Hoofdtekst
Weerwolf
Beter bekend bij ons betrekkelijk de "weerwolf" is wel "de hond van de Mote" of "de hond van 't kerkhof". Voor veel jaren leefde op zijn burgt 't enden de Mote te Roeselare een kasteelheer, bekend om zijn wreedheden, zijn wanordelijk leven van ontucht en donkere daden. Hij leefde van dieftsal en plundering. Hij mishandelde weduwen en wezen, en om zijn geweten te stillen gaf hij bijwijlen, in de grote wapenzaal van zijn burgt, grote feestmalen, die meestal ontaardden in braspartijen en schandelijke orgiën. Zekere avond- een kerstavond- met een overdadig en weelderig feestmaal- klopte een arm behoeftig kind op de poort van het slot aan. Het kloeg zijn nood en vroeg om een aalmoes. De kasteelheer, in plaats van te geven, joeg zijn honden erop los. Het kind (volgens de sage het kerstkind Jezus), vervloekte de burgt en de burgtheer, die in de diepte en in het niet verzonken. Sedertdien doolt gedurende de donkere zes weken (drie weken voor en drie weken na Kerstdag) een hond, een donkerzwarte wolfshond met vlammende ogen en een zware ketting achter zich slepend, rond het kerkhof en rond de Mote (die in onze stad dicht aan elkaar palen). Alhoewel hij niemand enig kwaad berokkende, was hij van iedereen gevreesd. Destijds verklaarde men dat de ziel de geest van de vervloekte kasteelheer was, die om zijn straf uit te boeten, tot die gedaanteverwisseling (een wolfshond) gedoemd werd.
Beter bekend bij ons betrekkelijk de "weerwolf" is wel "de hond van de Mote" of "de hond van 't kerkhof". Voor veel jaren leefde op zijn burgt 't enden de Mote te Roeselare een kasteelheer, bekend om zijn wreedheden, zijn wanordelijk leven van ontucht en donkere daden. Hij leefde van dieftsal en plundering. Hij mishandelde weduwen en wezen, en om zijn geweten te stillen gaf hij bijwijlen, in de grote wapenzaal van zijn burgt, grote feestmalen, die meestal ontaardden in braspartijen en schandelijke orgiën. Zekere avond- een kerstavond- met een overdadig en weelderig feestmaal- klopte een arm behoeftig kind op de poort van het slot aan. Het kloeg zijn nood en vroeg om een aalmoes. De kasteelheer, in plaats van te geven, joeg zijn honden erop los. Het kind (volgens de sage het kerstkind Jezus), vervloekte de burgt en de burgtheer, die in de diepte en in het niet verzonken. Sedertdien doolt gedurende de donkere zes weken (drie weken voor en drie weken na Kerstdag) een hond, een donkerzwarte wolfshond met vlammende ogen en een zware ketting achter zich slepend, rond het kerkhof en rond de Mote (die in onze stad dicht aan elkaar palen). Alhoewel hij niemand enig kwaad berokkende, was hij van iedereen gevreesd. Destijds verklaarde men dat de ziel de geest van de vervloekte kasteelheer was, die om zijn straf uit te boeten, tot die gedaanteverwisseling (een wolfshond) gedoemd werd.
Onderwerp
SINSAG 0362 - Toter kehrt als Tier wieder. Erklärung der Erscheinung des Spuktieres.
  
Beschrijving
Een kasteelheer staat bekend om zijn wreedheden en buitensporigheden. Om zijn wandaden enigszins goed te maken, geeft hij regelmatig een feestmaal. Op kertsavond vindt er weer zo'n feestmaal plaats. Tijdens het eten wordt er aan de deur geklopt en ziet de kasteelheer een arm kind dat om een aalmoes bedelt. Hij geeft het kind niets en laat het wegjagen door zijn honden. Men zegt dat dat kind het kerstkind Jezus is geweest. De kasteelheer wordt met burcht en al vernietigd, en hij keert terug in de gedaante van een wolfshond. Als straf voor zijn zonden, moet de kasteelheer in de gedaante van een hond de zes weken rondom kerst over het kerkhof dwalen.
Bron
Volkskundevragenlijst 17 (1953), formulier N.38, archief Meertens Instituut
Commentaar
1953
De verteller van dit verhaal heeft het verhaal later bewerkt en uitgegeven in de vorm van een novelle. De novelle is verschenen in het plaatselijke weekblad "De Roeselaarse Weekbode".
Toter kehrt als Tier wieder. Erklärung der erscheinung des Spuktieres.
Naam Overig in Tekst
De Mote   
Jezus (Christus)   
Naam Locatie in Tekst
Roeselare   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
