Hoofdtekst
Een andere plek eh… zijn bijvoorbeeld andere streken waar, waar dat de natuur aan meewerken omdat een waas van geheimzinnigheid met te omge- te omweven, dat zijn moerassen. Er is d’r tussen Odiliënberg en Lerop, een ander gehucht van Odiliënberg, is een- het broek, het broek achter de tegenwoordige kerk. En naast dat broek heb je wat bossages en wat wilgenhout, in elk geval d’r is een smalle bosweg, en dat heet de Heitweg [Heideweg]. En het schijnt dat de schepers, dus de herders vroeger, heel rijk waren in fantasie met verhalen. En d’r in elk geval één herder die zag daar op een bepaalde avond zag daar een juffrouw met een wit kleed om en die had géén hoofd. Nu vermelden de kronieken niet of die nou het hoofd onder de arm droeg of dat die helemaal geen hoofd had. En deed- die zei tegen hem: ‘ben je niet bang?’
‘Neuh,’ zei die herder, ‘ik ben niet bang.’
‘Ook niet bang voor mij?’
‘Nee helemaal niet,’ zei de herder.
‘Gelukkig,’ zei die gedaante. ‘Kom dan maar een nacht om twaalf uur, kom je hier. En dan zul je zien een slang en die slang heeft een gouden sleutel in de bek. Als jij klaarkrijgt om met jouw mond die gouden sleutel uit die bek van die slang te halen, dan zal d’r uit de grond een kist met goud tevoorschijn komen. Afgesproken?’
De herder die ging ’s anderendaags die nacht ging die dus die bewuste nacht ging die d’r naartoe. En maar daar kwam die slang op ‘m af en die deed er zo vreselijk aardig en angstwekkend dat die herder d’r vandoor ging. En toen gilde die gedaante: ‘Nu ben ik voor eeuwig verloren!’ Dat was juffrouw Zonder Kop en dan wordt erbij verteld dat naar aanleiding daarvan daar een kapelletje gebouwd is. Dat kapelleke bestaat inderdaad, maar de rest is natuurlijk fantasie. ’T Was van juffrouw Zonder Kop.
‘Neuh,’ zei die herder, ‘ik ben niet bang.’
‘Ook niet bang voor mij?’
‘Nee helemaal niet,’ zei de herder.
‘Gelukkig,’ zei die gedaante. ‘Kom dan maar een nacht om twaalf uur, kom je hier. En dan zul je zien een slang en die slang heeft een gouden sleutel in de bek. Als jij klaarkrijgt om met jouw mond die gouden sleutel uit die bek van die slang te halen, dan zal d’r uit de grond een kist met goud tevoorschijn komen. Afgesproken?’
De herder die ging ’s anderendaags die nacht ging die dus die bewuste nacht ging die d’r naartoe. En maar daar kwam die slang op ‘m af en die deed er zo vreselijk aardig en angstwekkend dat die herder d’r vandoor ging. En toen gilde die gedaante: ‘Nu ben ik voor eeuwig verloren!’ Dat was juffrouw Zonder Kop en dan wordt erbij verteld dat naar aanleiding daarvan daar een kapelletje gebouwd is. Dat kapelleke bestaat inderdaad, maar de rest is natuurlijk fantasie. ’T Was van juffrouw Zonder Kop.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Juffrouw Zonder Kop vraagt een herder om haar ’s nachts op een bosweg te ontmoeten. Daar moet hij een gouden sleutel uit de bek van een slang halen, maar de herder is bang en het mislukt. Op die plek is een kapelletje gebouwd.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Motief
E422.1.1.5* - Miscellaneous actions of headless ghost.   
F886.1 - Golden key.   
Naam Overig in Tekst
Juffrouw Zonder Kop   
Naam Locatie in Tekst
Odiliënberg   
Lerop   
Plaats van Handelen
Heideweg   
De Peel   

