Hoofdtekst
Een man loopt een restaurant in en neemt plaats tegenover een man die een krant zit te lezen. Voor de man staat een bord snert. De eerste man heeft geen geld en denkt: `Hij zit toch zijn krant te lezen, hij ziet niets... Dan kan ik wel onopgemerkt van zijn soep eten. Voorzichtig trekt hij het bord snert naar zich toe en begint te eten. Als hij het bord bijna leeg heeft, ziet hij opeens dat er op de bodem een kam met allemaal vieze haren ligt. Hij wordt misselijk en kotst alles weer terug op het bord. Op dat moment zegt de man achter de krant: `Ja, zover was ik ook gekomen.'
Beschrijving
Een man gaat een restaurant binnen en neemt plaats tegenover een man met een bord soep. Daar de man een krant leest en niets in de gaten heeft, begint hij van de soep te eten. Als hij op de bodem van het bord een kam met haren ziet liggen en alles weer uitbraakt, zegt de man achter de krant: `Ja, zover was ik ook gekomen.'
Bron
n.v.t.
Commentaar
14 mei 1997
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21