Hoofdtekst
Zo waster ook is een, eene werkeloze Drentenaar. Hij was te werk gesteld op een van de staatsmijnen. En het beviel hem niet, niet te best, nee, nee, nee. Hij ging toen werken op de Willem-Sofie. En of ie nu zo van z’n veenstreek zo’n reuze ontwikkeling had meegebracht gissen we, maar hij deed dan toch alsof. Meer dan rood in merg en been geworden door rumoerden en stookten hij tussen z’n Limburgse kompels en kompels in Limburg. Hij was werkzaam bij een streep, bij een peiler – dat is een gedeelte waar alleen maar de kool wordt weggehaald in een heel lang front – die zeer scherp stond. Dus vanuit de galerij steeg de laag een vijfentwintig meter met een hoek van vijftig graden, om dan vlakker om te buigen. Men begrijpt dat een kooltje, niet eens zo groot als een kindervuist, boven in de goot geworpen, naar beneden vliegt en springt en voldoende kracht bezit om iemand daar een gat in het hoofd te meppen. Dit gebeurde dan ook bekant door de defecte schut met een van de kompels – want in dat gedeelte dat zo stijl stond hadden de kompels schutten geplaatst, dat waren van zo’n soort een, een, een plankjee zeg maar, wat er geplaatst werd, waardoor brokken en alles daar tegenaan vielen en daardoor de kompel beschermd werd. Een soort schilden zou je het kunnen noemen, he. Ja, en ja, die kompel die schrok daar danig van en zei: ‘’Godzijdank!’’ He, als d’er zo’n stuk tegen dat uh schild aan uh vloog, he. Dan besefte ie even, jongens als dat er niet was geweest, dan had ik het tegen mijn kop ge.. ‘’Godzijdank!’’ zei ie. ‘’Zeg liever dat het toeval dank, makker!’’ zei die Drentenaar. ‘’God staat daar buiten.’’ He. ‘’Dat dankerij aan jullie god dat, dat, dat, dat hangt een nuchter en modern mens de keel uit! Das allemaal hallucinatie jongeman! Dat hebben jullie priesters nodig om van jullie ganzen te houden, godverdomme, ma.. ma..’’ Nog niet had den Hollander z’n vloek uitgesproken of een stuk kool vloog ram tegen het schut, tegen het schild, sloeg kapot en een gedeelte vloog ‘m in de door het spreken geopende mond. Een tand werd eruit geslagen en die moest uitvaren, die moest naar boven toe, en heeft meer dan drie weken gevierd, en helse pijnen gehad door een ontsteking. ‘’Hehe, ja, dat was nu de hallucinatie van den Hollander,’’ lachte Joep.
Beschrijving
Mijnwerker zegt: ''Godzijdank.'' Een agnostische Drentenaar zegt: ''Zeg liever dat het toeval is'' en kreeg meteen een stuk kool in de mond, die hem een tand kostte.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Commentaar
De Drentenaar dient als communist gezien te worden.
Naam Overig in Tekst
Joep   
Willem-Sofie   
Willem-Sophia   
Drent   
Hollander   
Drentenaar   
Plaats van Handelen
Willem-Sophia mijn (Spekholzerheide)   

