LYST133
Een sage (vragenlijst), 1957
Hoofdtekst
Er spookt in de Rusen en de oude Polder (het gebied tussen de Herv. Kerk in Wemeldinge en de Moniken dijk) een kat, die eigenlijk een heks was, maar die heks zou zich zo nu en dan in een kat veranderen, maar ze was verdwenen altijd als men ze achterna ging. Het moet ± 1860 en vroeger geweest zijn. Meer bekend dan de zwarte kat is echter het witte koijn, dat werkelijk voor dorpsspook dienst deed. Zeer veel goedgelovige Wemeldingenaren hebben het "met eigen ogen gezien". De plaats waar "'t witte kernien" zich ophield was het Brouwerspad, lopend vanaf de Zuid-Achterweg naar de Brouwersweg, thans beide bebouwd maar vroeger eenzame landwegen. Aan weerskanten van het pad (±75 cm breed) waren brede sloten met olmen erlangs en erachter boomgaarden. 's Nachts moet dit donkere pad absoluut iets spookachtigs over zich gehad hebben. Weinigen durfden dan ook 's avonds of 's nachts over het pad, hoewel het niet bekend is dat het konijn ooit lastig voor mensen was. Wel voor paarden en koeien, in de weiden in de buurt gingen de paarden altijd aan die kant grazen als de avond viel waar ze het verst verwijderd waren van " 't witte kernien". Iemand, die een geweer had, heeft es op het kernien geschoten, met een dubbeltje op 't geweer, gedachtig aan 't gerucht dat spoken niet te treffen zijn dan met edel metaal., wat hij raakte was echter een wit papier van "Gebr. Zwartendijk, tabakshandel, Rotterdam". In ± 1870 scheen het alsof het witte konijn een collega gekregen had, in 't najaar spookte er een grote zwarte hond. Na zijn vertrek was ook het konijn verdwenen. Nog steeds staat het pad bekend onder zijn tweede naam "'t spokepadje", al begint die thans ietwat minder gebruikt te worden.
Onderwerp
SINSAG 0331 - Spuktier kann nicht getroffen (gefangen) werden
  
SINSAG 0331 - Spuktier kann nicht getroffen (gefangen) werden
  
Beschrijving
In Zeeland gelooft men in een heks die zich kan omtoveren in een zwarte kat. Als men die kat achterna gaat, verdwijnt hij iedere keer. Ook gelooft men in een wit spookkonijn dat de paarden en de koeien bang maakt. De beesten gaan altijd grazen op een plek waar ze het verst van het witte konijn verwijderd zijn. Een man probeert op een keer op het konijn te schieten. Hij zet een dubbeltje op zijn geweer omdat hij gehoord heeft dat je het witte konijn alleen met edelmetaal kan raken. Helaas raakt de man niets behalve een stuk papier. Het paadje waar het konijn zich op zou houden, wordt nog steeds 't spokepadje genoemd. Ook een zwarte hond maakt de buurt op een gegeven moment onveilig, maar wanneer die hond verdwijnt, is men gelijk ook van het konijn verlost.
Bron
Volkskundevragenlijst 21 (1957), formulier I.72, archief Meertens Instituut
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22