Hoofdtekst
In Hoensbroek in Limburg staat een heel stoer kasteel met zware torens en een mooie binnenplaats en een fraaie bogengalerij. Het kasteel en de voorburchten werden gebouwd op drie omgrachte eilanden. Het oudste gedeelte staat er al meer dan zes eeuwen. Hier moet het langgeleden gebeurd zijn dat de heer van Hoensbroek, die als roofridder bekend stond, eens een geschenk kreeg van z’n mannen die op de wegen kooplieden overvielen. Op zekere dag bestond de buit onder meer uit een aap. De roofknechten gaven het dier aan hun baas, die er werkelijk blij mee was, want de aap bracht op een grappige manier weer leven op het kasteel. Hij danste en sprong de hele dag en was gewoon niet weg te slaan van z’n meester. Alleen wanneer de ridder van Hoensbroek ’s morgens een weesgegroetje bad, was de aap nergens te vinden. De aap zat dan in de kelders van het slot op z’n tanden te knarsen. Op zekere dag kwam een knecht hem vertellen dat de abt van Rolduc hem wilde spreken. De abt werd binnengelaten. “Ik kom u nie vragen alsjeblieft met rooftochten op te houden, want dat zal toch wel nie helpen,” zegt de abt. “Laat ik maar met de deur in huis vallen. Ik hoor dat er altijd een aap in uw buurt zit, maar ik zie hem niet.” De ridder stond stomverbaasd over die vraag. “Moet je me daarvoor lastigvallen?”, vroeg ie, “nou hier is ie.” En hij voelde naast zijn stoel, maar de plaats was leeg. Toen keek ook de ridder op. Waar was ’t aapje ineens gebleven? Hij zocht en eindelijk zag hij het dier in een hoekje zitten, in elkaar gedoken en de tanden bloot. “Wat is dat nou,” zei de ridder, “kom aap!” Maar ’t dier bewoog niet. “Ik begrijp er niks,” zei de ridder. “Ik wel,” zei de abt, “vraag meur eens wie hij is.” “Wie ben je?”, vroeg de ridder aan de aap, een beetje spottend. Het beest gaf geen geluid. “Zeg ons, in de naam van onze lieve vrouw, wie je bent,” vroeg toen de abt. En voor ’t eerst in z’n leven hoorde de ridder de aap praten. “Ik ben de duivel en ik wacht op de dag waarop de ridder van Hoensbroek zal vergeten een weesgegroetje te bidden. Dan zal hij in de macht van de duivel zijn.” Toen de ridder dat hoorde viel hij op zijn knieën en smeekte om genade. De abt sloeg een kruis en de aap verdween om nooit meer terug te keren. Ja…
Onderwerp
SINSAG 0917 - Teufel (in Tiergestalt) erschreckt Sünder (Fluchende, Holzdiebe, Sonntagsschänder oder Spötter).   
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
Beschrijving
Bron
Motief
G303   
G303.3.3 - The devil in animal form.   
G303.3.3.2 - Devil in form of wild beast.   
G303.3.3.2.7 - Devil in form of monkey.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Ridder van Hoensbroek   
Heer van Hoensbroek   
Naam Locatie in Tekst
Kasteel van Hoensbroek   
Abdij van Rolduc   
Rolduc   
Plaats van Handelen
Kasteel van Hoensbroek   

