Hoofdtekst
De schepen van de Oostindische Compagnie moesten steeds een bepaalde route volgen van Amsterdam naar Batavia en terug. Dan hadden ze de meeste kans om een ander schip te ontmoeten wanneer ze in volle zee met averij hadden te kampen. Men noemde dat "het veilig wagenspoor."
Schipper Barend Fockesz. echter, kapitein van het adviesjacht "De Kroonvogel", hield zich daar niet aan. Om korte reizen te maken ging hij buiten spoor. Terwijl de logge, zwaar beladen Oost-Indiëvaarders acht tot twaalf maanden over de reis deden, volbracht Barend die in zes maanden. Nog vond hij dat de reis te lang duurde, maar hij begreep dat hij alleen met behulp van de duivel sneller kon zeilen. Eens was de duivel bij hem te gast, midden op zee, ten westen van kaap De Goede Hoop. Een kleine sloep werd in de nacht naar "De Kroonvogel" geroeid en een man, in effen zwart gekleed, kwam aan boord. Niemand bemerkte het, want allen sliepen: de roerganger, gebogen over het grote rad, de matroos die de wacht had in het kraaiennest en de stuurman op de brug. Alleen Barend Fockesz. sliep niet, hij wachtte. De deur van de kajuit ging langzaam open en de duivel trad binnen.
"Je hebt mij geroepen, Barend Fockesz.?"
"Ja, ik wil nog kortere reizen maken."
"Dan moet je altijd met volle zeilen varen."
"En als de tuigage in de storm overboord slaat?" vroeg Barend.
"Zet ijzeren stangen aan het want, dan slaan de ra's niet overboord. Hol de masten uit en giet vloeibaar lood in het binnenste, dan knappen ze niet," antwoordde de duivel.
"Dan wordt het schip te zwaar, veel te zwaar," zei Barend.
"O nee, met mijn hulp zal het dan over riffen en klippen, over ondiepten en zandbanken zeilen. Met tegenwind of met windstilte, altijd zal "De Kroonvogel" de wind in de zeilen hebben. Eeuwenlang zullen de zeelui nog over je schip spreken; ze zullen het "De Vliegende Hollander" noemen."
Sindsdien voer "De Kroonvogel" in nog veel kortere tijd van Amsterdam naar Indië. Drie maanden nadat hij scheep was gegaan stapte Barend Fockesz. aan land bij de Waterpoort in Batavia. Men schonk schipper Barend gouden gedenkpenningen, gouden halsketens en zakken vol Spaanse matten en dubloenen. Zelfs werd op het onbewoonde eilandje Kuiper, voor de haven van Batavia, een standbeeld voor hem opgericht. Barend stond daar in steen uitgehouwen, gekleed in buis en korte broek, zodat elke schepeling die de rede verliet hem kon zien. Toen in 1808 de Engelse admiraal Dourie Batavia niet durfde aan te vallen omdat Daendels het bevel over stad en vesting voerde, sloegen de Britse matrozen het standbeeld aan stukken.
Op een van zijn snelle tochten verloor "De Kroonvogel" zijn stuurman in Straat Soenda. Wellicht sliep de duivel een ogenblik; in elk geval hingen de zeilen slap aan de ra's en kon het schip niet boven het kleine eilandje Slee-Bessie uitkomen. Daarop werd de stuurman zo driftig dat hij bij kris en kras zwoer dat hij niet zou rusten voor hij het vaarwater had verruimd door Slee-Bessie naar Krakatau toe te taliën. Zijn wens werd op slag vervuld. Bij stil weer kan men, door het bruisen van de branding heen, de stuurman horen die druk bezig is het ene eiland naar het andere toe te halen en daarbij zingt, zoals het de gewoonte was bij de zeelui. Sceptische mensen geloven dit verhaal niet. Ze zeggen dat die wonderlijke geluiden, die men daar in Straat Soenda hoort, ontstaan door het suizen van de wind in de rotsholen van het eiland Krakatau.
De nieuwe stuurman, die in Amsterdam had gemonsterd, was niet aan het roekeloos varen gewoon. De eerste keer dat het schip weer over de klippen zeilde, werd hij bevreesd dat er weldra geen water genoeg onder de kiel zou zijn en hij wilde zich daarvan overtuigen door het uitwerpen van het peillood. Er was echter geen peillood aan boord en daarom nam hij een kanonskogel, maakte die aan een lijn vast en wilde haar uitwerpen, toen Barend hem weerhield.
"Vertrouw maar op mij en de duivel. Wij varen goed en blijven goed varen," zei hij. Dat klopte, maar tijdens die reis liepen de zeven jaren af en het schip geraakte in de macht van de duivel. Eeuwig vaart "De Vliegende Hollander" sindsdien over de zeven zeeën zonder ooit een haven aan te doen. Hij vaart altijd met volle zeilen, voor of tegen de wind, en de verschijning van het zwarte schip voorspelt storm en ondergang aan de schepen die hij ontmoet. Menig schip is 's avonds door hem gepraaid en dan ziet men duidelijk de gestalte van de kapitein op de brug. Hij is stok- en stokoud en in zijn magere, knokige hand houdt hij een brief met zwarte lakken, die hij wil afgeven aan de kapitein van het schip dat hij aanroept. Het is een brief voor de Heren Zeventien, bewindhebbers van de Vereenigde Oostindische Compagnie te Amsterdam. Maar niemand heeft ooit die brief durven aannemen.
Onderwerp
SINSAG 0471 - Schiff segelt durch die Luft.
  
ATU 0777* - The Flying Dutchman.   
Beschrijving
Bron
Motief
E511.1.2 - Flying Dutchman sails because of pact with Devil.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Vliegende Hollander   
Barend Fockesz.   
De Kroonvogel   
Waterpoort   
Daendels   
Slee-Bessie   
Heren Zeventien   
Vereenigde Oostindische Compagnie   
Naam Locatie in Tekst
Amsterdam   
Batavia   
Kaap De Goede Hoop   
Indië   
Kuiper   
Dourie   
Straat Soenda   
Krakatau   
Oost-Indië   
