Hoofdtekst
Odora, een maagd van aanzienlijke Frankische afkomst, was door haar ouders bestemd de gemalin te worden van een vermogend edelman. Maar zij verkoos een eenzaam leven boven het huwelijk. Daarom besloot ze haar ouderlijk huis te verlaten en zich te begeven in de wildernis en daaruit niet terug te keren voordat een schimmel haar zou komen halen.
Toen zij zich enige jaren in de eenzaamheid had opgehouden, verscheen onverwacht op zekeren dag het witte paard bij haar. Zonder zich te bedenken wierp ze zich op de rug van het beest, brak een tak van de nabijstaande lindeboom om het paard daarmee aan te sporen en reed in galop naar de ouderlijke woning. Hier stapte ze af, stak het lindetak in de grond en dat takje schoot welig wortel en werd de oorsprong van de vermaarde lindeboom in Eersel. In de volksmond genoemd: de heilige linde.
En onze linde, zult ge vragen, waar is die gebleven? Helaas, ze is niet meer. Maar niet door stormen is hij geveld, de grijsaard, en geen bliksemschicht heeft hem terneergeslagen. ’t Was in de zomer van het jaar 1903, een bijenzwerm had zich genesteld in de holte en de schooljeugd van Eersel verzamelde stro en rijzen in de stam en stak de massa in brand. Daardoor vatte ook het binnenste van de boom vuur en brandde uit. Z’n stamdelen dreigden te vallen en boden de voorbijganger gevaar. Daarom gaf de burgemeester, J.Th. van den Boom, last de lindeboom te vellen. En op dezelfde plaats werd een jeugdige stamverwant geplant. Zal die de leeftijd van z’n voorzaat mogen bereiken?
Jaren geleden stond de lindeboom in Eersel in zeer slechte reuk. Het spookte er! Men zag witte wijven, vrouwen met een horlevoet, heksen, kattendansen en meer van dat gespuis. Bij deze lindeboom hielden de heksen haar zogenaamde “avondvreugde”, dat wil zeggen, ze maakten er pret in de gedaante van zwarte katten in het nachtelijk uur. Ze dansten, ze sprongen, ze miauwden, ze lolden en kermden er. Ze hielden er vergaderingen en danspartijen.
Eén voorbeeld slechts uit de vele: Jan Prinsen woonde op ’t Hint en passeerde in de Hollernacht deze lindeboom. Hij zag er elf zwarte katten op heur achterste poten in een kring ronddansen en duidelijk hoorde hij ze zingen: “Ons nichtje heeft een stiklijf aan. Het is gestikt van zijde.” Toen de katten het dansen staakten, terwijl Jan lijdelijk toeschouwer bleef, gingen ze onder elkander rond met een gevulde beker, dronken ervan en presenteerden onze Jan ook een gevuld glas. Jan nam het aan, maar dronk er niet uit. Hij stak het glas bij zich. Thuis gekomen merkte hij dat in het glas een naam gegrift stond van een vrouw uit Steensel die hij zeer goed kende en met wie hij indertijd had gevreeën. Hij wenste haar het glas terug te brengen en begaf zich daartoe naar de woning van de vrouw, maar vond de deur gesloten. Na herhaald kloppen en nadat hij zijn naam had genoemd werd hij binnengelaten. Ze nam het glas terug, maar slechts op de uitdrukkelijke voorwaarde dat Jan haar naam in deze kattendanserij nooit noemen zou. De vrouw woonde in het zogenaamde “Haspelkuiltje” te Steensel, tussen het dorp en ‘t gehucht de Stevert. Volgens Jan vaste overtuiging had de vrouw zich in de bewuste nacht bij de linde vertoond in de gedaante van een kat en ze was, bij gevolg, een heks.
Onderwerp
SINSAG 0501 - Der Katzentanz   
Beschrijving
De lindeboom werd in 1903 geveld, nadat er zich een zwerm bijen in had gevestigd. Toen men probeerde de bijen met vuur te verjagen, vatte ook het binnenste van de boom vlam. Op dezelfde plek werd een nieuwe, jonge lindeboom geplant.
Op een zeker moment kreeg de lindeboom een slechte naam, omdat het bij de boom zou spoken. Men zag er o.a. witte wijven en heksen. Ene Jan Prinsen was er getuige van een kattendans.
Bron
Commentaar
Uit "Koortsboom" in de Volksverhalenbank:
"Ook in Eersel zien we dat er al een katholieke cultusplaats was voordat de specifieke rituelen die gepaard gaan met de koortsboom bestonden. In het geval van Eersel ging het, in tegenstelling tot in Overasselt, om een verering van een boom, waar we al rond 1750 een vermelding van vinden in een overzicht van katholieke cultusplaatsen. Dominee Stephanus Hanewinkel (1766-1858) denkt dat de legende van Sint-Odrada verbonden zou zijn met de lindeboom van Eersel. Zij zou de eerste heilige lindeboom geplant hebben, waaruit de andere heilige lindebomen zouden zijn ontstaan. Het is echter waarschijnlijker dat het gaat om een verering van Maria."
Naam Overig in Tekst
Odora   
Frankische   
burgemeester J.Th. van den Boom   
Jan Prinsen   
't Hint   
Hollernacht   
Naam Locatie in Tekst
Eersel   
Steensel   
het Haspelkuiltje   
de Stevert   
Plaats van Handelen
Eersel   

