Hoofdtekst
In Lochhoezen wollen twee mansleu met de kaore hen plaggen halen. Maor opins konnen de pearde de vrach neet mear trekken. Zee zatten muurvaste. Ton gingen ze naor Koolvelds Miene, dee daor dichte in de buurte wonnen en neet helemaols zuver was. Dee zea: Dee vrach könt ze der wal an den start an oettrekken. En metene was de vrach wear los en konnen ze wieter veurn.
Beschrijving
In Lochuizen wilden twee mannen met de kar hun plaggen halen, maar de paarden konden opeens de vracht niet meer trekken. Ze gingen naar Koolvelds Miene voor hulp. Die zei dat ze de vracht er aan de staart uit konden trekken. Toen konden ze weer verder.
Bron
Corpus Krosenbrink, verslag 2, verhaal 1 (archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Koolvelds Miene   
Naam Locatie in Tekst
Lochuizen   
Plaats van Handelen
Lochuizen   
