Hoofdtekst
Bi’j Wenters, op ne boerderi’je vlak bi’j ut Ravenhoes, daor spoken ut vrogger. De earpels, de telders en de vorken dee rammeln op de taofele en i’j konnen neet zeen wel dat deed.
Beschrijving
Op een boerderij in Winterswijk spookte het vroeger. Alles rammelde op tafel en niemand kon zien wie dat deed.
Bron
Corpus Krosenbrink, verslag 5, verhaal 1 (archief Meertens Instituut)
Naam Locatie in Tekst
Winterswijk, Ravenhoes   
Plaats van Handelen
Winterswijk   
