Hoofdtekst
Toen ik een jongen van ± 18 jaar was (1920) was er een arts op ons dorp die Vrijmetselaar was. Toen hij doodziek was kon hij niet sterven, tenzij een ander persoon zijn "geloof" overnam. Zijn koetsier bleek daartoe bereid. Toen stierf de arts. Hoe hij stierf weet ik niet.
De koetsier kenden we goed: een rustige, stille man. Toch, hij was voor ons wel ergens een getekende.
De koetsier kenden we goed: een rustige, stille man. Toch, hij was voor ons wel ergens een getekende.
Onderwerp
TM 2900 - Vrijmetselaars   
Beschrijving
Een arts is vrijmetselaar. Hij ligt op sterven maar kan niet doodgaan voordat iemand zijn geloofsovertuiging heeft overgenomen. Zijn koetsier wordt vrijmetselaar, waarna de arts sterft.
Bron
Volkskundevragenlijst 51 (1981), formulier I.4, archief Meertens Instituut
Commentaar
1981
Vrijmetselaars
Naam Overig in Tekst
Vrijmetselaar   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
