Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LYST057

Een sage (vragenlijst), 1953

Hoofdtekst

't Werd door de meesten niet geloofd maar toch, er is veel onverklaarbaar en wonderlijk, je kan nooit weten. Een boer was achter met zijn werk, zijn volk mocht altijd om 9 uur weg, naar de kermis en paardemarkt Numansdorp. Nu evenwel weigerde hij hun te laten gaan. Ze moesten mest spreiden op de braak.
Dus zei een der arbeiders: "Als de mest gespreid is mogen we gaan?"
"Ja, dan moogt ge gaan."
Nu, er was voor een paar dagen werk, dus er was geen kans. Maar die man die gevraagd had 'mogen we gaan als de mest gespreid is', zei: "Jongens ik weet wat. Jullie winden je jas om je hoofd en je belooft dat je niet zult kijken, anders ben ik verloren."
Toen riep hij en stampte op de grond en toen verscheen achter ieder hoopje mest een kabouterje. De kabouters togen aan het spreiden, ze deden 't met de hand en zeer zorgvuldig en ze waren er zo mee klaar.
De man die de kabouters opgeroepen had stampte weer op de grond, en dankte de kabouters en die verdwenen weer net zo als ze gekomen waren. Nu had een der arbeiders het geluk dat er een gaatje was in zijn jas die hij om zijn hoofd had gebonden. Door dat gaatje overzag hij het veld en zag de kabouters. Ze waren volgens zijn schatting 90 centimeter lang, ze droegen allen een baard en ze leken op elkaar of 't allen kinderen van een stam waren. De boer ontmoette zijn volk op de markt, werd boos en nam zich voor hun direkt bij zijn thuiskomst te ontslaan.
Ter verduidelijking: in dien tijd had elke boer van 2 tot 4 hectare bouwland. Op dat land werd heel de zomer gewerkt en er werd mest op gereden en in augustus werd er koolzaad op gezaaid. De één was wel eens verder met zijn werk dan de ander, vandaar dat de boer die achteraan kwam, weigerde zijn volk naar markt te laten gaan. Er werd gemiddeld 60 wagens mest op de braak gereden per hectare. Van elke wagen werden 5 hoopjes getrokken, zo kwamen er gemiddeld 300 hoopjes mest per hectare. Stellen we gemiddelde grootte van 't braakland op 2 1/2 hectare, dan kwam er op een gemiddelde braak 750 hoopjes mest voor. Om achter ieder hoopje één kabouter te hebben, moet men dus over 700 kabouters beschikken. Aangenomen dat de mensen er al 50 gespreid hadden toen de boer kwam kijken.
Dit verhaal werd mij 60 jaar geleden verteld. De man die 't vertelde was er van overtuigd dat 't waar gebeurd was. Als men hem dan vraagde naar de man die de kabouters opriep en zei: "Dan behoefde die man toch nooit te werken als hij ze maar voor 't roepen had? Dan kon hij wel grote werken, zoals dijken aanleggen, huizen bouwen, alles klaar maken." Dan was 't antwoord, dat 't zeer gevaarlijk was, want als 't uitgekomen was, dat iemand door een gaatje in zijn jas had gekeken, dan had de duivel hem de hals omgedraaid. Blijkbaar kon dus zelfs de duivel misleid worden, door een gaatje in een jas.

Beschrijving

Knechten mogen van de boer niet naar de kermis, voordat al de mest over het land is uitgespreid. Dit is echter dagen werk. Een van de knechten roept echter kabouters op die het werk razendsnel doen, zodat de mannen naar de kermis kunnen gaan. De andere knechten mogen echter niet kijken, anders draait de duivel hun hals om. Een knecht heeft echter een gaatje in zijn jas en kan zo zien wat er gebeurt.

Bron

Volkskundevragenlijst 17 (1953), formulier K.94, archief Meertens Instituut

Commentaar

1953

Naam Locatie in Tekst

Numansdorp    Numansdorp   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22