Hoofdtekst
Ben Janssen: ‘’Uh, hij kon voor als soldaat, kon ‘t niet gewond raken. En als zeeman kon ie niet verdrinken. En als loteling lootte hij vrij. Hij kon in de toekomst kijken. Hij kon iemands dood voorspellen. Maar hij leerde ook erg vlot op school. Nou ik wou even nog, meneer Brand, teruggaan op het feit dat ‘t.. Eene helm niet verkocht mocht worden. Of niet begra.. Of uh wel begraven mocht worden, maar niet verkocht mocht worden, of ook niet dat de vroedvrouw of de dokter met die helm ging lopen. Want dan, dat was heel gevaarlijk voor dat kind, want dan moest dat kind, moest dan zelf in de begrafenisstoeten die hij zag, moest ie dan meelopen.’’
Jaap Brand: ‘’Ah.’’
Ben Janssen: ‘’Uh, niet zozeer om in die begrafenisstoet mee te lopen, maar dan moest hij wel de, de, de obstakels, die de begrafenisstoet tegenkwam, moest ie dan uit de weg ruimen.’’
Jaap Brand: ‘’Nee..’’
Ben Janssen: ‘’Dus hij moest voor de begrafenisstoet uitlopen om de obstakels uit de weg te ruimen. Kwam dan ook meermalen voor vroeger dat een boerenknecht, die met de helm geboren was, plotseling ’s nachts uit bed moest, met alle geweld – die kon niet in bed blijven – uit bed moest, de deur uitvloog en het erf opliep en alle hekken openzette.’’
Jaap Brand: ‘’Aha. Ja, ja, ja, ja.’’
Ben Janssen: ‘’Daar heb je wel eens van gehoord misschien?’’
Jaap Brand: ‘’Daar heb ik wel eens van gehoord. Om de stoet door te laten gaan.’’
Ben Janssen: ‘’Om de stoet door te laten gaan.’’
Jaap Brand: ‘’En niemand zag dat behalve hij.’’
Ben Janssen: ‘’Nee, alleen hij.’’
Jaap Brand ‘’En later moest ie dan waarschijnlijk zelf dat hek weer opendoen voor de echte staatsie.’’
Ben Janssen: ‘’Ja. En kijk zo’n kind, dat, da, da, daar was dus de helm van verkocht.’’
Jaap Brand: ‘’Ja..’’
Ben Janssen: ‘’Of gestolen..’’
Jaap Brand: ‘’En die moest dus onder dwang..
Ben Janssen: ‘’Ja.’’
Jaap Brand: ‘’Een bepaalde drang had ie..
Ben Janssen: ‘’Ja.’’
Jaap Brand: ‘’Moest ie aan toegeven.’’
Ben Janssen: ‘’Die moe.. Die moest eruit. Die moest eruit om die hekken te openen en, en bepaalde stenen weg te leggen.’’
Jaap Brand: ‘’Maar die begrafenissen vonden overdag plaats en dit vond ’s nachts plaats.’’
Ben Janssen: ‘’Dat vond altijd ’s nachts plaats ja.’’
Jaap Brand: ‘’Ook nog een speciale tijd ’s nachts?’’
Ben Janssen: ‘’Nou, altijd rond twaalf uur, he? Tussen twaalf en één, he?’’
Jaap Brand: ‘’Ja. Het, ‘t, ‘t..’’
Ben Janssen: ‘’Zag men meestal.. Da was.. Da was het uur. Dan zag men meestal die, die lijkstaatsies.’’
Jaap Brand: ‘’Mhm.’’
Jaap Brand: ‘’Ah.’’
Ben Janssen: ‘’Uh, niet zozeer om in die begrafenisstoet mee te lopen, maar dan moest hij wel de, de, de obstakels, die de begrafenisstoet tegenkwam, moest ie dan uit de weg ruimen.’’
Jaap Brand: ‘’Nee..’’
Ben Janssen: ‘’Dus hij moest voor de begrafenisstoet uitlopen om de obstakels uit de weg te ruimen. Kwam dan ook meermalen voor vroeger dat een boerenknecht, die met de helm geboren was, plotseling ’s nachts uit bed moest, met alle geweld – die kon niet in bed blijven – uit bed moest, de deur uitvloog en het erf opliep en alle hekken openzette.’’
Jaap Brand: ‘’Aha. Ja, ja, ja, ja.’’
Ben Janssen: ‘’Daar heb je wel eens van gehoord misschien?’’
Jaap Brand: ‘’Daar heb ik wel eens van gehoord. Om de stoet door te laten gaan.’’
Ben Janssen: ‘’Om de stoet door te laten gaan.’’
Jaap Brand: ‘’En niemand zag dat behalve hij.’’
Ben Janssen: ‘’Nee, alleen hij.’’
Jaap Brand ‘’En later moest ie dan waarschijnlijk zelf dat hek weer opendoen voor de echte staatsie.’’
Ben Janssen: ‘’Ja. En kijk zo’n kind, dat, da, da, daar was dus de helm van verkocht.’’
Jaap Brand: ‘’Ja..’’
Ben Janssen: ‘’Of gestolen..’’
Jaap Brand: ‘’En die moest dus onder dwang..
Ben Janssen: ‘’Ja.’’
Jaap Brand: ‘’Een bepaalde drang had ie..
Ben Janssen: ‘’Ja.’’
Jaap Brand: ‘’Moest ie aan toegeven.’’
Ben Janssen: ‘’Die moe.. Die moest eruit. Die moest eruit om die hekken te openen en, en bepaalde stenen weg te leggen.’’
Jaap Brand: ‘’Maar die begrafenissen vonden overdag plaats en dit vond ’s nachts plaats.’’
Ben Janssen: ‘’Dat vond altijd ’s nachts plaats ja.’’
Jaap Brand: ‘’Ook nog een speciale tijd ’s nachts?’’
Ben Janssen: ‘’Nou, altijd rond twaalf uur, he? Tussen twaalf en één, he?’’
Jaap Brand: ‘’Ja. Het, ‘t, ‘t..’’
Ben Janssen: ‘’Zag men meestal.. Da was.. Da was het uur. Dan zag men meestal die, die lijkstaatsies.’’
Jaap Brand: ‘’Mhm.’’
Onderwerp
SINSAG 0481 - Leichenzug gesehen   
TM 2901 - Helmdragers   
Beschrijving
Iemand die met de helm geboren is: ziet vooruit; raakt niet gewond als soldaat; verdrinkt niet als zeeman; loot vrij; kan goed leren. Als de helm in handen van iemand anders kwam, moest de met de helm geborene de obstakels van begrafenisstoeten die hij zag uit de weg ruimen. Dit gebeurde 's nachts.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Naam Overig in Tekst
Ben Janssen   

