Hoofdtekst
- U moet even vertellen in wat voor huis en in wat voor….
- ’t Was o... ons eigen huis.
- Maar u hebt het over meiden... Hoe… hoe zat dat in mekaar? U had… u woonde..
- Meiden, ja.
- …in een zeer rijk gezin?
- Nee, niet helemaal rijk, nee, ja, gewoon! We waren wat... nog z... gegoede burgers, eh... En ’t was een groot huis, ’t was ‘t huis van een betovergrootvader, die heeft ’t laten bouwen. Mijn vader is erin getrokken ehm… toen hij een jaar of drie getrouwd was. En ik was geloof ik toen anderhalf en mijn broertje was twee maanden. Mijn grootmoeder heeft er van tevoren in gewoond. En ‘t was een erg somber huis, heel somber. ’t Had wel grote ramen, maar het was een heel hoog, smal huis, dat heel diep achterdoor liep. Er stond een grote linde voor ’t huis, h... was aan een plein en eh… ’t kraakte altijd, waren dikke deuren, en de.. vooral de zolder was helemaal een be… eng geheel en onder het huis liepen enorme kelders en die dat zelfs onder de Stokstraat door liepen, wij hadden een brouwerij, en die liepen, …s dat waren enorme complexen, we hebben d’r ook gedurende de bevrijding gewoond, omdat het daar veilig was. En die meiden zaten in die keu.. die keuken was ver weg van ’t woongedeelte, ’t was een ontzettend end lopen, we kregen ook vaak koud eten. Moesten ze een hele lange gang door en d’r was een raar, rotsachtig geheel, dat noemden wij de serre, dat was het niet, d’w.., d’r lagen kinderschoenen, en daarachter lag pas de keuken. En daar zaten ze. En die keuken was zo groot als deze kamer, maar dan heel donker, met zo’n klein pitje, zo’n.. zo’n vie.. vies wit kapje. En ik herinner me nog dat er een scheur in zat en een hap uit was. En daar za... dan trokken ze de grote tafel, dat was een zinken tafel waar bubbels in zaten, en dan zaten ze met z’n allen zaten ze zo te kijken met de armen over elkaar en de handen op… met de grote boezems die lágen op tafel. En dan zaten ze elkaar gewoon bang te maken, met gro… met de zondagse schorten voor, want ’s avonds mochten ze die verwisselen. ’t Waren d’r twee. En soms was de juf d’r bij, maar de juf vi… kan me nie… dat weet ik eigenlijk niet meer precies. Nee, dat zal wel niet, want dan was ik wel naar bed gestuurd. En dan zaten wij d’r bij en ik was erg bang dan. Ik durfde niet meer terug, naar boven toe.
- Eens even kijken of ik dat heb opgenomen.
- Dat.. hoe dat precies was weet ik niet meer, dat was een man, of een vriend van mijn vader, of da... ‘k weet... ik zal ‘t wel een vriend van mijn vader noemen, ik weet het niet zeker wat het was, die liep in de buurt van Schimmert rond, op j… met z’n hond en z’n geweer, jagend op klein wild. ‘t Was op een zondag, dus een dag dat ‘t verboden is voor d… voor de katholieke kerk om te schieten. Hij liep de richting uit van de watertoren, die toen nog niet stond, maar w… die buurt moet ’t geweest zijn. Daar komt een kat op ‘m af. Met gloeiende ogen. Een gitzwart beest, erg mooi beest. En die zegt: “Zo, rotkat! Maak dat je wegkomt. Wat? Zal ik jou eens voor je raap schieten?”
En die kat zegt: “Als je dát doet, dan zul jij ‘s zien wat er gaat gebeuren.”
“Dacht je dat ik bang was voor zo’n rotkat?!” En ze knalden het beest neer. Z’n hond apporteert ’t en heeft alleen maar as in z’n bek. Op dat moment komt er een trein langs, een gloeiende trein, met mensen zonder hoofden. Dat is het.
- Wat een merkwa.. Hoe komt u aan dat verhaal?
- Heb ik gehoord ook. ‘k Weet niet waar. T… ook thuis, in mijn jeugd.
- Fantastisch.
- Ja.
- Maar u, eh…
- Een soort weerwolfverhaal is dit. Die w… zijn d’r ontzettend veel, weerwolfverhalen.
- ’t Was o... ons eigen huis.
- Maar u hebt het over meiden... Hoe… hoe zat dat in mekaar? U had… u woonde..
- Meiden, ja.
- …in een zeer rijk gezin?
