinden. Nog eenmaal sprong het geitje op met zo’n kracht dat de stik losschoot en het geitje ervandoor rende met de ketting en de stik achter haar aan. Maar waar moest ze zo gauw naar toe. Er waren geen mensen in de buurt die haar konden beschermen. Ze rende richting kerk, de stoep op, het hek door en sprong tegen de kerkdeur, die open ging (in die tijd werden kerken nog niet afgesloten). Zij hoopte dat de wolf haar niet de kerk in zou durven te volgen, maar helaas… daar stak ook de grauwe snuit van de wolf om de deur; hij ontblootte zijn grote tanden en wilde het geitje bespringen. In een allerlaatste wanhoopspoging maakte het geitje opnieuw een sprong, net langs de wolf om weer naar buiten te rennen. Zij sprong, de wolf hapte net mis en de geit rende door het gat van de deur naar buiten, totdat zij niet meer verder kon. De stik die zijn aan de ketting meegesleept had was achter de kerkdeur blijven haken en … daardoor werd de deur dichtgetrokken. De kerkdeur was dicht, het geitje was buiten de kerk en de wolf zat erin en kon geen kant op.
Toen de boeren om kwart voor twaalf van het land terug kwamen, overzagen zij al snel de situatie. Met de wolf maakten zij korte metten en de geit werd weer teruggebracht naar zijn weiland. Ze genoot weer van haar gras en is nooit meer door wolven lastig gevallen.
Door de bosjes sloop ze naderbij en liep het grasland op om het geitje te pakken te nemen. Het geitje schrok verschrikkelijk … maar zat vast aan de ketting, ze kon geen kant op; ze zou een gewillige prooi voor de wolf zijn. Ze trok zo hard ze kon aan de ketting, maar dat hielp niets. Toen sprong de wolf toe om het geitje te verslinden. Nog eenmaal sprong het geitje op met zo’n kracht dat de stik losschoot en het geitje ervandoor rende met de ketting en de stik achter haar aan. Maar waar moest ze zo gauw naar toe. Er waren geen mensen in de buurt die haar konden beschermen. Ze rende richting kerk, de stoep op, het hek door en sprong tegen de kerkdeur, die open ging (in die tijd werden kerken nog niet afgesloten). Zij hoopte dat de wolf haar niet de kerk in zou durven te volgen, maar helaas… daar stak ook de grauwe snuit van de wolf om de deur; hij ontblootte zijn grote tanden en wilde het geitje bespringen. In een allerlaatste wanhoopspoging maakte het geitje opnieuw een sprong, net langs de wolf om weer naar buiten te rennen. Zij sprong, de wolf hapte net mis en de geit rende door het gat van de deur naar buiten, totdat zij niet meer verder kon. De stik die zijn aan de ketting meegesleept had was achter de kerkdeur blijven haken en … daardoor werd de deur dichtgetrokken. De kerkdeur was dicht, het geitje was buiten de kerk en de wolf zat erin en kon geen kant op.
Toen de boeren om kwart voor twaalf van het land terug kwamen, overzagen zij al snel de situatie. Met de wolf maakten zij korte metten en de geit werd weer teruggebracht naar zijn weiland. Ze genoot weer van haar gras en is nooit meer door wolven lastig gevallen.
Onderwerp
SINLEG 0066 - Wolf und Schaf (Ziege).   
Beschrijving
Een geitje graast op het grasveld naast een boerderij. Ze staat vast aan een ketting, die met een stik in de grond vastzit. Een wolf hoort haar mekkeren en sluipt dichterbij. Het geitje schrikt en probeert weg te komen. Het geitje krijgt de stik op het laatste moment los en rent naar de kerk van Middelbert. Ze gaat naar binnen en hoopt dat de wolf haar niet volgt, maar dat doet hij wel. Het geitje maakt een sprong en rent weer naar buiten, maar kan niet meer verder. De stik is aan de kerkdeur blijven haken, waardoor de deur dichtgetrokken wordt. De wolf zit nu opgesloten in de kerk en het geitje staat veilig buiten. Toen de boeren terugkwamen van het veld en het geitje zagen, doodden ze de wolf. Het geitje brachten ze terug naar de wei, waar ze nooit meer door wolven is aangevallen.
Bron
Mondelinge optekening
Commentaar
vrij naar een overlevering die Opa Hendrik vertelde
Naam Locatie in Tekst
Middelbert   
Plaats van Handelen
Middelbert   
