Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VODA_025_08

Een sage (mondeling), oktober 1977

Hoofdtekst

Die man, die mij dit verhaal vertelde, die heeft het 35 jaar geleden horen vertellen.
[interviewer: juist, en in die versie gaan we nu luisteren naar dat verhaal].
Indien u in Weert via de Stationsstraat en de Stationstunnel linksaf gaat, ziet u na circa honderd meter recht het overschot staan van een molen. De wieken van de molen zijn verdwenen. Alleen het huis is overgebleven en de kap is enkele jaren geleden gerestaureerd. Over deze molen heb ik één dertig jaar geleden eens een opmerkelijk verhaal gehoord. Dat wil ik u niet onthouden. Het gaat over de tijd dat genoemde molen nog functioneerde als graanmolen. Regelmatig kwamen de boeren uit de omtrek het rogge laten vermalen. Het opmerkelijke was, dat de molenaar nooit een knecht kon houden. Meestal vertrok deze weer, nadat hij één nacht of korter in de molen geslapen had. Ook de molenaar wist er het fijne niet van, totdat een knecht hem midden in de nacht wakker maakte, gillend en schreeuwend dat het in zijn molen spookte. Dat katten van enorme omvang midden in de nacht gevoerd moesten worden. Lange tijd bleef de molenaar verstoken van hulp van een knecht omdat, als de molenaar hem vertelde wat er ’s nachts in de molen gebeurde, geen enkele knecht in dienst wou treden. Totdat op een dag een man zich melde bij de molen. De molenaar vertelde ook hem het verhaal van de spoken, maar de man zei dat die niet bang was, en dat die de spoken wel eens zou ontmaskeren. Het enige dat die de molenaar voor de nacht vroeg was een pannetje met melk en wat hout om de kachel te stoken. Dat gaf de molenaar graag, want hij vond dat de man een goede knecht was en hij wou hem graag houden. Rond twaalf uur was de man nog wakker, toen er plotseling drie katten, zo groot als tijgers, de ruimte insprongen. Een van de katten kon zelfs spreken. Deze zei tegen de man: ‘geef ons direct te eten, want we hebben honger.’ ‘Rustig maar’, zei de knecht, ‘ik zal het klaarmaken.’ Hij pakte het pannetje met melk, stookte het vuur op en maakte met toevoeging van wat rogge een dikke pap. Intussen kropen de katten door de ruimte en maakten akelige geluiden waarvan je de haren rechtop zouden gaan staan. De man echter bleef onbewogen en kookte de pap zo heet, dat die met moeite de pan van het vuur zou krijgen. Op zijn wenk, kwamen de katten naar elkaar toe. Ze wilden hem bespringen, maar de man pakte de pan met gloeiendhete melk en smeet ze de katten naar hun kop. Krijsend en schreeuwend vlogen ze weg en keerden niet weer terug. De volgende morgen was de molenaar al vroeg aan de molen, maar de man sliep nog rustig. De molenaar maakte hem wakker en vroeg hem of er vannacht nog iets gebeurd was. ‘Jazeker’, zei de man, en hij vertelde de molenaar het hele verhaal. Toen de man enkele uren later meel moest gaan leveren bij een boerderij in de buurt van de molen, zag die langs de weg drie ouwe vrouwen zitten, hun gezicht in verband gehuld. Hij wist nu meteen dat zij het waren, die die nacht waren komen spoken.

Onderwerp

SINSAG 0622 - Die verzauberte Mühle (Brauerei)    SINSAG 0622 - Die verzauberte Mühle (Brauerei)   

Beschrijving

Een molenaar kan geen knecht houden omdat deze worden weggejaagd door enorme katten die in de nacht komen spoken. Op een dag komt er een man die zegt dat hij niet bang is voor de katten. Hij kookt 's nachts melk en wanneer de katten hem willen bespringen, gooit hij dit in hun gezicht. De katten vluchten krijsend weg. De volgende morgen ziet de man drie oude vrouwen met verband om hun gezicht.

Bron

Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)

Naam Locatie in Tekst

Weert    Weert   

Stationsweg    Stationsweg   

Stationstunnel    Stationstunnel   

Plaats van Handelen

Weert    Weert