- Nee, niet helemaal rijk, nee, ja, gewoon! We waren wat... nog z... gegoede burgers, eh... En ’t was een groot huis, ’t was ‘t huis van een betovergrootvader, die heeft ’t laten bouwen. Mijn vader is erin getrokken ehm… toen hij een jaar of drie getrouwd was. En ik was geloof ik toen anderhalf en mijn broertje was twee maanden. Mijn grootmoeder heeft er van tevoren in gewoond. En ‘t was een erg somber huis, heel somber. ’t Had wel grote ramen, maar het was een heel hoog, smal huis, dat heel diep achterdoor liep. Er stond een grote linde voor ’t huis, h... was aan een plein en eh… ’t kraakte altijd, waren dikke deuren, en de.. vooral de zolder was helemaal een be… eng geheel en onder het huis liepen enorme kelders en die dat zelfs onder de Stokstraat door liepen, wij hadden een brouwerij, en die liepen, …s dat waren enorme complexen, we hebben d’r ook gedurende de bevrijding gewoond, omdat het daar veilig was. En die meiden zaten in die keu.. die keuken was ver weg van ’t woongedeelte, ’t was een ontzettend end lopen, we kregen ook vaak koud eten. Moesten ze een hele lange gang door en d’r was een raar, rotsachtig geheel, dat noemden wij de serre, dat was het niet, d’w.., d’r lagen kinderschoenen, en daarachter lag pas de keuken. En daar zaten ze. En die keuken was zo groot als deze kamer, maar dan heel donker, met zo’n klein pitje, zo’n.. zo’n vie.. vies wit kapje. En ik herinner me nog dat er een scheur in zat en een hap uit was. En daar za... dan trokken ze de grote tafel, dat was een zinken tafel waar bubbels in zaten, en dan zaten ze met z’n allen zaten ze zo te kijken met de armen over elkaar en de handen op… met de grote boezems die lágen op tafel. En dan zaten ze elkaar gewoon bang te maken, met gro… met de zondagse schorten voor, want ’s avonds mochten ze die verwisselen. ’t Waren d’r twee. En soms was de juf d’r bij, maar de juf vi… kan me nie… dat weet ik eigenlijk niet meer precies. Nee, dat zal wel niet, want dan was ik wel naar bed gestuurd. En dan zaten wij d’r bij en ik was erg bang dan. Ik durfde niet meer terug, naar boven toe.
- Eens even kijken of ik dat heb opgenomen.
- Dat.. hoe dat precies was weet ik niet meer, dat was een man, of een vriend van mijn vader, of da... ‘k weet... ik zal ‘t wel een vriend van mijn vader noemen, ik weet het niet zeker wat het was, die liep in de buurt van Schimmert rond, op j… met z’n hond en z’n geweer, jagend op klein wild. ‘t Was op een zondag, dus een dag dat ‘t verboden is voor d… voor de katholieke kerk om te schieten. Hij liep de richting uit van de watertoren, die toen nog niet stond, maar w… die buurt moet ’t geweest zijn. Daar komt een kat op ‘m af. Met gloeiende ogen. Een gitzwart beest, erg mooi beest. En die zegt: “Zo, rotkat! Maak dat je wegkomt. Wat? Zal ik jou eens voor je raap schieten?”
En die kat zegt: “Als je dát doet, dan zul jij ‘s zien wat er gaat gebeuren.”
“Dacht je dat ik bang was voor zo’n rotkat?!” En ze knalden het beest neer. Z’n hond apporteert ’t en heeft alleen maar as in z’n bek. Op dat moment komt er een trein langs, een gloeiende trein, met mensen zonder hoofden. Dat is het.
- Wat een merkwa.. Hoe komt u aan dat verhaal?
- Heb ik gehoord ook. ‘k Weet niet waar. T… ook thuis, in mijn jeugd.
- Fantastisch.
- Ja.
- Maar u, eh…
- Een soort weerwolfverhaal is dit. Die w… zijn d’r ontzettend veel, weerwolfverhalen.
Onderwerp
SINSAG 0804 - Werwolf nimmt viele Gestalten an.   
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
SINSAG 0492 - Vorzeichen des Zuges   
Beschrijving
Een man die op zondag ging jagen ontmoette een zwarte kat met gloeiende ogen. Na een woordenwisseling schoot de jager de kat dood. Toen zijn hond de dode kat wilde apporteren, had deze alleen as in zijn bek. Op datzelfde moment reed er een gloeiende trein voorbij met mensen zonder hoofden.
Er wordt ook beschreven in wat voor setting dit verhaal werd verteld. De dienstmeiden vertelden dit soort verhalen 's avonds aan de keukentafel.
Er wordt ook beschreven in wat voor setting dit verhaal werd verteld. De dienstmeiden vertelden dit soort verhalen 's avonds aan de keukentafel.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Commentaar
Stokstraat te Maastricht
Naam Locatie in Tekst
Stokstraat   
Schimmert   
Plaats van Handelen
Schimmert   

