Hoofdtekst
Het volgende verhaal is van mijn grootmoeder.
Er was een kind, waarvan de moeder door de "witte wieve" was meegenomen. Het meisje moest bij een boer de koeien hoeden. Wanneer ze in het veld was, kwam er altijd 'n vrouw naast haar toe, die haar kleren in orde maakte, haar haren kamde enz. (of die moeder nu een bepaalde straftijd bij de witte wieve moest doormaken weet ik niet meer. Ik weet wel dat er zoiets mee was). Na een tijdje kwam de moeder voorgoed terug, maar ze mocht tegen een varken geen zwijn zeggen. Een tijdlang ging alles goed, totdat op zekere dag de moeder tegen haar dochtertje zei: "Jaag vort, dat zwien." De vrouw verdween en is nooit meer teruggekomen.
Er was een kind, waarvan de moeder door de "witte wieve" was meegenomen. Het meisje moest bij een boer de koeien hoeden. Wanneer ze in het veld was, kwam er altijd 'n vrouw naast haar toe, die haar kleren in orde maakte, haar haren kamde enz. (of die moeder nu een bepaalde straftijd bij de witte wieve moest doormaken weet ik niet meer. Ik weet wel dat er zoiets mee was). Na een tijdje kwam de moeder voorgoed terug, maar ze mocht tegen een varken geen zwijn zeggen. Een tijdlang ging alles goed, totdat op zekere dag de moeder tegen haar dochtertje zei: "Jaag vort, dat zwien." De vrouw verdween en is nooit meer teruggekomen.
Beschrijving
Een moeder van een kind is meegenomen door de witte wieve. Af en toe keert zij nog terug om haar kind te verzorgen. Na een periode is zij voorgoed terug, maar ze mag tegen een varken geen zwijn zeggen. Wanneer ze dit toch doet, verdwijnt ze weer.
Bron
Volkskundevragenlijst 17 (1953), formulier G.200, archief Meertens Instituut
Commentaar
1953
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22