Hoofdtekst
Zoals in elke oude stad, werd ook in Amsterdam verteld over onderaardse gangen. Van de Oude Kerk liep zo'n gang naar het vroegere Cellenzusterklooster op de hoek van de Oude Zijds Voorburgwal en de Molensteeg. Een andere gang liep van de Oude Kerk naar het Minderbroedersklooster dat aan de zuidzijde van de Molensteeg stond. Omstreeks 1830 werd een huis aan de noordzijde van de Monnikenstraat gerestaureerd. Bij het graven werd toen een deur blootgelegd, voorzien van grendels en sloten. Toen men die deur opende, kwam men in een lange gang die in de richting van de Oude Kerk liep. Men heeft al spoedig — zo wordt verteld — het onderzoek opgegeven en de geheime deur werd gesloten en gegrendeld.
Van het slot van Abcoude liep een gang onder de gracht door naar de kerk en daar was tevens een onderaardse kerker, waar de heren van Abcou monniken en andere mensen waarmee ze overhoop lagen lieten folteren. Ook van het oude rechthuis in Uithoorn liep een gang naar de buurtschap De Drie Tuinen, waar eens een kasteel zou hebben gestaan.
Onderwerp
SINSAG 1236 - Der unterirdische Gang. Belagerte entkommen.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Cellenzusterklooster   
Minderbroedersklooster   
De Drie Tuinen   
Naam Locatie in Tekst
Amsterdam   
Oude Kerk   
Oude Zijds Voorburgwal   
Molensteeg   
Monnikenstraat   
Abcoude   
Uithoorn   
