Hoofdtekst
Onderstaande, heb ik als kind wel eens horen vertellen.
Een pachtboer, die het schijnbaar goed ging, werd door een buurvrouw de vraag gesteld: "Ie hebt denkt mij nooit gien gebrek, narg'ons an denk mij." "Nee", zee die boer, asse wij geld gebrek hebt, hange wij de leege buul in de leindeboom en dan is die d'aandre morgen weer vol." De praat gank, dat die meinsch'en vrijmetzelaars war'en.
Dit is het eenege wat ik van deze kwestie weet.
Een pachtboer, die het schijnbaar goed ging, werd door een buurvrouw de vraag gesteld: "Ie hebt denkt mij nooit gien gebrek, narg'ons an denk mij." "Nee", zee die boer, asse wij geld gebrek hebt, hange wij de leege buul in de leindeboom en dan is die d'aandre morgen weer vol." De praat gank, dat die meinsch'en vrijmetzelaars war'en.
Dit is het eenege wat ik van deze kwestie weet.
Onderwerp
TM 2900 - Vrijmetselaars   
Beschrijving
Een pachtboer is erg rijk. Zijn buurvrouw vraagt waarom hij nooit arm is. De boer antwoordt dat hij dan een lege buidel aan de lindeboom hangt en de volgende dag is die gevuld met geld. De man wordt er van verdacht een vrijmetselaar te zijn.
Bron
Volkskundevragenlijst 51 (1981), formulier F.63, archief Meertens Instituut
Commentaar
1981
De verteller is vergeten zijn naam in te vullen.
Vrijmetselaars
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
