Hoofdtekst
Helmus Bakermans van Vlerken was een stroper. Op de akkers achter 't Rad stonden altijd wortelen. Daar kwamen 's avonds hazen op af om te eten. Hij ging op de zolder zitten om erop te schieten, zodra hij ze in een schot kon raken. Maar 't geweer ketste. Ook het tweede schot ('t was een dubbelloops geweer). Hij ging 'n paar kogels uit de schouw halen en ging opnieuw op de loer liggen. Weer ketsten. Daags daarna en de derde dag hetzelfde. Toen ging hij naar Weert om de kogels en het kruid te laten zegenen. Terug gekomen probeerde hij ze op de mussen en ze waren goed. 's Avonds schoot hij weer op de hazen. Hij hoorde een schreeuw en de hazen waren verdwenen. Nog juist zag hij aan twee kanten een paar fladderende gedaanten wegvluchten. 's Zondags bij 't ter kerke gaan zag men dat een oud vrouwtje dat als heks bekend stond mank liep.
Onderwerp
SINSAG 0623 - Der geweihte Schuss   
SINSAG 0331 - Spuktier kann nicht getroffen (gefangen) werden
  
Beschrijving
Steeds als een stroper hazen probeert te schieten ketst zijn geweer. Na het laten zegenen van kogels en kruit schiet hij raak, hoort een schreeuw en verdwijnen de hazen. Enkele dagen later ziet hij de vrouw die als heks bekend staat, mank lopen.
Bron
Volkskundevragenlijst 21 (1957) formulier L264p (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Helmus Bakermans   
Naam Locatie in Tekst
Vlerken   
't Rad   
Weert   
Plaats van Handelen
Someren   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
