Hoofdtekst
Ne boer hef den duvel is ne keare te pakkene ehad. Hee verkoch um veur völle geld alles wat bovven de grond zat. Den duvel was bli’j, maor ton e ut ziene op kon halen kreeg e de strunke want den boer hadde earpels verbouwd. Ut volgende jaor wol den duvel kloker wezzen. Ton kof e zich alles wat onder de grond zat, maor wear had den boer um te pakken. Want dat jaor verbouwen hee rogge.
Beschrijving
Een boer heeft de duivel een keer te pakken gehad. Hij verkocht hem alles wat boven zijn grond groeide. Toen de duivel het op kwam halen kreeg hij alleen stronken, want de boer had aardappels verbouwd. Het volgende jaar wilde de duivel slimmer zijn, dus hij kocht alles wat onder de grond zat. Weer had de boer hem te pakken, want dat jaar verbouwde hij rogge.
Bron
Corpus Krosenbrink, verslag 4, verhaal 10 (archief Meertens Instituut)
Commentaar
De rest van het verhaal - er moest nog wat gebeuren - herinnerde B. zich niet meer.