Hoofdtekst
VAN DE WOLF EN DE VOS
De wolf en de vos waren samen in het bos druk bezig tegen elkaar op te scheppen en de vos vertelde van de verschrikkelijke mens die de wolf helemaal niet kende. De wolf zei toen dat hij de mens toch eens graag wou zien en dat hij voor hem helemaal niet bang was.
"Nou," zei de vos, "dat zullen we proberen. Ik zal je d'r een aanwijzen."
Daarop gingen ze samen op de loer liggen, ergens aan de rand van het bos.
Na een poosje kwam een gebogen grijsaard aangestrompeld, steunend op zijn stok en de wolf vroeg: "Is dat nou een mens?"
"Nee," antwoordde de vos, "dat is er al een geweest."
Een poosje later kwam er een schooljongen met een tas op zijn rug aangesprongen.
"Is dat nou een mens?" vroeg de wolf.
"Nee," zei de vos, "dat moet er nog een worden."
Opeens kwam er een jager, in het groen gekleed, aan met het geweer op zijn rug.
"Dat is nou een mens," zei de vos en meteen schoot hij weg, de struiken in.
"Ha," dacht de wolf "die moet ik hebben" en hij sprong naar voren, de jager tegemoet.
"Hè," zei de jager, "wat jammer nou dat ik geen patroon op mijn geweer heb. Maar weet je wat, ik zal hem een schot hagel geven."
En toen de wolf vlakbij was gekomen, schoot hij hem de hele lading hagel in zijn snuit en takelde hem bovendien nog toe met zijn hartsvanger. De wolf wist niet hoe gauw hij met zijn staart tussen zijn poten weg zou komen om de vos weer op te zoeken.
Een heel eind verder vond hij de vos tussen de struiken en hij begon meteen te vertellen: "Brr, dat is iets verschrikkelijks, zo'n mens. Eerst blaast ie me met een lange pijp gloeiende erwten in m'n gezicht en dan trekt ie zichzelf ook nog een rib uit om me daar ook nog mee aan te vallen."
De wolf en de vos waren samen in het bos druk bezig tegen elkaar op te scheppen en de vos vertelde van de verschrikkelijke mens die de wolf helemaal niet kende. De wolf zei toen dat hij de mens toch eens graag wou zien en dat hij voor hem helemaal niet bang was.
"Nou," zei de vos, "dat zullen we proberen. Ik zal je d'r een aanwijzen."
Daarop gingen ze samen op de loer liggen, ergens aan de rand van het bos.
Na een poosje kwam een gebogen grijsaard aangestrompeld, steunend op zijn stok en de wolf vroeg: "Is dat nou een mens?"
"Nee," antwoordde de vos, "dat is er al een geweest."
Een poosje later kwam er een schooljongen met een tas op zijn rug aangesprongen.
"Is dat nou een mens?" vroeg de wolf.
"Nee," zei de vos, "dat moet er nog een worden."
Opeens kwam er een jager, in het groen gekleed, aan met het geweer op zijn rug.
"Dat is nou een mens," zei de vos en meteen schoot hij weg, de struiken in.
"Ha," dacht de wolf "die moet ik hebben" en hij sprong naar voren, de jager tegemoet.
"Hè," zei de jager, "wat jammer nou dat ik geen patroon op mijn geweer heb. Maar weet je wat, ik zal hem een schot hagel geven."
En toen de wolf vlakbij was gekomen, schoot hij hem de hele lading hagel in zijn snuit en takelde hem bovendien nog toe met zijn hartsvanger. De wolf wist niet hoe gauw hij met zijn staart tussen zijn poten weg zou komen om de vos weer op te zoeken.
Een heel eind verder vond hij de vos tussen de struiken en hij begon meteen te vertellen: "Brr, dat is iets verschrikkelijks, zo'n mens. Eerst blaast ie me met een lange pijp gloeiende erwten in m'n gezicht en dan trekt ie zichzelf ook nog een rib uit om me daar ook nog mee aan te vallen."
Onderwerp
AT 0157 - Learning to fear men   
ATU 0157 - Animals Learn to Fear Men   
Beschrijving
Wolf en vos scheppen op, en de vos vertelt van de verschrikkelijke mens die de wolf niet kent, maar toch graag wil ontmoeten. Van een oude man en een schooljongen zegt de vos dat ze geen mens zijn. Van een jager zegt de vos dat dat een mens is en vlucht. De wolf nadert de jager die hem een schot hagel geeft en bewerkt met een mes. De wolf vlucht en beklaagt zich bij de vos dat een mens iets verschrikkelijks is.
Bron
J.R.W. Sinninghe: Spokerijen in Amsterdam en Amstelland. Zaltbommel 1975. p. 48-50
Commentaar
Learning to Fear Men
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
